Integratie? Gun het tijd, niet zeiken

Joop van Riessen (68) was tot 2004 hoofdcommissaris bij de Amsterdamse politie. Nu schrijft hij thrillers met een vrouwelijke inspecteur in de hoofdrol. „Dan denk ik: verdomme Van Riessen, je hebt er behoorlijk wat van jezelf in gestopt.”

Baantjer

„Appie Baantjer is geweldig geweest voor het beeld van de Nederlandse politie. De politie in de jaren zeventig. Ik laat me inspireren door wat nú speelt. Ik haal ontwikkelingen uit kranten, van de straat en combineer dat met met mijn ervaringen uit de praktijk.

„Er zijn natuurlijk overeenkomsten. De verhalen zijn allebei gebaseerd op de praktijk. Maar bij mij gaat het ook over de machtspelletjes die er soms zijn, hoe het gaat in de driehoek (korpschef, hoofdofficier, burgemeester, red.).

„De oplages van Baantjer haal ik niet. Van mijn boeken zijn er een paar duizend verkocht, geen tienduizenden, geen honderdduizend. Maar er wordt over gesproken om er televisie van te maken. Dat zou ik heel leuk vinden.”

Anne Kramer

„Ik wilde niet dat het boek over mij zou gaan. Daarom heb ik van de hoofdpersoon een vrouw gemaakt, Anne Kramer. Maar je werkt toch vanuit je eigen beelden. Dus als ik het teruglees, denk ik: verdomme Van Riessen, je hebt behoorlijk wat van jezelf in haar gestopt. Het verschil is dat zij er goed uitziet. Van mijn vrouw en dochter, die ongeveer zo oud is als Anne, pik ik de vrouwendingen op. Dat ze gaan winkelen als ze even afleiding willen. En dat nagels lakken een rustgevend klusje is.

„Die invalide man uit mijn boek, die bestaat. Ik heb hem leren kennen toen ik meereed met de soepbus, waar daklozen een kop soep konden krijgen. Hij was zijn benen kwijtgeraakt toen hij zelfmoord wilde plegen – verkeerd om op de rails gaan liggen. Daarna was hij zonder benen het water ingesprongen, maar het lukte niet te verdrinken. Die man gíng maar niet dood. Dat blijft me dan bij en dat gebruik ik. Voor mijn boek moest hij een beetje body krijgen, daarom heb ik er een oud-agent van gemaakt.”

Taalfouten

„Staan er taalfouten in het boek? In de eerste alinea? ‘Nergens een huis die de wind even op kon vangen.’ Oh wat vervelend, dat zou niet moeten. Ja, natuurlijk is er eindredactie. Ik zelf kijk er niet meer naar, ik ben er dan al zo lang mee bezig geweest.

„Tijdens het schrijven zijn er momenten dat je denkt; dit wordt helemaal niets, ik hou ermee op, gooi maar weg. Er zijn ook euforische momenten, dat je verrast wordt door jezelf . Ik maak van te voren geen kader, van hoe het verhaal gaat lopen. Ik had een vaag idee over maffia en de dochter van een Italiaanse rijke familie. En ineens denk ik: twee vrouwen. Dus die Italiaanse dochter wordt verliefd op een moslima. Dat is toch waanzinnig? Dat overkomt me gewoon.”

Naïma

Een van de hoofdpersonen in mijn boek is Naïma, een lesbische Marokkaanse die een kapsalon begint in de Javastraat, waar vrouwen ook Nederlandse les kunnen volgen. Als ik iets over moslims heb willen uitdragen in dit boek is het: hoop. Het komt wel goed. De bus wordt tegenwoordig bestuurd door een vrouw met een hoofddoekje, dat is toch prima? Amsterdammers zijn altijd overal vandaan gekomen. Ik heb wel e-mails gekregen van mensen die zeggen: u weet niet waar u het over heeft, in mijn portiek woont alleen maar ellende. En de problemen zie ik ook echt wel, maar alle nuance is verdwenen. Ik zou tegen alle Nederlanders willen zeggen: gun het tijd, niet zeiken.”

