De wereld zien in echo’s

biologie

Sommige blinden leren weer ‘zien’ door zich niets aan te trekken van de grenzen van het menselijk lichaam. Ze gebruiken geluid. Als vleermuizen vinden zij hun weg.

Als Daniel Kish (1966) de deur opendoet op zijn logeeradres in Amsterdam, staren twee vrolijke heldergroene ogen de bezoeker aan. Maar die ogen zien niets, want ze zijn van glas. De Amerikaan verloor zijn beide ogen al op heel jonge leeftijd. Als gevolg van netvlieskanker, zogeheten retinoblastoma, moest met zeven maanden eerst zijn ene oog worden uitgenomen, en een half jaar later ook zijn andere.

Maar dat hij niets meer kon zien leek de kleine Daniel totaal niet te hinderen. Uit zichzelf, zonder enige training, ontwikkelde hij een alternatief. Hij klikte met zijn tong en door goed te luisteren naar de weerkaatsing van het geluid kon hij zich oriënteren en voorwerpen onderscheiden. Net zoals een vleermuis zijn sonar gebruikt om te voorkomen dat hij ergens tegenaan vliegt, en waarmee hij in volle vlucht prooien kan vangen. Of zoals een dolfijn die met zijn klikgeluiden op afstand het onderscheid tussen verschillende soorten vis kan maken. Zo kon Daniel al kruipend voorwerpen lokaliseren, en ermee spelen zoals ieder kind zou doen.

“Mijn ouders hielden zich er helemaal niet mee bezig dat ik blind was geworden”, vertelt Kish aan de keukentafel. “Ze waren alleen maar blij dat ik een levensbedreigende kanker had overleefd. Van het begin af aan hebben zij hun aandacht gericht op wat mogelijk was, niet op wat niet meer mogelijk was. Ze negeerden het advies van de dokters om mij naar een blindeninstituut te sturen, zoals in die tijd gebruikelijk was. Ze gingen af op hun eigen gevoel, dat ik het beste af zou zijn met een zo normaal mogelijke opvoeding.”

Bij Kish kwam het klikken eerder dan het praten. Het ging heel natuurlijk en begon al toen hij zijn eerste oog kwijtraakte. “Toen mijn tweede oog eruit ging, had ik daar niet eens zoveel last van. Ik kon doorgaan met wat ik deed. Met vijftien maanden kon ik zelf mijn weg al vinden.”

Die zelfredzaamheid is heel belangrijk geweest, zegt Kish nu. Zijn ouders stelden hem bloot aan dezelfde vrijheden, activiteiten en mogelijkheden als andere kinderen van zijn leeftijd. “Zij vonden dat ik alleen zo kon leren een normaal leven te leiden. Achteraf gezien was dat inderdaad de perfecte voorbereiding. Als kind rende en sprong ik gewoon rond. Mijn favoriete bezigheid was klimmen, in alles wat ik tegenkwam: bomen, boekenkasten en hekken. Ik wandelde zelfstandig naar school en naar de huizen van vriendjes.”

Nu trekt Kish er regelmatig op uit in de natuur in Californië, de zonnige staat waar hij woont. Soms te voet, maar vaak ook op een mountainbike. Hij zit bij een fietsclub die behalve blinde ook enkele ziende leden heeft. Dankzij het klikken heeft hij weinig moeite om zijn weg te vinden. “We bevestigen bij iedere fiets het uiteinde van een tie-wrap tussen de achterspaken, waardoor het kleppert. Zo hoor ik ook waar de anderen zijn.”

Dankzij zijn echolocatie voelt Kish zich volledig vrij te gaan en te staan waar hij wil. Zijn blindheid vormt geen beperkingen op. En dat zou voor alle blinden moeten gelden, vindt hij. Het is zijn persoonlijke missie geworden. Kish zegde zijn baan ervoor op en richtte in 2001 de non-profit organisatie World Access for the Blind op. Het groeide uit tot een internationaal instituut dat trainingen geeft aan blinden, jong en oud. Kish reist de wereld rond om zijn ‘evangelie’ te verbreiden.

Gevestigde blindeninstituten lopen volgens Kish achter en bijten zich vast in dogma’s. “De traditionele leermethoden voor blinden zijn ontwikkeld door zienden”, zegt Kish, “ook de instructeurs zijn vaak ziend. De instituten werken met methoden uit de jaren vijftig, die blinden niet leren het initiatief te nemen; ze worden opgeleid tot volgers!”

