De beat in New Orleans

Trombone Shorty op North Sea Jazz 2011. Foto NRC / Andreas Terlaak Trombone Shorty op North Sea Jazz 2011. Foto NRC / Andreas Terlaak

Van 78-toerenjazz tot rauwe funk. New Orleans, de geplaagde geboortestad van het genre, is in het hele programma aanwezig.

Het is carnaval in een knus Amsterdams huiskamerkroegje. Het gaat er wat anders aan toe dan beneden de rivieren. Hier geen boerenkielen, maar kralenkettingen, geen inhakers maar een volwaardige brassband die met veel koper en felle drums een kleine straatparade door het café in gang zet. Het mag ook eigenlijk geen carnaval heten, hier is het mardi gras.

De bezoekers van de ‘Gumbo Night‘, een terugkerende muziekavond, houden van New Orleans. Niet per se van de jazz oude stijl waarmee de stad vaak geassocieerd wordt, maar van de rammelende, swingende funk en jazz die je zelden ergens anders hoort. “Toen ik terugkwam uit New Orleans zocht ik een podium om die te gekke, losse sfeer te creëren”, zegt organisator en drummer Toon Oomen. Inmiddels is Gumbo Night een verzamelplek voor iedereen met heimwee naar New Orleans.

Gumbo Night in Amsterdam:

Oomen staat dit jaar op North Sea Jazz met zijn Gumbo Circus. Het is een van de vele bands op het festival die zich laten inspireren door de stad. Oomen wil de volle muzikale breedte laten zien, van blues tot voodoofunk. “We zullen geen moment stilstaan, we gaan het hele terrein over.” Want de ‘second line beat’ die voor hem New Orleans karakteriseert, komt voort uit de marching bands die al eeuwen bij begrafenissen en feesten de muziek verzorgen. “Het heeft een lome, swingende feel, bedoeld om in het subtropische klimaat dansend achter de band aan te lopen.”

Rauwe drums

Ze zijn niet de enige Nederlandse band op North Sea Jazz met een fascinatie voor de second line beat. De liedjes van Lefties Soul Connection komen rechtstreeks voort uit het geluid van The Meters, New Orleans’ bekendste funkband uit de jaren zeventig. Onno Smit, zanger van de Lefties:

“Die funk is wild. Bij doorsnee funk denk je toch al snel aan disco en gladde glitterpakjes, maar in New Orleans gaat het om een gesyncopeerde beat met rauwe drums. En meestal is het slecht opgenomen. Zo willen wij ook klinken. Het moet rammelen.”

Met die dansbare, ongepolijste sound weet de stad van elke muziekstijl een eigen subgenre te creëren. De Crescent City grossiert in uitzinnige, bijna absurdistische subculturen. In de stad kan op hetzelfde podium de ene avond een rapper staan die sissy bounce brengt, een harde seksistische rapstijl. De andere avond staat er een groep Mardi Gras Indians, een van de oudste culturele fenomenen, zangers met een West-Afrikaanse klank die optreden in zelfgemaakte indianenkostuums.

Maar New Orleans is toch de geboorteplaats van de jazz? Jazeker, maar ook die jazz klinkt al decennia niet meer zoals de dixielandbandjes die het toeristische centrum van New Orleans bevolken. Neem Troy ‘Trombone Shorty’ Andrews, een van de verrassingen van vorig jaar, die dit jaar terugkomt. Het ene moment in de Congo-zaal had zijn trombone de microfoon van een boze rapper kunnen zijn, het andere moment de gitaar van een stadionrocker. Toch sijpelde door elke solo het muzikale erfgoed van zijn geboortestad.

Andrews belichaamt de jazzgeneratie van na Katrina: opgegroeid tussen muziek, drugs en geweld en plotseling ontheemd. In New Atlantis van John Swenson is te lezen hoe Trombone Shorty een van de jonge vaandeldragers werd van de muzikanten die hun stad weer wilden opbouwen. Niet steen voor steen, maar noot voor noot.

Trombone Shorty, live bij Later With Jools Holland:

Treme

Andrews werd geboren in Treme, een oude wijk van New Orleans, in een van de prominente muzikale families van de stad. Dr. John en Tuba Fats kwamen op visite, R&B-legende Jessie Hill was zijn grootvader. Toen Andrews vier was, stond hij voor het eerst op het podium, hij kon zijn trombone nog niet eens volledig uitschuiven. Op zijn zevende had hij zijn eigen band en speelde voor toeristen in de French Quarter.

Toen hij, negentien jaar oud, met Lenny Kravitz op tournee was, spoelde Katrina zijn stad weg. Zijn familie kwam verspreid over het land te zitten. Zeventien dagen na de storm was hij samen met zijn broer vermoedelijk de eerste die in de geboortestad van de jazz weer een concert gaf. Het geluid van zijn trombone weerkaatste tegen verwoeste en verlaten huizen.

Ironisch genoeg was het een concert om het bezoek van de toenmalige president George Bush op te luisteren, de man die in de ogen van de inwoners van New Orleans hun stad aan haar lot had overgelaten. Maar, redeneerde Andrews, de stad had muziek nodig. Muziek en het verenigingsleven van de bands zijn van oudsher de ruggegraat van de woonwijken.