Heineken

„Ik ben relatief kort zelf rechercheur geweest. Al snel werd ik leidinggevende. In 1981 leidde ik het team overvallen en zware criminaliteit.Toen ben ik, niet op mijn initiatief, overgeplaatst naar de Bijlmer, dat een apart politiedistrict moest worden. Het groeide in korte tijd van honderd naar tweehonderd agenten. Ik zat daar nog geen maand te managen – tussen het beton – toen Freddy Heineken werd ontvoerd. Dat zou míjn zaak zijn geweest als ik niet was overgeplaatst. Weer later werd ik gevraagd om plaatsvervanger van de korpschef te worden. Omdat ik me breed had ontwikkeld. Mijn overplaatsing hoorde kennelijk bij een opleiding. Nog weer later heb ik zelf mensen tegen hun zin van het uitvoerende politiewerk afgehaald omdat er een groter plan met ze was. Soms stonden de tranen hun in de ogen.”

Supermarkt

„Natuurlijk kom ik criminelen tegen op straat. Je herkent elkaar meestal. In de supermarkt ben ik wel eens op mijn schouder getikt. Een man die zei: ‘Dankzij u heb ik tien jaar vastgezeten.’ Ik had geen idee wie het was. Meestal geef ik zo iemand een hand, dat haalt veel spanning weg. Ik vraag: gaat het goed? En dat is het dan. Ik ben nooit bang geweest. Ook niet toen er tips waren binnengekomen dat bepaalde criminelen van plan waren een bom aan mijn voordeur te hangen. Ik ben toen drie dagen via de achterdeur het huis uit gegaan, maar er hing steeds niets. In diezelfde tijd controleerde mijn chauffeur met een spiegeltje op een stok de onderkant van mijn auto. Die stok ligt nog altijd in mijn huidige auto, ik vind het een grappig ding, meer niet.”

Schop

„Ik kan er wel eens pissig over worden. Hoe er op basis van één filmpje op YouTube meteen wordt gezegd dat dé politie gewelddadig is. Er zijn per jaar duizenden en duizenden contacten tussen burgers en politie, die allemaal geruisloos verlopen.

„Op zich snap ik wel dat het filmpje van die Rotterdamse agente die een man schopt op YouTube is gezet. Een agent die iemand schopt, dat ziet er nooit fijn uit. En dat dat veel wordt bekeken, snap ik ook. Het is niet verkeerd dat agenten op hun vingers worden gekeken. Maar waarom wordt er niet even gewacht met het trekken van conclusies? Tot het hele verhaal bekend is? Zo’n agente wordt direct publiekelijk gekielhaald. Die mensen moeten eens een nachtje meelopen met de politie in een uitgaansgebied, dan weten ze wat agenten meemaken.

„Ik heb lang geleden gezegd dat de politie allang je vriend niet meer is. Ik was niet zo weg van die slogan. Er was in de jaren tachtig een beeld ontstaan van een agent die ‘sorry’ zei als er op de stoep een fietser over zijn tenen reed. Het beeld van een politie die er was om burgers te helpen. Ik heb dat imago willen veranderen in dat van een professionele agent – een intelligente politieman – die hard ingrijpt als dat nodig is.”

Donald Duck

„Tot nu toe heb ik elementen uit allerlei zaken in mijn boeken gebruikt. Mijn volgende boek gaat over één zaak, die van de Donald Duck-colporteur. In 1974 konden we Gerard Spruit aanhouden voor het misbruiken en vermoorden van twee kinderen. Hij lokte ze met snoep of Donald Ducks, die hij aan de deur verkocht. Tijdens de zedenzaak rond Robert M. moest ik vaak aan Spruit denken. Ik zag overeenkomsten in het soort mens, het volkomen gebrek aan realiteitszin. Nadat Spruit was aangehouden, vroeg hij ons zorg te dragen voor de verlenging van zijn rijbewijs; dat zou binnenkort verlopen. Hij heeft zelfmoord gepleegd in de cel.

Tot nu toe heb ik steeds het perspectief gekozen van hoofdinspecteur Anne Kramer, afgewisseld met dat van anderen. In het boek waar ik nu aan werk, kies ik het perspectief van de dader. Ik heb me steeds afgevraagd of ik het aan zou durven om in het hoofd van die man te kruipen. Volgens mij lukt het.”