Toveren met synthesizers

Winnie-the-Pooh, de femme fatale, het Bauhaus. Europa is meer dan schuldenbergen en europerikelen. In een serie over de cultuur die het continent bindt: de elektro-pop van Kraftwerk.

Het singlehoesje van ‘Tour de France’

Geen popgroep zo Europees als het Duitse Kraftwerk. Vergeet even het Zweedse ABBA, dat beschouwd wordt als een van de pioniers van de commerciële Europop, maar zich baseerde op de Amerikaanse bubblegummuziek. En vergeet ook de Beatles, die hun inspiratie vooral haalden uit de rock-’n-roll uit Memphis en de soul uit Detroit. De ware Europeanen in de pop zijn vier synthesizertovenaars uit Düsseldorf, wier invloed op de muziekgeschiedenis nauwelijks overschat kan worden. In 1974 werden ze beroemd met Autobahn, een 22 minuten durend loflied op het wegenstelsel dat Duitsland verbindt met de rest van het continent. Drie jaar later herhaalden ze hun succes met Trans Europa Express, waarin de geneugten werden bezongen van een treinlijn die de Champs-Elysées verbond met de Weense nachtcafés en de hippe clubs van Düsseldorf en Berlijn waar je Iggy Pop en David Bowie kon tegenkomen. En in 1983 kwamen ze met de single Tour de France, een vrolijke verzameling clichés over de Tour tegen de achtergrond van een hypnotiserende synthesizerbeat. Gezongen in simpel Frans, hoewel er – geheel in Europese Kraftwerkstijl – ook een versie in het Duits circuleert:

L’enfer du Nord, Paris-Roubaix

La Côte d’Azur et Saint Tropez

Les Alpes et les Pyrenées

Derniere étape Champs-Elysées

Galibier et Tourmalet

En danseuse jusqu’au sommet

Pedaler en grand braquet

Sprint final a l’arriveé

Crevaison sur les pavés

Le velo vite reparé

Le peloton est regroupé

Camarades et amitié

Wie zei er dat de Duitsers geen humor hebben? Hoogstwaarschijnlijk iemand die nog nooit naar Kraftwerk heeft geluisterd. Het olijk gestileerde viertal wist een maximaal contrast aan te brengen tussen compromisloze minimal music en droogkomische teksten. Waarbij de vervormde robotstemmen, die nu eens dreigend en dan weer melig klonken, het humoristische effect nog versterkten. Luister naar het begin van de herziene versie van Radioaktivität (1991), met morsepiepjes die een geigerteller lijken en gedeclameerde dieptepunten uit de geschiedenis van de kernenergie (‘Tscher-no-byl – Har-ris-burg – Sel-la-field – Hiro-shi-ma’). Denk aan de concerten die ze gaven waarbij ze als robots bewogen en af en toe een ‘solo’ weggaven door met veel nadruk op een knopje van hun computer te drukken. Lach om de songtitel Ohm Sweet Ohm. Of beluister ‘Autobahn’, waarin de geluidseffecten over elkaar heen buitelen en het hoogtepunt wordt gevormd door een parodie op het eigen refrein.

Grappig, maar eigenlijk ging het daar bij Kraftwerk niet om. Het doel was serieuze kunst, muzikaal experimenteren met elektronica, in de traditie van Karlheinz Stockhausen en de pioniers van de zogeheten Krautrock (Can, Neu!, Tangerine Dream), maar dan toegankelijker. Tenminste, vanaf Autobahn, waarop ook nog de vrolijke (instrumentale) deuntjes Kometenmelodie 2 en Morgenspaziergang te vinden zijn. Vóór 1974 hadden de twee motoren van de groep, Ralf Hütter en Florian Schneider, in hun Kling Klang Studio drie compromisloze, want puur instrumentale, albums gemaakt. Pas toen ze Autobahn uitbrachten, en het titelnummer inkortten tot een single van iets meer dan drie minuten, beleefden ze in Engeland, en zelfs in de Verenigde Staten, een doorbraak.

Autobahn haalde net niet de toptien, maar het nummer moet zijn blijven hangen in de geest van de artiesten die in de jaren daarna de popmuziek zouden beheersen. In die van de kopstukken van de Britse elektropop bijvoorbeeld: David Bowie (die de b-kant van zijn Berlijnse single Heroes vulde met een hommage aan ‘V-2’ Schneider), New Order (dat zelfs een song met de titel Krafty uitbracht) en Britse New Romantics als Duran Duran en Depeche Mode. Maar ook de New Yorkse hiphoppionier Africa Bambaataa zong de lof van ‘die funky Duitsers’ en mixte in 1982 motieven uit de Engelse versies van Trans Europa Express en Nummern door zijn hitsingle Planet Rock. Toch zijn de belangrijkste erfenissen die Kraftwerk – in vier decennia en met een dozijn platen – heeft nagelaten de technohouse en de trance. In de eerste helft van de jaren tachtig verbonden elektromusici uit Detroit de staccatosynthesizers en repetitieve melodieën van Kraftwerk met de warmbloedige ritmes van de funk. Hun voorbeeld was Africa Bambaataa, maar meer nog dan hij bezorgden ze Kraftwerk de grote naam die het nog steeds heeft.

„George Clinton ontmoet Kraftwerk in de lift” was de omschrijving die technopionier Derrick May eind jaren tachtig voor zijn muziek gebruikte. Kraftwerk was toen al over zijn hoogtepunt heen. De groep behaalde nog groot succes met hun greatest-hitsplaat The Mix (1991) en met Tour de France Soundtracks, dat het honderdjarig bestaan van de Tour de France in 2003 luister bijzette.

Vanaf 2008 hield medeoprichter Florian Schneider het voor gezien; maar Kraftwerk, dat al sinds 1972 in wisselende samenstellingen als trio, kwartet en kwintet samenspeelde, treedt onder leiding van Ralf Hütter nog steeds op. Zodat ook de iPodgeneratie ‘de Beatles van de elektronische muziek’ nog in levenden lijve kan aanschouwen – als ze zichzelf tenminste niet, zoals in de jaren tachtig, op het podium laten vervangen door robots. Nog maar een paar maanden geleden stonden ze acht avonden achter elkaar in het MoMA in New York. Wie zoiets niet hip genoeg vindt, kan altijd nog een concert bijwonen van hun eigentijdse erfgenamen Armin van Buren en Tiësto.