Rembrandt, maar dan in de krant

Peter van Straaten (77) tekent niet meer dagelijks voor Het Parool. Maar uitgetekend is hij nog niet. In een tentoonstelling brengt hij een hommage aan z’n inspirator Jo Spier.

Van Straaten kijkt de kunst af bij Spier, 2012. Collectie Persmuseum

Het beeld op het affiche is veelzeggend: Peter van Straaten zit achter een groot vel papier waarop hij met pen en inkt bomen tekent. Hij leunt naar links, en kijkt naar de tekening van bomen die de man naast hem maakt: tekenaar Jo Spier (1900-1978). Daaronder staan de woorden, handgeschreven in Van Straatens karakteristieke kapitalen: ‘O, zò doe je dat’.

Het is duidelijk: Spier is de oude meester, Van Straaten zijn leerling. Het is een hommage. Van Straaten, die deze cartoon tekende, toont zich schatplichtig aan Spier, de man die voor de oorlog een soortgelijke status had als Van Straaten nu heeft: een van Nederlands geliefdste tekenaars in kranten en weekbladen. De man die Nederland en de Nederlanders in een paar lijnen kan vangen.

Van Straaten maakte de cartoon als affichebeeld voor de expositie ‘Peter van Straaten & Jo Spier, Virtuoze tekenaars van het Nederlandse leven’ die sinds gisteren te zien is in het Persmuseum in Amsterdam.

Van Straaten (1935) tekende 54 jaar voor Het Parool. Hij begon als reportagetekenaar – een uitgestorven vak – in 1958 en stopte dit voorjaar. Sinds 1988 maakte hij dagelijks een tekening voor Het Parool, onder de titel ‘Het dagelijks leven’. Nu tekent Van Straaten nog wekelijks voor zowel Vrij Nederland (politieke spotprenten) als voor de Achterpagina van deze krant, waar hij op vrijdag een vaste rubriek heeft.

Toen hij als 23-jarige begon te tekenen voor de krant wilde hij vooral ‘kunstwerken’ maken, „mooi van lijn maar verder niks. Ik wou een soort Rembrandt worden, maar dan in de krant”, zegt Van Straaten in de catalogus bij de expositie. Maar tussen die droom en werkelijkheid staan druktechnieken in de weg, en deadlines. Van een redacteur van Het Parool kreeg hij het advies om goed naar het werk van Spier te kijken.

Op de expositie, waar tientallen werken van Van Straaten en Spier naast elkaar hangen, is te zien in hoeverre dat advies is opgevolgd. Hoewel Van Straaten een ruigere tekenstijl heeft, zijn de overeenkomsten soms frappant, zoals bij de tekening vanuit vogelvluchtperspectief die Van Straaten maakte van de Elfstedentocht in 1963 voor de voorpagina van Het Parool. Die tekening doet qua sfeer en opzet en lijnvoering sterk denken aan het winterlandschap dat Spier voor de KLM als kerstkaart tekende in 1954.

Jo Spier was sinds de jaren twintig een tekenaar van De Telegraaf, uit de tijd dat tekeningen makkelijker dan foto’s waren te maken en te reproduceren in de krant. Hij was cartoonist en reportagetekenaar – zijn boek Per potlood door Nederland (1934) was een bestseller. Hij ontwikkelde een heel gestileerde, trefzekere tekenstijl. Hij schreef bij zijn cartoons de teksten in een stijlvol hoofdlettertje. Die lijken erg op de letters waarmee Van Straaten zijn ontnuchterende of melancholische opmerkingen (‘Moeder, ik ben niet gelukkig’) onder zijn tekeningen zet. Van Straaten, meldt de catalogus, geeft ronduit toe: „Dat lettertje van mij, dat is van hem gejat.”

Maar dit is geen expositie over jatwerk, maar een over inspiratie en wederzijdse bewondering van vakbroeders.

Beiden hebben ze, zo valt te zien, een enorme veelzijdigheid als tekenaar ontwikkeld: als politiek spotprentenmaker, als reportagetekenaar, als cartoonist, als rechtbanktekenaar, als reclametekenaar. Van al die facetten is iets opgenomen op de expositie. Van Spier zijn ook, in vitrines, prentenboekjes te zien die hij vlak na de oorlog maakte: een als pleidooi voor annexatie van een stuk van Duitsland. En een voorlichtingsboekje over de Marshallhulp. De oorlog komt amper aan bod op deze expositie, maar speelt zeker in het leven van Spier een grote rol. Er hangt één tekening van Spier uit de tijd dat hij in concentratiekamp Theresienstadt zat, getiteld Und Gott Schuf Die Erde, met de Bijbeltekst in het Duits. Daarop staat een berg vol kleurige, vrolijke dieren afgebeeld. Hij tekende het als cadeau voor zijn vrouw bij hun twintigjarig huwelijk, in het kamp. Spier, van Joodse afkomst, werd gedwongen tekeningen te maken in het kamp. Hij was door de Duitsers gevangen genomen omdat hij een spotprent in De Telegraaf over Hitler gemaakt had: dat die maar beter kunstschilder had kunnen blijven. Spier en zijn gezin overleefden het kamp, maar na de oorlog werd hij er door sommigen van beschuldigd dat hij geheuld had met de vijand. Om die reden emigreerde hij in 1951. Hij was toen nog reportagetekenaar voor Weekblad Elsevier. In Amerika bouwde hij vooral als reclametekenaar een nieuw bestaan op. De tekening uit het kamp over de schepping verwerkte hij in het boek The Creation, dat ook op de expositie ligt.

Spier ontmoette Van Straaten nooit, maar ze correspondeerden wel. Van Straaten had hem een bundel van zijn Paroolstrip Vader & Zoon opgestuurd, omdat hij Spier bewonderde. En de ‘ouwe man uit Amerika’ schreef terug dat hij Van Straatens werk volgde en van grote waarde vond – artistiek en cultuurhistorisch.

Peter van Straaten & Jo Spier, Virtuoze tekenaars van het Nederlandse leven. Persmuseum Amsterdam, t/m 28 september.

    • Paul Steenhuis