Begin maar eens met drie ton schuld

Jonge medici kunnen wel tienduizenden euro’s betalen voor hun studie, schrijven ambtenaren. Helemaal niet, zeggen die medici. Bovendien is hun toekomst niet zo rooskleurig als velen denken.

Ze hebben alles mee. Ze zijn slim, ambitieus, jong, sociaal vaardig. En ze weten al jaren wat ze willen worden: chirurg. Dat hadden wel meer leeftijdgenoten gewild. Eerst is er selectie voor de zesjarige studie geneeskunde. En dan een nog strengere selectie voor de opleiding tot chirurg – slechts 70 plaatsen per jaar. Maar zij zijn er bijna: over drie jaar zijn ze klaar. 34 jaar. Chirurg. Doel bereikt.

Toch ziet de toekomst van Gabie de Jong en Wout van der Meij er minder rooskleurig uit dan veel mensen denken. Ja, gevestigde chirurgen verdienen aardig. Ja, de vraag naar zorg groeit alleen maar de komende jaren. Ja, het werk is boeiend, nuttig en staat in hoog aanzien. Hoewel. Zij vinden van niet. Medisch specialisten, zeggen zij, hebben een slechte naam. Van der Meij: „Als je een patiënt helpt, zijn ze doorgaans heel dankbaar. Maar ons imago als beroepsgroep is dat van arrogante graaiers.”

Belangrijker nog: het idee dat elke chirurg gegarandeerd werk vindt, gaat niet meer op. Van de 314 chirurgen die de afgelopen vijf jaar hun opleiding tot specialist afrondden, heeft 45 procent geen vaste aanstelling. Van der Meij: „Ik kan zó tien kennissen bedenken die klaar zijn met de opleiding en nu geen werk hebben. Door de bezuinigingen zijn ziekenhuizen en maatschappen voorzichtiger geworden. Ze nemen niet snel nieuw personeel aan.”

En nu zouden alle medisch specialisten ook nog 10 procent van hun opleiding zelf moeten betalen: 13.400 euro per jaar. Het is een voorstel van een ambtelijke werkgroep van de ministeries van Financiën, Onderwijs en Volksgezondheid. Eén van de bezuinigingsvarianten op de acht universitair medische centra, die in totaal 450 miljoen euro per jaar moeten opleveren. Als alle 6.000 specialisten in opleiding 80.000 euro bijdragen aan hun zesjarige opleiding, zo is het idee, dan bespaart dat het rijk jaarlijks tachtig miljoen euro.

Het nieuws is ingeslagen als een bom op de academische en de opleidingsziekenhuizen. Want daar werken die zesduizend jonge artsen. Internisten-, neurologen-, chirurgen-, gynaecologen- en nog veel meer specialisten-in-opleiding. Gabie de Jong: „Iedereen heeft het erover, we maken ons grote zorgen.” Binnen twee weken hebben twee studenten geneeskunde 15.500 handtekeningen verzameld tegen de maatregel. Ze gaan de petitie binnenkort aanbieden aan minister Schippers (Volksgezondheid, VVD).

De aankomende specialisten zijn bijzonder goed georganiseerd. Hebben ze een opvatting, dan gaat er onmiddellijk een communiqué de deur uit. Of ze stellen een petitie op en genereren 15.500 handtekeningen. Zoek je als journalist een voorbeeld, dan hebben ze meteen gegadigden gevonden. Via Facebook en Twitter staan ze allemaal met elkaar in contact. Waarom? „We vinden ons werk en onze positie in de ziekenhuizen heel belangrijk. We zetten er veel voor aan de kant en werken er hard voor”, zegt Wout van der Meij. Zelf was hij na zijn studie geneeskunde onder meer een jaar tropenarts in India. De Jong promoveerde eerst.

Wat zetten ze voor de opleiding aan de kant? Uitgaan, veel op vakantie, een uitgebreid sociaal leven zit er niet in, zeggen ze zelf. Ze werken na de studie geneeskunde meteen fulltime in een ziekenhuis. Als zaalarts – die nog niet is toegelaten tot een opleiding – en later als specialist-in-opleiding. Dat is een werkweek van 48 uur, waarvan tien uur onbetaald. Die tien uur staan voor onderwijs, maar dat, zegt Gabie de Jong, doet ze eigenlijk in het weekend. Want die 48 uur gaan op aan patiëntenzorg. Ze draaien daarbij één keer in de één of twee weken een nachtdienst en één weekend per maand weekenddienst. Ze verdienen allebei ongeveer 2.100 euro netto per maand.

Begrijp ze niet verkeerd, ze vinden het een prachtig vak. Maar het is ook moeilijker dan vroeger. De Jong: „Vroeger was je gewoon dokter. Nu moet je laten zien dat je meer vaardigheden hebt: dat je kunt praten met de patiënt. Dat je medisch-inhoudelijk goed bent. Dat je geen solist bent. Dat je breder kijkt dan alleen naar het belang van de afdeling, maar ook naar dat van het ziekenhuis. Dat je over ethische kwesties nadenkt. Dat moeten we allemaal tijdens de opleiding laten zien. En we zijn tijdens de opleiding ook al echt verantwoordelijk voor levens.”

En dan de kosten. De opmerking van de ambtelijke werkgroep dat „het brutoloon van specialisten in loondienst fors hoger is” dan dat van een gemiddelde afgestudeerde in het wetenschappelijk onderwijs, zit de jonge chirurgen dwars. Net als: „De private investering van de specialist, in relatie tot de kosten van de overheid en het rendement voor de specialist, is gering.” Vooral omdat ze pas zo laat klaar zijn met hun opleiding (tussen 30 en 34 jaar). Van der Meij: „Medisch specialisten moeten al 200.000 euro lenen om zich in te kopen in een maatschap. Als ze dan ook nog 80.000 euro moeten lenen tijdens de opleiding, naast een eventuele studieschuld, dan beginnen ze hun loopbaan met een schuld van bijna drie ton. En dan hebben ze nog niet geleend voor een huis. Studenten met geld kunnen straks kiezen voor de opleiding, en misschien niet de beste of meest gemotiveerde.”

Er is ook een groot verschil met bijvoorbeeld juristen of economen. Zij kunnen na hun studie vele kanten op. Bij een bedrijf werken of de overheid of iets er tussenin. De Jong: „Wij richten ons twaalf tot veertien jaar lang op dat ene beroep. En na afloop kunnen we niets anders.”