Roofkat met souplesse

In de klasse van de executive saloons koketteert de Jaguar XF met sportiviteit en elegantie.

Fotografie: Lars van den Brink Jaguar XF gefotografeerd bij Kroymans Jaguar B.V. Op de foto manager Edwin Hartendorp.

Een Jaguar met een viercilinder diesel. Kan dat? Jaguar vindt van wel, getuige de XF 2.2 Business Edition. Het Britse klassemerk kan moeilijk anders, want de belangrijkste Duitse concurrenten – die in tegenstelling tot Jaguar elk ook nog eens een stationcar kunnen aanbieden – maken stuk voor stuk goede sier in de prestigeklasse met viercilinder zelfontbranders. Grotendeels ingegeven door milieuwetgeving en het streven naar CO2-reductie is downsizing inmiddels ook geaccepteerd in de luxere segmenten, waar zes- en achtcilindermotoren de norm waren. Al was het maar omdat motoren met twee of zelfs vier cilinders minder uitstekend blijken te presteren.

De Jaguar is daarop geen uitzondering. De motor wordt al gebruikt in de Land-Rover Freelander, maar Jaguar wenste wel enkele aanpassingen door te voeren. Er komt 190 pk uit de machinekamer, wat redelijk bescheiden lijkt in een bijna 1.800 kilo zware auto, maar belangrijker is het voor diesels zo kenmerkende hoge koppel (voor de kenners: 450 Nm) en de daarmee gepaard gaande souplesse. Een contactsleutel is niet nodig, een druk op de knop volstaat en zodra de motor is gestart, gaan er op het dashboard zacht zoemend vier luikjes open. Daarachter blijken zich echter slechts ventilatieroosters te bevinden. Veel functioneler is de draaiknop waarmee de automatische versnellingsbak wordt bediend; die komt na het starten langzaam omhoog en is dan een sieraad voor het interieur. Als optie kan hij met leer worden bekleed, maar nodig is dat niet.

Waar de Jaguar XF aan de buitenkant sinds zijn facelift van vorig jaar koketteert met een grotere grille, lekker gemeen kijkende koplampen en de wonderschone fastback achterkant, valt het interieur een beetje tegen. De binnenruimte is niet overweldigend, maar daar staan Jaguar-interieurs al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw om bekend. Achterin is vooral een flinke tunnelbak spelbreker voor de voeten. Voorin is het allemaal een stuk beter, de stoelen bieden een opvallend goede zijdelingse steun en door de lage zit voel je goed wat de auto onder je doet. Sommige bedieningsknoppen zijn wat moeilijk te vinden of te doorgronden, zeker voor iemand die voor het eerst achter het stuur van een XF stapt.

Op wat mooie details na is het dashboard nogal sober uitgevoerd. Een toerenteller en een snelheidsmeter, dat is het wel. Waar is de tijd gebleven dat een Jaguar-dashboard een onafzienbare rij meters had? Met een oliedruk- en olietemperatuurmeter, een voltmeter, een brandstofmeter en zo’n mooi analoog uurwerk? Is dat de nieuwe zakelijkheid, die bij de al even zakelijke dieselmotor hoort? Feit is dat de motor, mede door de perfecte stop-startautomaat, de zuinigste is die Jaguar ooit bouwde. Met gewoon rijgedrag haalde ik er 1 op 13,3 mee, een keurige waarde voor zo’n zware auto.

Achttrapsautomaat

Want lichtvoetig is de XF allerminst; in alles is te voelen dat je met een boel auto onderweg bent. Motor en onderstel vergoeden echter veel, terwijl de achttrapsautomaat voor optimaal rendement aan de aangedreven achterwielen zorgt. Wel is het duidelijk dat de transmissie is afgestemd op brandstofeconomie; de automaat zoekt bijzonder snel naar de hoogste overbrenging, waardoor je je zelf wel eens aantreft met een motor die nauwelijks meer dan stationair loopt bij 80 kilometer per uur. Maar gelukkig is daar handmatig iets aan te doen; even twee of drie trappen terugschakelen is met behulp van peddels aan het stuur snel geregeld en dan doet de XF zijn merknaam eer aan; gaat hij er vandoor als een grote roofkat die een sappige gazelle in het oog krijgt.

Goed beschouwd is er geen reden meer om, in de hogere middenklasse, niet voor een Jaguar te kiezen. Kwaliteit, prestige, prestaties, uitrusting en zelfs de leaseprijzen zijn op het niveau van de concurrentie. Dat er nog altijd tien keer zoveel Audi’s A6 en BMW’s 5 Serie worden verkocht is niettemin een glashard gegeven. Maar heel stiekem vinden traditionele Jaguar-rijders dat wel prettig. Zo blijft de exclusiviteit toch een beetje gegarandeerd.