Nintendovoetbal

Ik keek even mee over de schouder van een gezinslid. Op het kleine scherm van zijn spelcomputer zag ik een zee van op en en neer golvende mannetjes en een bal die zo vaak heen en weer ging dat je het ding steeds kwijt was. Ik herkende het patroon: wat Spanje speelt, is geen tikkie-takkie-voetbal (wie zegt nog tika taka?) – het is Nintendovoetbal.

Met een ander gezinslid zag ik Toy Story 3. En dus kan ik niet meer normaal naar Mario Balotelli kijken. Die hoekige bewegingen. Dat plotse stilstaan na een goal, alsof hij stuk is. Ik ken het ergens van. Die blauwe tape op zijn rug – plakken wij zo niet thuis een batterijvakje dicht? En dat vreemde streepje haar? De antenne!

Morgenavond zitten we nog één keer vol zenuwen voor onze grote schermen. Maar we zien niet de plaats waar het gebeurt. Ergens in Europa zitten twee kinderen tegenover elkaar. De één bestuurt Spanje met zijn Nintendo DS, de ander haalt het uiterste uit zijn radiografisch bestuurbare Mario Balotelli. Ze schreeuwen van plezier. Het is maar een spelletje.

Arjen Fortuin

    • Arjen Fortuin