Kish vindt het “schandelijk” dat kleine kinderen die blind zijn pas als zij zes jaar zijn geworden les krijgen in het gebruik van een taststok of echolocatie. “Iedereen die daar eens goed over nadenkt, weet dat dat een probleem is. Ouders krijgen nog steeds te horen dat een blind kind van twee jaar niet zelfstandig kan rondlopen. Een blind kind wordt geleerd op de tast langs de muren te lopen en zo zijn wereld te verkennen. Maar dat is wast ziende mensen die plotseling in een donkere kamer terechtkomen.

“Maar het is niet goed voor een blind kind. Als ze dan zeven, negen of zelfs twaalf jaar oud zijn, zeggen we: nu ben je toe aan de geleidestok. Maar dan hebben deze kinderen al een zelfconcept van afhankelijkheid en angst. Ze durven nauwelijks alleen met een stok de straat op. Blinde kinderen van twee of drie jaar oud die gewoon zelfstandig mogen rondrennen, zijn veel vrijer dan een blinde tienjarige.”

Kish studeerde psychologie en onderwijskunde en verdiepte zich in hoe de menselijke geest met risico’s omgaat. Bij zijn organisatie World Access For The Blind ontwikkelde hij zijn eigen methode, die erop gericht is blinden hun eigen vrijheid te laten herwinnen. “Echolocatie is eigenlijk maar een klein onderdeel van onze cursus. Cursisten leren ook op een nieuwe manier hun blindegeleidestok te gebruiken. Maar bovenal is het psychologie. We leren onze blinde cursisten de wereld te begrijpen, een positieve houding te ontwikkelen en een nieuwe manier om met emoties om te gaan. Op dat gebied is veel te doen, want de maatschappij heeft hun angst aangepraat, verwarring en twijfel gezaaid. Om dat eruit te krijgen is onze benaderring: er bestaan geen grenzen.”

Rudjer Glavurtic (1973) is een van de leerlingen van de methode van Kish. Glavurtic werd blind toen hij een jaar of veertien was. “In 1988 of 1989, dat weet ik niet meer precies”, vertelt de Kroaat in de schemerdonkere huiskamer van zijn woning in Utrecht. Hij lijdt aan retinitis pigmentosa, een aandoening waarbij de kegelcellen in het netvlies langzaam degenereren. “De meeste mensen die hieraan lijden houden een kokervisie over, maar ik kan alleen nog vaag zien aan de rand van mijn gezichtsveld. Ik krijg daardoor wel een impressie van licht en donker, en weet dan bijvoorbeeld of er iemand voor mij staat.”

Haast van de ene dag op de andere dag kon hij niet meer zien, vertelt Glavurtic: “Het was een emotionele periode. Het duurde lang voordat ik kon accepteren dat ik blind was. Ik wilde me niet als een blinde gedragen, ik weigerde op de tast leven. Pas zeven jaar nadat ik blind werd, leerde ik lopen met een blindenstok. Ik kon toen alleen ergens komen met hulp van mijn ouders en vrienden.”

Tijdens de Balkanoorlog in 1993 verhuisde Glavurtic met zijn ouders naar Zagreb in Kroatië, een stad die hij niet kende. Maar in plaats van dat hij zich daardoor liet belemmeren, inspireerde het hem om “toevalswandelingen” te gaan maken. “Ik begon te lopen en liet de verkeerslichten bepalen of ik rechtdoor ging of links- of rechtsaf. Ik genoot ervan, want zo leerde ik de omgeving steeds beter kennen. Maar soms verdwaalde ik. Dan wist ik totaal niet meer waar ik was. Ik liep dan door en kon dan plotseling weer op een voor mij bekend punt uitkomen, terwijl ik dacht dat ik heel ergens anders was. Teleportatie noemde ik dat.”

Later verhuisde Glavurtic naar Utrecht om daar te gaan studeren aan het conservatorium. Opnieuw een stad die hij nooit met zijn ogen heeft kunnen waarnemen, maar Glavurtic zegt dat hij precies weet hoe de stad eruitziet. “Ik voel de atmosfeer. Ik herken de vaste punten aan wat ik hoor en wat ik ruik, en soms aan het patroon van de straat onder mijn voeten. En nu ik echolocatie beheers, onderneem ik soms weer toevalswandelingen. Je kunt het namelijk beter trainen op onbekend terrein dan op routes die je al kent. Daar valt immers minder te ontdekken. Veel mensen die mij over straat zien gaan, geloven niet dat ik blind ben. Ze zien mij zonder stok lopen en mijn ogen zijn open, zodat het lijkt alsof ik ze aankijk.”

