Mede mogelijk gemaakt door Pierre Vinken

Typische transfers of bonje in de boardroom, gesuikerde bonussen of verbroken beloftes? De nieuwe firma is er bij – elke zaterdag.

Hoogleraar Paul Frentrop haalde deze week de media met zijn oratie Andermans Geld aan Universiteit Nyenrode. Niet zo raar voor een ex-journalist (FD, NRC). Hij legt de lat hoog. Professionele beleggers, zoals de stichtingen die onze pensioenen beheren, moeten zich tegenover hun achterban verantwoorden over hun beleggingen.

Zijn leerstoel heet corporate governance & capital markets. Onder de stoel ligt het geld van de stichting Topas, die aan het slot van de oratie bedankt werd voor de gulle gift.

Topas? Nooit van gehoord.

Zij blijkt gelieerd aan een andere stichting. Optas. Een geruchtmakende zaak. Optas beheerde de pensioenen van de Rotterdamse havenwerkers. Omdat de bazen en de werkers zichzelf niet vertrouwden met zoveel geld, gaven zij het beheer weg, letten niet meer op en werden pas wakker toen de stichting hun pensioenen had verkocht aan verzekeraar Aegon. Optas ging met de 1,5 miljard euro opbrengst leuke dingen doen voor kunst en cultuur. Boosheid alom. Optas gaf de havenwerkers nog 0,5 miljard.

De sterke man in het stichtingsbestuur? Pierre Vinken. Vorig jaar overleden. Zonder Vinkens inspanningen was deze dag er niet geweest, zei Frentrop als laatste dankbetuiging. Vinken maakte uitgever Elsevier groot. Hij is hoofdpersoon in een van de leukste biografieën over een Nederlandse topmanager. Ja, inderdaad, van de hand van Paul Frentrop.

Wat doen de beheerders van andermans geld is een goeie journalistieke én wetenschappelijke vraag. Maar de ondoorzichtige macht ligt elders, bij stichtingen met geld, maar zonder achterban. Zoals Optas en Topas.

    • Menno Tamminga