Bij ziekte al recht op asiel

België krijgt bijna twee keer zo veel asielaanvragen als Nederland, zegt Belgisch staatssecretaris De Block. Strengere migratieregels moeten verandering brengen.

Correspondent België

Brussel. Maggie De Block, Vlaams liberaal en de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie, heeft de cijfers voor zich op tafel liggen. Vorig jaar waren er in België 25.000 asielaanvragen – bijna geen ander land in Europa is bij asielzoekers zo populair en al jarenlang slapen in de winter gezinnen met kinderen op straat, omdat er te weinig opvangplaatsen zijn. Nederland had vorig jaar zo’n 14.000 asielverzoeken.

„Maar Nederland”, leest Maggie De Block voor van haar papier, „had in 2011 28.890 aanvragen voor gezinshereniging. En wij 15.000.”

Ze zit in haar werkkamer op het ministerie van Justitie in Brussel en vertelt over de Europese vergaderingen waar minister Gerd Leers (CDA, asiel en migratie) steeds hard zijn best deed om de EU-regels voor gezinsmigratie strenger te maken. „Nederland wilde dat als enige. Er waren ook landen die de regels soepeler wilden maken. Daarom vonden de meesten dat het moest blijven zoals het was. Het had anders ook de verkeerde kant op kunnen gaan.”

België zelf paste zijn eigen regels voor gezinshereniging aan de Europese aan: die waren strenger dan de Belgische. „Wij kunnen er nu perfect mee leven”, zegt De Block. Gezinsmigratie is het probleem niet in België. Of in elk geval nog niet.

„Nederland heeft een groter koloniaal verleden en had eerder een grote instroom van mensen. Die zijn gesetteld en laten familie overkomen.”

Dat zal dan toch ook in België gebeuren, na het grote aantal asielzoekers van de afgelopen jaren?

„Ik weet het niet, wij hebben nu onze strengere criteria: de leeftijd van partners is naar 21 gegaan, de inkomenseis is verhoogd.”

Net als in Nederland. Waarom zou het in België dan geen probleem worden?

„Het is moeilijk te voorspellen. Nederland kan altijd ook weer een grote instroom van asielzoekers krijgen.”

Waarom gaan asielzoekers zo graag naar België?

„We hebben kwalitatief goede procedures, een deftige opvang en goede sociale zekerheid.”

Komen ze ook naar België omdat de buurlanden strenger werden bij het toelaten van asielzoekers?

„Er is zeker een periode geweest waarin de landen om ons heen strenger werden en wij gedurende anderhalf jaar geen regering hadden met volle bevoegdheid en dus een beetje verlamd waren. Dat is de situatie waar Nederland nu in zit en dat kan ook wel eventjes moeilijk verlopen. Bij ons nam het parlement zijn verantwoordelijkheid en stemde voor strengere wetten. Die staan nu in het regeerakkoord.”

Er zijn nieuwe regels voor het aantal asielverzoeken dat je mag doen. België heeft nu een lijst met ‘veilige landen’, zoals Nederland sinds de jaren negentig. Was Nederland een voorbeeld?

„Nee, ik denk dat het moeilijk is om voor één aspect van je wetgeving naar een ander land te kijken. Je moet bedenken wat er schort aan je eigen regels. Wij hebben de medische regularisatie: je kunt een verblijfsvergunning krijgen bij ziekte, in uitzonderlijke situaties. Maar dat was bij ons een migratiekanaal op zich geworden. Vorig jaar waren daar 10.000 aanvragen voor. Dat is abnormaal. Er mochten er 5.000 blijven. Sinds februari is de wet strenger geworden: artsen kunnen een niet serieus verzoek meteen afwijzen. Dat gebeurde al bij 83 procent van de aanvragen.”

Wat zegt dat over de 5.000 mensen die vorig jaar in België mochten blijven omdat ze ziek waren?

„Als hele families een beroep doen op zo’n wet, is er iets mis met die families of met de wet. Maar ik zeg niets over die 5.000 mensen van vorig jaar. We maken geen beleid op vermoedens of emoties. We hebben nu 24 bekwame artsen in dienst – vroeger waren het er twee – die over de aanvragen oordelen. En samen met de Nederlanders en de Zwitsers werken we aan een databank, gefinancierd door de EU. Daar komt in te staan hoe de gezondheidszorg is in de landen van herkomst en of middelen voorhanden zijn. Om een verblijfsvergunning te krijgen moet een ziekte levensbedreigend zijn en niet behandelbaar in het eigen land.”

In België was er begin dit jaar Scott Manyo uit Kameroen, scoutsleider in Vlaanderen, die het land zou worden uitgezet, maar toch zijn studie mag afmaken. Nederland besliste eerder hetzelfde over Manuel Mauro uit Angola. Was Mauro een voorbeeld?

„Nee, ik ken de details van dat geval niet. Bij Scott Manyo was er een uitzonderlijke situatie. Hij was alleen, zijn moeder was gestorven, zijn vader is langdurig vermist, hij heeft twee zussen in Tsjaad. Ik heb veel tijd genomen voor dit dossier, met veel mensen gepraat.”

Dit voorjaar was het aantal nieuwe asielaanvragen in België gedaald in vergelijking met vorig jaar. Wat wilt u eind dit jaar hebben bereikt?

„Ik heb geen streefcijfer. Ik wil bereiken dat we de mensen opvang kunnen bieden die dat dringend nodig hebben. Door snelle procedures, door ontradingscampagnes in landen van herkomst. Al sinds half januari hoeven we geen mensen meer weg te sturen omdat er geen opvang was. Als dat deze winter zo is, is dat voor het eerst sinds vele winters.”