In het spoor van de ijsbeer

Het is er nu 24 uur per dag licht en je kunt er zeehond eten. reist per slee over Spitsbergen.

De mooiste plek van Spitsbergen: het Liefdefjord.

Bij de bagageband op het vliegveld van Longyearbyen in Spitsbergen sluipt de eerste je al tegemoet. Een ijsbeer. Het tweede opgezette kolossale exemplaar staat op zijn achterpoten in de lobby van het Radisson Blu Polar hotel. Het wachtwoord van het draadloze internet is er polar bear.

Er wonen meer ijsberen (ongeveer 3.000) dan mensen op Spitsbergen (2.900) en dat wordt de bezoekers van deze Noorse eilandengroep onafgebroken ingepeperd. Dit is ijsberenland. Op vrijwel elke bedrijfsauto die passeert of firma die je bezoekt staat het logo van het witte roofdier.

Een bezoek aan ijsberenland begint in Longyearbyen. De stad is vernoemd naar de Amerikaan John Munroe Longyear, die hier in 1906 een nederzetting begon voor de mijnwerkers van zijn steenkolenmijn. De plek geldt als de hoofdstad van Spitsbergen en telt ongeveer 2.000 inwoners. Om ze te beschermen tegen de permafrost (de ondergrond dooit in dit Noordpoolgebied nooit helemaal) steunen de huizen bovengronds op houten palen. De woningen hebben rode, blauwe of gele kleuren die door een kleurenambtenaar worden geselecteerd om de witte, geheel boomloze omgeving een beetje op te vrolijken.

Longyearbyen is een heuse stad. Er is een kolenmijn en een elektriciteitscentrale, een universiteit waar je Arctische biologie en geologie kunt studeren, een prachtig museum, een galerie, een ziekenhuis en een supermarkt. Op het centrale plein staat een standbeeld voor de mijnwerkers, de voornaamste bevolkingsgroep. De overige bewoners zijn studenten en werknemers in de toeristische sector. In de zomer, als het 24 uur per dag licht is, treffen ze elkaar tot diep in de nacht op het terras van bar Kroa of in nachtclub Huset. Ze drinken er grote glazen van het meest noordelijke gebrouwen bier: Mack. Een pilsje kost op tax free Spitsbergen maar 5 euro, dat is de helft van de prijs die je neertelt op het Noorse vasteland.

Om alcoholisme onder met name de mijnwerkers tegen te gaan hebben alle inwoners hier een drankenkaart die ze moeten laten afstempelen. Een meerderjarige bewoner mag in winkels maximaal 24 pilsjes en twee flessen sterke drank per maand kopen. Wijn kan op speciale plekken wel ongelimiteerd worden gekocht. Wijn is immers de drank van bestuurders en die worden niet dronken, zo is de redenering.

„Het leven is hier ruig, de natuur is krachtig, maar er is weinig stress”, zegt Ingunn Løyning (39). Ze verhuisde veertien jaar geleden van de Noorse stad Bergen naar Spitsbergen, dat de Noren Svalbard noemen. Het inwonertal van Longyearbyen verdubbelde de laatste twintig jaar bijna. Vooral het toerisme biedt steeds meer emplooi. Løyning is gids en opende haar eigen museum gewijd aan luchtschepen. Ze is gelukkig op Spitsbergen, ook in de winter als het vanaf eind oktober tot half februari permanent donker is. „Met volle maan is het prachtig om de krant te lezen.” Ze verheugt zich nu al op het jaarlijkse muziekfestival Polarjazz in februari.

De omgeving van Longyearbyen is geschikt voor dagtochten. In de kliffen van de Adventfjord zijn tienduizenden broedende alken, zeekoeten, papegaaiduikers en brandganzen te zien. De leukste activiteit is het maken van een sledetocht in de besneeuwde bergen die de stad omringen. Voorafgegaan door zes krachtige en opgewonden honden en met een anker als handrem bungelend aan je stuur, zoef je door de witte wereld. Het is een fantastische sensatie. Het enige nadeel is dat de honden ook tijdens het rennen enorm spetterpoepen.

Kolenmijn

Aan boord van de MS Nordstjernen, een schip van de Noorse rederij en reisorganisator Hurtigruten, is een driedaagse tocht langs de noordwestkust van Svalbard te maken. Eerste stop is Barentsburg waar zo’n 150 Russen en Oekraïeners werken. Ze exploiteren een gammele kolenmijn die het Russische staatsbedrijf Arktikugol tachtig jaar geleden overnam van de Nederlandsche Spitsbergen Compagnie.

