Rechtsbuiten van vakcentrale FNV wordt spelbepaler

Het linkse bolwerk FNV koos vorige week voor oud-rechercheur Ton Heerts als voorzitter en opvolger van Agnes Jongerius. Een links profiel heeft hij niet. Wel een reputatie als hervormer. „Willen jullie hervormingen, dan krijgen jullie hervormingen”, hield hij de voorzitters van de 19 bij de FNV aangesloten bonden al voor.

Ton Heerts, de nieuwe voorzitter van vakcentrale FNV. Foto Olivier Middendorp

De ‘rechtsbuiten’ van de FNV, wordt hij intern wel genoemd. „Rechts van het midden”, schat voorzitter Wim van den Burgh van de militaire vakbond AFMP hem in. „Iemand die niet houdt van de klassieke vakbondspetjes en de fluitjes. Hij is zeker geen SP’er. En Ton kan ook gruwen om zaken die zich bij de PvdA afspelen.”

De FNV, met bijna 1,4 miljoen leden de grootste vakbeweging van Nederland, vergrijst en radicaliseert. Toch wees dat ‘linkse bolwerk’ vorige week zaterdag Ton Heerts, de man met ‘een rechts profiel’, aan als nieuwe voorzitter. Een breuk met het verleden. Zijn voorgangers, Wim Kok, Lodewijk de Waal en Agnes Jongerius, waren uitgesproken PvdA’ers. Heerts is politiek eigenlijk nauwelijks te plaatsen, zeggen zijn intimi. Toen hij in 2007 een plek kreeg op de kandidatenlijst van de PvdA voor de Tweede Kamerverkiezingen, moest hij zijn lidmaatschap nog hals over kop regelen.

Hij stemde wel op de PvdA, bekende hij in 2007 in het blad SERmagazine, na zijn overstap naar de Tweede Kamer. Andere partijen waren toen niet voor hem in beeld. Hooguit het CDA. Maar toen hij in 2000 de overstap maakte naar de militaire vakbond AFMP van de links georiënteerde FNV, nam hij ook afscheid van het christelijke gedachtengoed. „Ik zit uiterst rechts in de PvdA en uiterst links in de VVD”, zei hij eerder in deze krant. Daar moet de buitenwereld het mee doen.

De kwalificatie ‘rechtsbuitenspeler van de FNV’ komt onder meer van voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten, de grootste bij de FNV aangesloten bond. Maar de rechtsbuiten van toen, heeft nu de positie van spelbepaler, vindt Van der Kolk. Net als anderen die Heerts de afgelopen jaren hebben meegemaakt, wil hij hem niet aan de klassiek linker- of de rechterflank van het politieke centrum plaatsen. „Hij kan met iedereen overweg. Van SP’ers tot uitgesproken VVD’ers. Hij kan luisteren en verbinden. Met een directe en confronterende stijl. Nu moet hij als FNV-voorzitter voorop gaan. En als spelbepaler gebruik maken van de buitenspelers die er nu zijn.”

Heerts nam de hordes op weg naar de FNV-top op zijn eigen manier. Niet via bulderende speeches op actievergaderingen of het Malieveld, maar bij de Marechausseevereniging (Marver) en de christelijke vakcentrale CNV. Waarom hij in 1985 lid werd van Marver? Hij was nog geen drie maanden in dienst toen een meerdere hem adviseerde: Wil je het maken bij de marechaussee? Dan moet je lid worden van een vakbond. Waarom dat zo vanzelfsprekendheid was? „Omdat militair- en politiepersoneel zich traditioneel verenigt tegen een overheid die ze niet altijd vertrouwt”, blikt hij zelf terug.

„Dat lidmaatschap is bijna automatisme in ons beroep”, beaamt Van den Burg. We zijn stevig georganiseerd. De organisatiegraad bij de militairen en de politie schommelt tussen de 80 en 90 procent.”

Via de Marechausseevereniging klom Heerts in de jaren negentig op naar het algemeen bestuur van de CNV. Samen met latere CDA-politici als Aart Jan de Geus en Gerda Verburg. Op de kaderschool van die vakcentrale kreeg hij nog les van Jan Peter Balkenende. Op verzoek van voormalig CNV-voorzitter Anton van Westerlaken heeft hij nog geprobeerd om zijn onafhankelijke Marechausseevereniging op te laten gaan in de CNV. Maar dat lukte niet. Een autonome Marechausseevereniging paste niet in de op bijbelse grondslag georiënteerde CNV.

In 2000 maakte hij de overstap naar de FNV. Hij nam de 4.000 leden van de Marver met zich mee.

Heerts is geworteld in het Twentse Tubbergen. Opgegroeid in een gezin waar hij tussen vier broers en drie zussen de jongste was. Zijn keuze om zich aan te melden bij de Marechaussee was geen verrassing, zegt zijn oudste broer, Johan Heerts. „Hij hield wel van spanning en sensatie als de brandweer of de politie moest aantreden in het dorp. En zijn belangstelling voor het vakbondswerk was er al snel toen hij op het opleidingscentrum zat.”

Hij kan opgaan in zijn werk, zegt zijn broer. Maar hij markeert ook heel duidelijk zijn privéleven. „Daags voor zijn benoeming zat hij nog een belangrijke vergadering voor van FUN, een van de supportersverenigingen van FC Twente. En de zondag erna was hij er gewoon bij op onze familiedag. Zijn telefoon ging wel af en toe, maar hij was er gewoon bij.”