Luister naar For True, van Trombone Shorty op Spotify

Brassbands als Rebirth en Dirty Dozen zorgden in Andrews’ jeugd voor een heropleving van de marching bands, vermengd met onder meer hiphop. Spelen in bands was zijn manier om uit de greep van de criminaliteit te blijven die overal aanwezig was in de wijken van de ‘moordhoofdstad USA’.

Wat voor veel muzikanten uit New Orleans gold, gaat ook op voor Andrews. Katrina was goed voor zijn carrière. De benefietconcerten waarop hij in hemdsmouwen New Orleans-klassiekers met een rock-attitude ten gehore bracht, werden op nationale televisie uitgezonden. Hij speelde mee met U2 en Green Day, hij kon net zo makkelijk popster worden als jazzmuzikant. Zijn band New Orleans Avenue verbindt die twee idiomen, maar Andrews loyaliteit ligt expliciet bij New Orleans. Bij elk concert komt een vlaag Louis Armstrong voorbij, maar dan in post-Katrina-stijl.

Andrews’ generatie- en stadsgenoot trompettist Christian Scott, die ook op NSJ staat, raakte zijn volledige trompetverzameling kwijt in de storm. Hij heeft een andere aanpak dan Andrews. Scott vat zijn ervaringen met de orkaan Katrina en de gewelddadige stad samen in Yesterday You Said Tomorrow. Het levert een harmonisch, maar donker en soms boos, politiek jazzalbum op.

‘The Eraser’, een cover van Thom Yorke door Christian Scott, live op het HSBC festival in New York:

De indrukwekkende luisterplaat van Christian Scott maakt hem tot een afwijkende New Orleans-muzikant. Als er iets is wat de meeste stijlen uit de stad verbindt, dan is het dat je er lastig op kunt stilstaan. Zelfs de blues lijkt er gemaakt om op de dansen.

De New Yorkse band Heritage Blues Orchestra vertolkt de oude blues uit de Mississippidelta en voegt daar blaaspartijen uit New Orleans aan toe. Het legt zo een oude link bloot, die tussen de stadse jazzparades en de plattelandsblues. Op het album And Still I Rise combineert de groep alle stijlen van de zuidelijke Mississippi, de rivier die bij New Orleans de zee in stroomt: gospel, spirituals, blues, work songs, jazz, country.

Hugh Laurie

De blues van New Orleans is ook wat de Britse acteur Hugh Laurie, bekend van Blackadder en House, vorig jaar tot een muzikaal uitstapje verleidde. Dit jaar speelt hij in een van de grote zalen van North Sea Jazz. Voor zijn album zocht hij de samenwerking met de topproducer Allen Toussaint (NSJ 2009). Ook de muzikaal stadschroniqueur Dr. John (NSJ 2011) speelde mee.

Op de plaat staan klassiekers als St. James Infirmary en John Henry. Maar misschien wel de meest typische New Orleans-song die erop staat is Tipitina van Professor Longhair, de pianist die met zijn Caraïbische sound en absurdistische teksten hele generaties New Orleans-muzikanten heeft beïnvloed. Gelukkig probeert Laurie noch in zang, noch op piano Professor Longhair te imiteren, want de vrolijkheid van diens deuntjes kan niet maskeren hoe moeilijk dat is.

Luister naar Let Them Talk van Hugh Laurie op Spotify

“Die New Orleans-stijl is echt heel lastig te spelen”, zegt drummer Toon Oomen. Hij woonde een aantal maanden in de stad, kreeg les van funkdrummer Stanton Moore en haalt graag diens uitspraak aan dat New Orleans ‘het Mekka van de drums’ is.

“Je moet lang oefenen voor je die swing doorkrijgt, maar als je hem eenmaal hebt… De second line beat is heel rijk, er zitten zo ontzettend veel culturen in.”

Die samensmelting van culturen, daarin ligt de historische verklaring voor het muzikale succes van New Orleans.

Wie luistert en rondkijkt op het mardi gras-feestje in Amsterdam, concludeert als snel dat de reden dat ruim een eeuw later de sound van New Orleans nog steeds zo populair is, waarschijnlijk veel basaler is. Het is onmogelijk om stil te staan als de band met zware blazers door het café sjouwt. Het is carnaval, maar noem deze stoet geen polonaise, dat is het niet, daarvoor is de melodie te ingewikkeld, de beat te onweerstaanbaar loom. Dit is de second line.

Big Chief tijdens de Gumbo Night in Amsterdam:

New Orleans op North Sea Jazz

Vrijdag:
Top Dog Brass Band (Congo 16.45-17.15 en 18.30-19.00)
Jaydee Brass Band (Congo 20.30-21.00 en 22.30-23.00)
Lefties Soul Connection ft Michelle David (Congo 21.30-22.45)
Trombone Shorty (Maas 21.45-23.00)

Zaterdag:
Christian Scott (Darling 23.30-00.45)
Gumbo Circus (Congo 20.45-21.15 en 22.30-23.00)
Heritage Blues Orchestra (Congo 17.15-18.30);
Hugh Laurie (Amazon 21.30-22.45)

Zondag:
DJ Blue Flamingo (Tigris 16.30-18.30)
Maceo Parker ft Trombone Shorty (Nile (22.00-23.30)