Joodse nederzetting op Westelijke Jordaanoever mag later weg

De Joodse nederzetting Ulpana, op de Westelijke Jordaanoever, is ook volgens Israëlisch recht illegaal en moet van het Hooggerechtshof ontruimd worden. Reuters / Nir Elias

De joodse nederzetting Ulpana op de Westelijke Jordaanoever hoeft pas uiterlijk 15 november te zijn gesloopt of verplaatst. Dat heeft het Israëlische hooggerechtshof bepaald. De nederzetting moest eigenlijk vandaag weg zijn.

De inwoners van Ulpana, zo’n dertig gezinnen, vertrokken vorige week al na een eerdere uitspraak van het hooggerechtshof. De rechters oordeelden dat de nederzetting illegaal is gebouwd op private Palestijnse grond, en daarom ontruimd moest worden.

De Israëlische regering heeft besloten de nederzetting niet te slopen, maar de gebouwen te verplaatsen naar het nabijgelegen Beit El, een andere nederzetting op de Westoever. Daar heeft ze nu dus tot 15 november de tijd voor.

Ulpana heet hangijzer voor regering-Netanyahu

Het land waar Ulpana is gebouwd werd in 1970 voor militaire doeleinden ingenomen door Israël. In 2010 vroegen Palestijnen landeigenaren om de ontmanteling van de Israëlische gebouwen. Vorig jaar april ging Israël hiermee akkoord, maar met een uitstel van een jaar.

De ontruiming van Ulpana was een heet hangijzer voor de regering van premier Benjamin Netanyahu. Een aantal coalitiepartijen, die steunen op de Joodse kolonisten die op de Westoever leven, dreigden de coalitie te laten vallen als Ulpana ontruimd zou worden.

De Israëlische nederzettingenpolitiek is al jarenlang een groot obstakel voor het hervatten van directe vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen. De Palestijnen willen pas weer met Israël om tafel als het land stopt met het bouwen van Joodse nederzettingen in bezet gebied. Israël vindt dat de kwestie rond de nederzettingen aan de onderhandelingstafel moet worden opgelost.