Aanpassen aan Italië, dat wordt je dood

Bondscoach Cesare Prandelli heeft in één EK de Italiaanse stijl van pakweg honderd jaar proberen te veranderen. Dat is knap. Italië had traditioneel een blok van twee stevige jongens voor de verdediging. Nu staat daar alleen Andrea Pirlo, een heel ander type. Hij is een verbindingsspeler met veel vrijheid. Het spel is aantrekkelijker, met ook nog goede resultaten.

Pirlo is in de vorm van zijn leven. Hij voetbalt zo makkelijk, is altijd aan te spelen en kan geweldig goed naar voren voetballen. Hij maakt het zichzelf makkelijk door steeds achter de bal te spelen. Zo heeft hij altijd overzicht. De Duitsers Mesut Özil en Toni Kroos waren met z’n tweeën, maar ze konden hem niet stoppen. Daniele De Rossi hield hem uit de wind en Pirlo koos steeds het juiste moment om bij iemand uit zijn rug weg te lopen.

Italië heeft een goede combinatie van aanvallers. Antonio Cassano is sterk aan de bal, lastig voor zijn tegenstander en loopt zich helemaal het apezuur. Mario Balotelli is in deze vorm niet te stoppen. Ze hangen hem vaak op aan zijn rare fratsen. Hij heeft moeite zijn leven als miljonair in te richten. Maar als je bedenkt dat hij pas 21 jaar is, is het ongelofelijk wat hij kan. Hij is sterk, snel en finisht geweldig.

Het is mooi hoe deze ploeg Balotelli onder controle heeft gekregen. Dat is ook de verdienste van Prandelli, maar zijn medespelers zie je ook steeds met hem bezig. Ze beschermen hem, maken contact met hem. Ook na de wedstrijd tegen Duitsland kreeg hij alle aandacht. Daar leeft dit soort spelers van.

De verdediging van Italië is altijd sterk. Ze hebben vier lange jongens die hard verdedigen. Gianluigi Buffon is een betrouwbare keeper. Hij begon matig, maar werd steeds beter. Dat geldt eigenlijk voor het hele elftal. Italië had weinig krediet, maar ze hebben zich snel ontwikkeld. Prandelli heeft eerst gekeken wat voor spelers hij heeft en daarna zijn opstelling gebouwd.

Spanje moet de halve finale van Italië maar eens goed bekijken. De Duitsers hadden zich aangepast. Dat werd hun dood. Spanje speelt makkelijk van de verdediging naar het middenveld, maar heeft daarna moeite de bal naar het doel te krijgen. Willen ze Italië uit elkaar trekken, dan moet dat over de buitenkanten. Want het centrum zit op slot. Italië doet dat beter, met Pirlo, Cassano en Balotelli.

De finale van een middelmatig EK is een botsing van stijlen. Spanje wil mooi voetballen, Italië wil nu alleen maar winnen. Vergis je niet, ze zijn heel trots. De KNVB heeft in Zeist een vitrine met wat schalen, de Italiaanse bond heeft een apart gebouw voor zijn prijzen. Daar werd ik bij een bezoek meteen heen gereden voor een rondleiding van een razend enthousiaste man.

Wij kunnen nog wat leren van hoe de Italianen het volkslied meezingen. Ik heb in mijn tijd bij Jong Oranje geoefend met het Wilhelmus. Dat deden we gewoon heel slecht. Ik vind dat je dat op school moet leren, net als de Tachtigjarige Oorlog. Ze kregen het goede voorbeeld toen we tegen Jong Italië moesten spelen. Heel indrukwekkend. Vooral het laatste woord schreeuwen ze echt: Italia!

Voetbaltrainer Foppe de Haan (1943) geeft voor- en nabeschouwingen op wedstrijden van het EK. Dit is de laatste analyse.