Gele vlaggetjes

Laatst zag ik hoe een man bij een flat een rij oranje vlaggetjes lostrok van zijn balkon. Het was een treurig beeld, als na een verjaardagsfeestje waar niemand voor op was komen dagen. Met geduld, of misschien was het tegenzin, haalde hij het lint binnen en legde de driehoekjes in zijn hand op elkaar.

Ik stelde me voor dat binnen de lege kratten bier naast de koelkast stonden, zijn Oranje-shirt in de wasmand lag, en hoe zijn dochter in de keuken de rood-wit-blauwe schmink van haar wang stond te boenen.

Op de Utrechtse Oudegracht zag ik vandaag nog vlaggetjes hangen. Het lint begon op twee hoog, aan de gevel van wat op de begane grond een kroeg was, en liep schuin naar beneden, naar een lantaarnpaal aan de overkant van de straat. Daar, samengeknoopt bij de paal, was te zien dat ze oorspronkelijk allemaal fel oranje waren geweest. Maar het merendeel van de vlaggetjes was inmiddels verkleurd in de zon, en geel geworden.

Thuis zette ik de televisie aan. Het was mooi weer in Luik, waar een renner gespannen stond te wachten op zijn eerste meters en het publiek verwachtingsvol over de hekken hing.

De sport is dood, lang leve de sport.

Peter Zantingh schrijft in de komende drie weken op deze plek regelmatig columns over de Tour.