'De Partij voor de Dieren groeit het hardst'

De aanleiding

„De Partij voor de Dieren is niet groot”, schreef fractievoorzitter Marianne Thieme vorige week op de website van haar partij, „maar is wél de sterkst groeiende politieke beweging van Nederland.” Deze uitspraak herhaalt ze wederom in de inleiding van het conceptverkiezingsprogramma voor de aankomende verkiezingen in september. next.checkt zoekt uit: groeit de Partij voor de Dieren inderdaad het sterkst?

Waar is het op gebaseerd?

In het digitale conceptverkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren (PvdD) verwijst deze uitspraak door naar een persbericht uit januari van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Daarin worden de ledenaantallen van alle partijen per 1 januari 2012 vergeleken met het afgelopen jaar. Uit dit persbericht blijkt dat „zowel in absolute als in relatieve zin is de Partij voor de Dieren (PvdD) de grootste stijger in 2011”.

Interpretaties

De Partij voor de Dieren spreekt zelf niet van ‘partij’, maar van de sterkst groeiende „politieke beweging” van Nederland. ‘Politieke beweging’ is een nogal breed concept. Als we politiek gemotiveerde organisaties als de G500 meerekenen – die sinds de oprichting in april zo’n 1.100 leden wierf – dan is de uitspraak bij voorbaat onjuist. De PvdD baseert zich echter op een bron die uitsluitend in het parlement gezetelde politieke partijen behandelt. Voor de helderheid van deze factcheck zullen ook wij ons daartoe beperken.

Over welke periode de PvdD het precies heeft, is onduidelijk. Het blijkt niet uit de uitspraak. Om conclusies te trekken over groei, is de periode waarover wordt gemeten echter bepalend. Het DNPP-persbericht waar de PvdD zich op zegt te baseren, behandelt veranderingen in ledenaantallen over het jaar 2011. Maar de uitspraak, die van vorige week dateert, claimt dat de Partij van de Dieren de hardst groeiende partij is, niet was.

En, klopt het?

Volgens het rapport van het DNPP was de Partij voor de Dieren relatief én absoluut de hardst groeiende partij over het jaar 2011. Dat klopt alleen als je, zoals het DNPP doet, het toen debuterende 50PLUS niet meerekent. Die partij groeide dat jaar van 0 naar 1320 leden. De PvdD ging van 11.610 naar 12.250 leden, een groei van 5,5 procent. Dat is geen historische trend. Over 2010 was GroenLinks de grootste stijger, dat met 28,9 procent (ruim 6.000 leden) groeide. In 2009 was het weer D66: de partij groeide met meer dan 50 procent (6.200 leden).

Maar om te bepalen welke partij op dit moment het hardst groeit, zijn actuele ledenaantallen nodig. Omdat het DNPP daar niet over beschikt, heeft next.checkt die opgevraagd bij de verscheidene partijbureaus. Alle partijen behalve het CDA werkten hieraan mee. En dan blijkt: tussen 1 januari 2012 en de dag van vandaag, is 50PLUS met afstand het hardst gegroeid. De partij is in ledenaantal meer dan verdubbeld: van 1.321 naar 3.010. Daarna volgen D66 (4,14 procent groei) en de SP (4,09 procent). De Partij van de Dieren (2,2 procent) staat op de vierde plek.

Voor het meest complete beeld moeten echter de cijfers van de afgelopen vijf jaar als uitgangspunt worden genomen. Dat is de volledige periode dat de PvdD in het parlement vertegenwoordigd is: vanaf 1 januari 2007 – de eerste telling na het parlementaire debuut van de partij – tot nu. Over die tijdspanne is D66 relatief en absoluut veruit de grootste stijger. Het ledenaantal van de democraten is in de periode 2007 tot nu meer dan verdubbeld (118 procent). Pas daarna volgt de Partij voor de Dieren, met een groei van afgerond 97 procent.

Daarbij kan overigens worden opgemerkt dat de PvdD wel de enige partij was die daadwerkelijk elk jaar groeide – de PvdD is dus, over de afgelopen vijf jaar beschouwd, de meest constant groeiende partij. Maar dat neemt niet weg dat verschillende andere partijen over verschillende periodes harder groeiden dan de Partij voor de Dieren.

Conclusie

De Partij voor de Dieren claimt de hardst groeiende politieke beweging van Nederland te zijn. Om een conclusie over groei te kunnen trekken, is de periode bepalend. Over het jaar 2011 groeide de PvdD inderdaad het meest, tenminste als het toen debuterende 50PLUS buiten beschouwing wordt gelaten. Dat is geen historische trend: een jaar eerder groeide GroenLinks nog het hardst, het jaar daarvoor D66. Tel je vanaf 2007 tot nu, dan is D66 de grootste stijger. Tel je alleen over 2012, dan is dat met afstand 50PLUS. Waar de Partij voor de Dieren zich wel op kan beroepen is dat de partij de afgelopen jaren als enige constant is gegroeid. Maar daar staat tegenover dat over verschillende periodes – waaronder de afgelopen maanden – D66, 50PLUS en de SP harder groeiden. Wij beoordelen de uitspraak van Marianne Thieme dus als grotendeels onwaar.