Heerts brak zijn politieke carrière in de Tweede Kamer in 2010 af vanwege familieomstandigheden én het politieke gekrakeel over de Kunduz-missie. Na zijn scheiding, in 2007, deelde hij de zorg voor de kinderen. Zijn zoon ging naar de middelbare school en als Justitiewoordvoerder in de Tweede Kamer realiseerde Heerts zich hoeveel er mis kon gaan in de puberteit. „Het is een kwetsbare leeftijd”, zei hij in een partijblad van de PvdA. „Daarom wil ik meer beschikbaar zijn voor hem en kunnen bijsturen als dat nodig is. Ik moet werk dichter bij huis zoeken dat minder uren opslokt.”

„Hij nam zijn verantwoordelijkheid als ouder serieus”, zegt zijn broer. Inmiddels woont Ton weer samen met zijn vrouw en hun twee zoons.

Heerts nam het besluit om zijn gezinsleven zwaarder te laten wegen dan zijn carrière voordat PvdA-partijleider Wouter Bos of toenmalig ‘kroonprins’ van het CDA, Camiel Eurlings, dat deden. Zijn vertrek kwam voor oud-collega’s in de Kamer als een verrassing. „Ik had hem wel politieke carrière zien maken”, zegt staatssecretaris Fred Teeven, in die tijd justitiewoordvoerder voor de VVD. „Hij was een doortastend realist waar ik vaak zaken mee heb gedaan. Ik heb hem ook nooit kunnen betrappen op politieke stokpaardjes, terwijl er toch gevoelige zaken speelden. Zoals de reljongeren in Gouda, of de commissie waar we samen in zaten over de verwevenheid van de georganiseerde criminaliteit met de ‘bovenwereld’.

Je kon hem rechts noemen als het om veiligheid ging. Maar als het om sociale wetgeving ging, vond ik hem meer een ‘realpolitiker’. Met duidelijk een positie in zijn eigen fractie. Want hij trok zijn eigen lijn en kreeg daar ook de ruimte voor.” Zijn nieuwe positie als voorzitter van de FNV, noemt Teeven „opmerkelijk”. „Ik had hem eerder terug verwacht in de politiek.”

SP-Tweede Kamerlid Jan de Wit, is kritischer over Heerts. „Hij was duidelijk een oud-rechercheur in de politiek. Toen het over die reljeugd in Gouda ging, was hij geprofileerd. Hij nam het vooral op voor de politiemensen die bij die rellen betrokken waren. Het is wel iemand die openstaat voor voor andere mensen. Die kwaliteit heeft hij nodig in zijn nieuwe functie.”

Directeur Liane den Haan van de seniorenbond ANBO, maakte Heerts mee als FNV-vicevoorzitter en als kamerlid. „Hij wilde een ouderenbond binnen de FNV beginnen. Maar hij wist dat er al zo’n bond bestond. De gesprekken over onze aansluiting bij de FNV begonnen in 2005. We kwamen erbij in het jaar dat hij naar de Tweede Kamer ging.”

Daar was hij woordvoerder zorg en sociale zaken met een rechts profiel, zegt Den Haan. „Hij zei vaak: ‘We zijn de Partij van de Arbeid, niet de Partij van de Uitkeringen’. En toen de Wajong ter discussie stond (de uitkering voor jonge gehandicapten, red.) was hij voorstander van collectieve herkeuringen. Want uitkeringen waren er niet om zomaar uit te delen. Ook jong gehandicapten moesten gestimuleerd worden om maatschappelijk relevant te zijn. Natuurlijk vond hij dat de PvdA voor de minima moest opkomen. Maar iedereen, ook mensen aan de onderkant van de samenleving, moesten zelf de regie over hun leven houden.”

Na het vertrek van het Kamerlid Aleid Wolfsen, kreeg Heerts de portefeuille Justitie. „Maar we bleven contact houden”, zegt Den Haan. „Want op de achtergrond had hij binnen de PvdA-fractie een sleutelpositie. We belden wel eens als hij had gehoord dat er iets speelde. Want hij bleef betrokken bij zijn oude portefeuilles.”

Heerts werd afgelopen maand vooral door zijn collega’s van de politie- en militaire bonden als FNV-voorzitter op het schild gehesen. Oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) zou een nieuwe voorzitter voordragen. Maar dat lukte niet. „Het moest iemand zijn die de FNV van binnenuit kent. Maar voldoende afstand heeft om onafhankelijk te kunnen opereren”, zegt Van den Burgh. „Maar het moest ook iemand zijn die zijn sporen binnen de FNV verdiend had.”

En ook aan dat profiel voldeed Heerts. Hij had de FNV vanaf 2005 ‘smoel’ gegeven in de besluitvorming over de ziektewet en de WW. „We konden maar één persoon bedenken”, zegt Van den Burgh: „Ton.”

Aanvankelijk wilde hij niet. „Hij had zich wild geërgerd aan de manier waarop de voorzitters het afgelopen jaar met elkaar om waren gegaan en ruziënd over straat gingen.” Uiteindelijk ging hij, na gesprekken met voormalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal, alsnog overstag. Maar wel met een waarschuwing. „Willen jullie vernieuwing, dan krijgen jullie vernieuwing”, gaf hij als visitekaartje voorafgaand aan zij benoeming aan de 19 bondsvoorzitters af.

Twaalf jaar geleden stond Heerts aan de wieg van een operatie om de drie bonden van militair- en politiepersoneel in één organisatie onder te brengen, vertelt Van den Burgh. „Terwijl die bonden voor hun achterban toch herkenbare organisaties zijn gebleven.” Die blauwdruk heeft Heerts voor de hele FNV voor ogen: een coalitie van herkenbare bonden die zich nadrukkelijk met hun vak bemoeien. Met een overkoepelende organisatie voor wat ‘bondsoverstijgend’ is.” Een nieuwe FNV dus, maar dan op militaire leest geschoeid en geleid door een oud-rechercheur.

    • Jos Verlaan