Bergkoning

Team Saxo Bank-Tinkoff Bank rider Michael Morkov of Denmark wears the best climber's jersey on the podium after the first stage of the 99th Tour de France cycling race between Liege and Seraing, July 1, 2012. REUTERS/Stephane Mahe (BELGIUM - Tags: SPORT CYCLING) Een blije Michael Mørkøv pakt de eerste bolletjestrui. Foto Reuters / Stephane Mahe

Heerlijk vind ik dat, van die marginale renners die in de eerste etappes van de Tour als eerste boven proberen te komen op colletjes van de vierde categorie. Als ze daarin slagen, mogen ze misschien wel een paar dagen rondrijden met de bolletjestrui om hun schouders. Dit duurt natuurlijk niet lang. Als de bergen hoger worden, worden ze verslagen door de echte klimmers.

Stel, je heet Michael Mørkøv en je bent geboren in het Deense dorp Kokkedal. Het enige in de wijde omgeving van je geboortedorp wat op een heuvel lijkt, is het viaduct van de snelweg tussen Kopenhagen en Helsingør. Dan krijg je de kans om rond te rijden in de Tour de France, in de eerste etappe door het Waalse land. Op drie van die heuveltjes kom je als eerste boven. Je mag vanavond het podium op, krijgt zoenen van de rondemissen. Voor zeker één dag zul je de bergkoning zijn van de Tour. Dan lijkt het me gerechtvaardigd dat je even een vuist balt zodra je op het laatste colletje van de dag je Baskische medevluchter Pablo Urtasun hebt verslagen.

Maar nee hoor, dat mag niet van NOS-commentator en oud-wielrenner Michael Boogerd. Die gebalde vuist tart het bijgeloof, zei hij vandaag tijdens het televisieverslag van de eerste etappe. ,,Dadelijk is hij terug in het peloton, wordt het nerveus, gaat hij op zijn plaat en ligt hij eruit. Vier dat feestje nou maar als je die trui daadwerkelijk binnen hebt.”

Laat zo’n Deen toch dromen, Michael.

Derk Walters, wielrenliefhebber en plaatsvervangend chef opinie van NRC Handelsblad, blogt tijdens de Tour regelmatig op deze plek over wat hij ziet en vindt.