In dit pooldorp leeft de oude Sovjet-Unie onverminderd voort. Op het centrale plein staat een borstbeeld van revolutionair Vladimir Iljitsj Lenin. Er is een zwembad gevuld met verwarmd zeewater, een sporthal, een cultureel centrum en een bibliotheek met 30.000 boeken. De inwoners hebben een eigen creditcard waarmee ze alle betalingen verrichten. „Onze werkgever wil voorkomen dat we ons bezatten”, zegt Sasha Romanovsky, die zoals iedereen werkt voor Arktikugol. „Met die kaart kunnen we maar 1 fles wodka per maand aanschaffen. En toch zijn er nog genoeg mensen hier die iedere dag dronken weten te worden.” In het theatertje voeren de inwoners voor toeristen een folkloristische show op. Na een uur stopt de voorstelling bruusk. De stroomvoorziening begeeft het.

Het dierenleven is vooral te zien in de fjorden. Daar zwemmen robben op ijsschotsen en zwerven rendieren en poolvossen langs de kust. Op het meest noordelijke punt dat de Nordstjernen aandoet, het eiland Moffen op 80 graden noorderbreedte, ligt een kolonie van honderd walrussen te snurken.

Walvissen laten zich slechts een enkele keer zien. Vierhonderd jaar geleden moesten de schepen van ontdekkingsreizigers hier nog slalommen om niet te botsen met de enorme vissen. Vooral door overbevissing van Nederlandse en Engelse walvisvaarders in het begin van de zeventiende eeuw is het overvloedige bestand aan walvissen nooit meer echt hersteld. In die periode werden hier soms jaarlijks duizend walvissen gedood.

Met de boot varen we langs het eiland Amsterdam. Hier exploiteerden Nederlanders tussen 1614 en 1660 traankokerijen in de nederzetting Smeerenburg. Het walvisvet werd er gekookt ter vervaardiging van olie voor verlichting en voor het maken van zeep. De restanten van de blubberovens liggen begin juni nog onder een dikke laag sneeuw. Op het behaaglijke schip is het moeilijk voor te stellen hoe landgenoten hier vier eeuwen terug in weer, wind en stank walvissen sloopten. Ze waren op hoogtijdagen met een man of 200 aanwezig en woonden in 17 huizen. Het ontzag voor de mannetjesputters wordt nog groter als je in het museum in Longyearbyen de opgegraven kleren van de vissers ziet. Dunne wollen wanten, een gehaakte muts en slappe schoenen.

Op Spitsbergen lieten Nederlanders ruim hun sporen na. De op Terschelling geboren ontdekkingsreiziger Willem Barentsz passeerde in 1596, op zoek naar een noordelijke route naar Oost-Azië, voor het eerst de eilandengroep. Het opvallend puntige gebergte in het noordwesten inspireerde hem tot de naam van Spitsbergen. Nederlanders gaven ook de naam aan de mooiste plek in dit noordpoolgebied. Het is een dertig kilometer diepe baai uitmondend in de Monaco gletsjer. Liefdefjord heet de plek vol prachtige bergen en tintelzingend ijs.

Hoofdprijs voor de toerist is het waarnemen van een levende ijsbeer. Wij zien er een op het strand liggen bij een bezoek aan een jachthut in de baai van Mushamna. De ijsbeer wordt bekeken vanuit de rubberboot waarmee we aan land gaan, op veilige afstand.

Op Spitsbergen merkt men dat de ijsbeer zich steeds vaker vertoont op plekken waar het roofdier voorheen nooit te zien was. Nederlandse wetenschappers die al jarenlang het wel en wee van brandganzen bestuderen, constateren dat ijsberen tegenwoordig zelfs eieren uit nesten opeten. Het is een alternatieve voedselbron. Door het steeds sneller smelten van het ijs zijn ijsberen minder makkelijk in staat zeehonden te vangen die ze alleen drijvend op het ijs goed beet kunnen nemen. In open water is de zeehond de matig duikende ijsbeer veel te snel af.

De vrees bestaat dat uitgehongerde ijsberen in de zomer vaker op zoek gaan naar voedsel in Longyearbyen. Aan de randen van de stad waarschuwen driehoekige rood-witte borden met een afbeelding van de poolbeer voor het dier. Op Spitsbergen mag je buiten de hoofdstad alleen op pad met zwaar kaliber geweer. Maar ook dan nog loert gevaar. Vorig jaar augustus viel een ijsbeer een kamp binnen van Britse studenten op 40 kilometer afstand van de hoofdstad. Hij doodde een 17-jarige jongen en vier anderen raakten zwaar gewond.

De favoriete snack van de ijsbeer blijft vooralsnog de ringelrob. Ook de toerist kan deze zeehond op Spitsbergen proeven. Hij staat op het menu in het Radisson hotel. Taste of Svalbard heet de combinatieschotel. Behalve ringelrob ligt er op het bord een stukje dwergvinvis en rendier met jachtsaus, aardappelcompote en groenten van het seizoen. De walvis en zeehond smaken naar vlees noch vis en zijn alleen met veel witte wijn te verteren. Rendier is wel lekker.