Vuilnismemoires

Leiden, 15 mei 2009. De gemeente deelt sinds deze week gratis gele vuilniszakken uit, die meeuwenoverlast zouden tegengaan. Volgens vuilnismannen helpt het weliswaar een beetje, maar het systeem is zeker niet zaligmakend. De zakken zijn steviger, waardoor ze meer scherpe en zware spullen kunnen bevatten. Foto: Willem Sluyterman van Loo

Op een vroege maandagochtend, een paar jaar geleden, zag ik ergens naast de vuilniszakken een rechthoekige bruine stapel staan. Volle vuilniszakken vormen een soort club, een familie zelfs. Er straalt een saamhorigheid uit, de reünie van het afgedankte. En het komt ook doordat ze met een zekere wellust bij en op elkaar worden gesmeten. Je kunt even terloops laten zien hoe sterk je bent en dan ga je met een lichte voldaanheid weer naar binnen.

Deze bruine toren was geen lid van de club. Het was een stapel grote boeken, de complete Spectrum Encyclopedie, 22 delen in staat van nieuw. Ik ben een liefhebber van boeken, maar al die delen van de ondergang redden, dat was me te veel en bovendien, waar zou ik ze moeten neerzetten. Ik sloot een zwak compromis met mezelf, nam deel tien mee, verschenen in 1980. Daarmee heb ik de rest waarschijnlijk prijsgegeven aan de verbrandingsoven.

Toen ik mijn aanwinst thuis bekeek, kreeg ik nog meer spijt. Mooi bindwerk, prachtig papier, onberispelijk bedrukt, ook in kleur, met alles wat je weten wilt, van Jordanië tot Kubrick. Van mijn vijfde jaar, toen we het eerste deel van de Grote Winkler Prins in huis kregen (van A tot Araxes) ben ik verslaafd aan encyclopedieën. Die hebbelijkheid deel ik met Aldous Huxley. Als hij niets te doen had, ging hij voor zijn plezier in de Brittannica lezen. Dat bracht hem op ideëen. Bij die stapel vuilniszakken had ik verraad aan mijn verslaving gepleegd: 21 delen in de steek gelaten. En nu, terwijl ik deze vondst van toen bekijk, komt de spijt weer even terug.

Iedere week op maandag en donderdag komen de vuilnismannen. Ze worden voorafgegaan door de grote meeuwen, de kraaien en het kleinere grut. Daar wordt met fanatisme het plastic kapot gerukt, ze steken hun koppen in het binnenste en halen er het eetbare uit, graven verder, smijten het niet eetbare om zich heen, en terwijl ze krijsend ruzie maken, veroorzaken ze een geweldige rotzooi. Dan verschijnt de grote vrachtwagen waar alles van ons afgedankt verleden ingegooid wordt, de straat wordt aangeveegd en we zijn aan het volgende bedrijf begonnen.

Afgelopen maandag zag ik naast het gebergte van de zakken een kleine beige kist staan. Ik tilde het deksel op. Het bleek een koffergrammofoon te zijn. Wat is dat, zult u misschien vragen. Dat is een muziekmachine uit de jaren dertig. Deed je het deksel open, dan zag je een schijf met een diameter van ik schat nu 22 centimeter. Daar legde je de 78-toerenplaat op. In het binnenste zat een veermotor die je met een slinger kon opwinden. Naast de schijf zat aan een krom buisje het membraan waarin je de grammofoonnaald moest bevestigen. Ik hoop dat u het nog begrijpt. Je bracht de schijf aan het draaien en zette de naald in de groef. Muziek!

Wat moet in 2012 een vuilnisman van een jaar of dertig met zo’n wonderapparaat uit 1933? Niets. Gewoon in de bak smijten. Het is vroeg in de ochtend, hij heeft – bescheiden schatting – nog honderd hopen van tien zakken per stuk voor zich. Hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd dan het bestuderen van afgedankte rotzooi. Ik neem het hem niet kwalijk.

Maar aan de andere kant: de ontwikkeling van de techniek gaat steeds sneller en daarmee wordt het weggooien van het reddeloos achterhaalde steeds gemakkelijker. Voor mij is de koffergrammofoon verbonden met een tijdvak: Zarah Leander zong Kann denn Liebe Sünde sein? Jack Hilton speelde zijn ballroommuziek. Het hele repertoire van de jaren dertig zit nog in mijn hoofd. Daarna kreeg je het tijdvak van de elektrische pick-up, de Andrew Sisters, Frank Sinatra en Perry Como behoren er ook nog toe en de hele uitbarsting van muzikale creativiteit in de jaren zestig. Hebben we toen de walkman gekregen? Ligt er weleens een walkman bij het vuilnis? Het zou me niet verbazen. Nu krijg je alles van YouTube.

We hebben het toen niet goed beseft maar omstreeks het einde van de Koude Oorlog is de digitale revolutie begonnen, en die woedt voort. Hebt u nog een laptop uit het jaar 2000; bent u bang geweest voor de millennium-bug, het spontane mankement dat iedereen zou overvallen omdat de harde schijf deze drie nullen niet zou slikken? Het bleek flauwekul te zijn maar bijna iedereen was bang. Zijn er toen veel laptops bij het vuil gezet? Misschien kan een oudere vuilnisman een antwoord geven.

Langzamerhand heb ik veel oude apparatuur op straat zien liggen, maar nog nooit een laptop. Misschien komt dat door de moderne achterdocht. Het is niet uitgesloten dat de nieuwe dief, de digitale versie, ’s nachts op zoek naar harde schijven de vuilnishopen afschuimt. Hij vindt uw oude laptop, maakt zich meester van uw bank- en andere geheimen en voor u het weet bent u tot de laatste cent geplunderd of gechanteerd.

Hoe dan ook, naarmate de verandering zich sneller voltrekt, wordt de bereidheid tot weggooien groter. De geschiedenis wordt rijker aan feiten maar die worden met toenemende achteloosheid behandeld. De laatste die dit afval van de vooruitgang ziet, is de vuilnisman. Daarom zou ik graag de memoires van zo iemand willen lezen.

    • S. Montag