Glavurtic vertelt trots dat zijn blindengeleidehond Afra, die tijdens het gesprek aan zijn voeten ligt, zojuist met pensioen is gegaan. Met een leeftijd van tien jaar is de blonde labrador te oud geworden om nog de ogen van haar baasje te zijn. “Ik neem haar over van de blindengeleidedienst, als huisdier, en ik heb geen nieuwe besteld”, zegt de Kroaat. “Ik red mij prima met alleen mijn stok. Een hond is soms zelfs onhandig, die moet dan weer een nieuwe route leren. Met mijn stok en met behulp van echolocatie ga ik nu naar plaatsen waar ik nog nooit eerder ben geweest. Ik ben onafhankelijker dan ooit tevoren.”

Voor ziende mensen is het nauwelijks voor te stellen dat iemand aan alleen geluidsweerkaatsingen voldoende heeft om zicht te oriënteren. Hoe is het om als een menselijke vleermuis door het leven te gaan? “Mijn wereld bestaat uit locaties en dimensies”, doet Daniel Kish een poging het uit te leggen. “Uit contouren, vormen en de diepte van een structuur. Ik neem waar of oppervlakken absorberend of reflecterend zijn, of ze onderbroken zijn of juist helemaal solide. Het vergt meestal een paar klikken om precies te bepalen hoe iets eruitziet.”

Volgens Kish is echolocatie het beste te vergelijken met het betasten van objecten, maar dan op afstand. “Door mijn klikecho’s te interpreteren kan ik mijn armen als het ware honderden meters ver uitstrekken en gebouwen of voorwerpen aftasten. Ik krijg zo een goed overzicht van hoe de wereld in elkaar zit. Ik zie een ruimtelijke omgeving, zonder kleur, zonder contrast, zonder zwart en wit. Het komt heel dicht in de buurt van zien, maar is toch anders. Sommige mensen rapporteren dat ze tijdens de echolocatie lichtflitsen en schaduwen zien. De echo’s komen in hun hersenen visueel over. Maar de kleur die zij zien is niet echt, die denken ze er zelf bij.”

Ook Glavurtic heeft geleerd aan de hand van echo’s de vorm van objecten waar te nemen. Dat begon bij auto’s op straat, toen hij ontdekte dat hij kon horen waar de motorkap eindigde en de cabine begon. Nu kan hij personenauto’s en bestelbusjes van elkaar onderscheiden, maar zijn herkenningsvermogen gaat nog niet zo ver dat hij ook het merk van de auto’s kan bepalen.

“Het beeld dat ik met echolocatie krijg, is behoorlijk grof”, zegt Glavurtic. “Mijn instructeur heeft mij wel eens uitgelegd dat het vijfduizend keer minder scherp is dan gewoon zien. Ik kan bijvoorbeeld zien dat een object op straat dun is van onder en dan breder wordt van boven. Dat kan een boom zijn of een verkeersbord. Maar als het niet als metaal klinkt, en het de zachte echo van bladeren terugkaatst, dan zal het wel een boom zijn. Het gaat met raden en deduceren, je moet er soms hard over nadenken om erachter te komen wat het is.”

Echolocatie is de sleutel tot de emancipatie van blinden, zegt Daniel Kish, die zichzelf en leerlingen van zijn methode voortdurend opvoert als bewijs. “Echolocatie maakt blinden zelfredzaam en geeft ze hun zelfvertrouwen terug. Een van de grootste fouten die de maatschappij maakt in de benadering van blinden is dat we ze leren afhankelijk te zijn. Maar als zij zich aanpassen aan hun blindheid, hoeven ze niet meer te vertrouwen op de ogen van anderen.”

Kish vermoedt dat echolocatie een verworvenheid is uit het menselijk evolutionair verleden. “De vroege mens was vooral prooidier, geen roofdier”, zegt hij. “Dat betekende dat het overdag vaak te gevaarlijk was om voedsel te zoeken, dat moest gebeuren onder dekking van de schemering en de nacht. De vroege mens gebruikte zijn tastzin en echolocatie om zich te oriënteren in het donker. Als bewijs daarvoor zie ik dat geen van beide technieken erg moeilijk zijn om te leren.

“Maar de moderne mens is het vergeten, we hebben ons steeds verder verwijderd van die verworvenheden. We leven tegenwoordig in een visuele wereld, die met televisie en computer alleen maar visueler wordt. Maar tegelijk is uit diverse wetenschappelijke onderzoeken gebleken dat ook ziende personen de echo-informatie meer gebruiken dan we ooit dachten. Zou het niet geweldig zijn om kinderen zo op te voeden dat zij al hun zintuigen weer leren kennen en gebruiken?”

Dit is een ingekorte versie van het hoofdstuk ‘De wereld in echo’s’ uit het boek ‘IJzeren Wil, de wetenschap achter durfals’ van Sander Voormolen, deze week verschenen bij uitgeverij Bert Bakker.

    • Sander Voormolen