Loslaten, loslaten - daar gaat 't om

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Zij: „Toen ik hoorde van de borstkanker schoot door me heen: als ik het niet red, is Jos er gelukkig nog voor de jongens. Toen twee weken later bleek dat Jos ook kanker had, dacht ik eerst: dit kan niet waar zijn, dit is een vergissing, bij de volgende afspraak in het ziekenhuis krijgen we te horen dat ze niet goed gekeken hebben.”

Hij: „Maar het was wel waar. Samen kwamen we in de medische molen terecht: zelfde ziekenhuis, zelfde oncoloog, zelfde radioloog, zelfde chirurg. Dat hadden ze nog zelden meegemaakt: een echtpaar, beiden tegelijk onder behandeling.”

Zij: „Achteraf besef je dat je bij ziekte allerlei fases doormaakt. Het begint met ontkenning. Dan volgt verdriet. Stonden we ’s ochtends voor het raam de jongens uit te zwaaien die weg fietsten. Allebei met tranen in onze ogen. Dan komt de drang tot overleven.”

Hij: „Dat was het moment waarop we tegen elkaar zeiden: ‘we gaan ervoor knokken, opgeven is geen optie, we blijven leven.’ ”

Zij: „Operaties, chemokuren, bestralingen, alles hebben we over ons heen gehad.”

Hij: „Toevallig kwam het zo uit dat ik redelijk op de been was wanneer Jolanda het slecht maakte – en andersom. Elke middag gingen we samen rusten, een stukje wandelen. Samen eten maken en proberen het leven verder zo gewoon mogelijk te laten doorgaan.”

Zij: „Het is ongelofelijk hoeveel hulp we in die tijd gehad hebben. Familie, vrienden, buren – van alle kanten kwam het als vanzelf naar ons toe. Eten brengen, huis opruimen, meegaan naar het ziekenhuis, lieve kaarten, attenties, briefjes met telefoonnummers voor als we ’s nachts plotseling hulp nodig zouden hebben. Dat is een onvergetelijk mooie ervaring geweest.”

Hij: „Naast de behandelingen in het ziekenhuis hebben we ook hulp gehad van een orthomoleculaire arts. Die werkt met vitamines, mineralen en andere preparaten.”

Zij: „Ik zie het zo. In het ziekenhuis werken ze aan het zieke deel van je lichaam. Daarnaast moet je zelf werken aan het gezonde deel van je lijf. Je moet zorgen dat je conditie op peil blijft, zowel fysiek als mentaal, zodat je je energie niet helemaal verliest en snel kunt herstellen. De orthomoleculaire arts geeft voedingsadviezen en schrijft wel acht à tien verschillende middelen voor om je lichaam te ondersteunen.”

Hij: „In het ziekenhuis waren de artsen hier niet op tegen, zolang we ons er maar goed bij voelden. Alleen Sint-Janskruid mochten we niet slikken; dat combineerde niet goed met de chemo. In het ziekenhuis kregen we wel bewondering voor onze positieve instelling. Ik weet zeker dat het mede aan ‘de ortho’ te danken is dat we minder vermoeid waren en daardoor sterker waren om er doorheen te komen.”

Zij: „Ik denk echt dat veel ziektes het gevolg zijn van stress. Dat verzwakt je immuunsysteem, waardoor ziektes er doorheen kunnen breken. Ik heb in m’n leven nogal wat meegemaakt: broer op z’n 31ste omgekomen door een auto-ongeluk, zus op haar 39ste overleden, een neef jong gestorven, ouders overleden – allemaal in een vrij korte periode na elkaar. Intussen leef je door. De keerzijde is dat onverwerkte rouw zich in je lijf ophoopt en de stress zich opbouwt. Dat leidt tot verzwakking van je immuunsysteem.”

Hij: „Ik ben me er nu sterk van bewust dat je zo min mogelijk stress moet hebben in je leven. Loslaten, loslaten – daar gaat het om. Ik probeer me aan die regel te houden, maar je gaat nog wel eens in de fout.”

Zij: „Ik ben assertiever geworden. Zoveel mogelijk zeg ik het nu meteen wanneer mij iets dwarszit. Door die manier van reageren ben ik rustiger geworden, blijft er minder in mijn hoofd hangen waarover ik kan gaan tobben.”

Hij: „Ik ben in die periode van ziekte een moment heel bang geweest. Dat was echt The Passion of Jos. Nu denk ik: ik heb het gered, ik heb de dood weer flink op afstand gezet. Ik heb die angst daarna niet meer gevoeld.”

Zij: „Ik ben in de afgelopen jaren anders naar de dood gaan kijken. Ook daarin heb ik rust gevonden. Ik zie de dood nu meer als een overstap, als een vorm van ‘naar huis gaan’. Het einde zal niet het einde zijn.”

Hij: „Maar voorlopig zeggen we tegen elkaar: we worden 89 jaar of zo. Eérst gaan we nu door met het leven.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord