'O God, dacht ik, ik ben lesbisch'

Barbara Rogoski (1964), speechtrainer, over haar grote liefde Kitty.

Het zijn net zussen: allebei blond en sterk. Eensgezind gaan ze van het terras door naar de supermarkt.

‘Ik had een typisch Amerikaanse, katholieke jeugd. Mijn familie is van Poolse komaf. Mijn vader was illustrator en overleed toen ik tien was; mijn moeder was verpleegster en een sober, hard werkend type. Mijn twee broers waren jaren ouder dan ik. Ik had geen rolmodellen.

„Op school was ik niet gelukkig. Ik was groot en verlegen en nogal een loner. Ik blonk uit in sport; op high school schopte ik het tot captain van het softballteam. Maar anders dan bij andere jocks (sporthelden, red.) leverde dat me geen populariteit buiten het sportveld op.

„Na mijn studie bedrijfskunde aan de universiteit van Florida verhuisde ik naar Washington, waar ik tijdelijk een kamer kon huren bij mijn middelste broer en zijn vrouw. Daar vond ik mezelf een beetje; ik was eindelijk onder het juk van mijn moeder vandaan en durfde wat losser te leven, vrienden te maken. Ik vond een lucratieve baan als verkoopmanager bij een medische uitgeverij en werd op mijn 24ste naar Nederland uitgezonden.

„Ik ontmoette een lieve, betrouwbare man. Hij was niet gelovig, maar stemde direct in met mijn verlangen om binnen de katholieke kerk te trouwen. Van tevoren bezochten we samen de priester. Mijn man wilde heel graag kinderen. De eerste jaren hield ik de boot af, maar op mijn vijfendertigste dacht ik oké, let’s go – dit is een ervaring die ik niet mis wil lopen. Ik vond het een wonder, de geboorte van mijn dochter en van mijn zoon drie jaar later. Het zorgen voor die kleine wezentjes vond ik ook mooi, maar een perfecte moeder was ik niet. Ik kreeg het steeds benauwder, alsof ik al mijn vrijheid moest inleveren. Ik ben iemand die ruimte nodig heeft, en tijd alleen.

„Intussen gebeurde er iets anders – iets dat me compleet overrompelde. In een Free Record Shop op het station viel mijn oog op een dag op een dvd. Ik pakte hem op en wist: deze moet ik hebben. Een soort magnetisme. Die avond wachtte ik tot mijn gezin sliep en bekeek ik de film in mijn verduisterde werkkamer op zolder. Het was een liefdesverhaal over een lerares en een leerlinge op een katholieke meisjeskostschool. O God, dacht ik. Ik ben lesbisch. Ik ben 45, getrouwd, actief lid van de kerk, en ik val op vrouwen.

„Mijn man reageerde heel goed toen ik het hem vertelde. Hij was niet eens verbaasd. Ga maar, zei hij, ik zorg voor de kinderen. Hij gaf me zelfs datingadviezen toen ik mijn eerste misstappen in het lesbische uitgaansleven zette. Ik kende de codes niet, ik kleedde me nog als een getrouwde hetero. Ik werd smoorverliefd op een vrouw die mijn aanhankelijkheid niet kon verdragen. Dat liep uit op een drama.

„Online durfde ik meer. Ik schreef een grappig blog over mijn gestuntel en reageerde op profielen van vrouwen die me aanstonden. Kitty was een mooie blondine, die net als ik van honden hield. Onze eerste ontmoeting was tijdens Gay Pride in Amsterdam.

„Kitty is al van jongs af aan uit de kast en heeft op relatiegebied veel meer meegemaakt dan ik. Ze is socialist, politiek bewust en anti-materialistisch; ik ben een kapitalist met een grote PC Hooft-bak voor de deur. Ik ben 1 meter 78 en dacht dat ik op nog grotere, mannelijke vrouwen viel; Kitty ging altijd voor klein en donker. Maar al die verschillen vinden we nu juist interessant. We leren zoveel van elkaar. Ik voel me veilig als ik bij Kitty ben. We wonen nog apart, maar we zijn zo veel mogelijk samen. Mijn kinderen vinden Kitty ook heel leuk.”

Ze hebben een trucje: Kitty heet ‘Mildred’ als ze over kleinigheden zeurt, Barbara is ‘Harold’ als ze te bot doet. Met die zelfbedachte bijnamen houden ze elkaar scherp zonder ruzie te hoeven maken.