20 jaar KPN: van wereldspeler tot speelbal

KPN heeft het lot niet meer in eigen handen nu de Mexicaan Carlos Slim ruim een kwart van het bedrijf bezit. Hoe een staatsbedrijf met internationale ambities werd teruggeworpen op de lokale markt.

In Oostenrijk heeft 30 procent van de brievenbussen een sleuteltje. Het sleuteltje opent de bus. Naast de eigenaar heeft alleen de bezorger van de Österreichische Post dat sleuteltje. De markt was open, maar het expansiebeluste Nederlandse postbedrijf TNT kwam er niet tussen. De liberalisering van de Europese postmarkt had nieuwe kansen moeten bieden, maar het Oostenrijkse sleuteltje illustreert de stroperigheid van ingesleten gewoontes en nationale belangen. Van de botsing van uitdagers als TNT en verdedigers op de markten van voorheen de staatsmonopolies in het openbaar nut. Eind 2009 trok TNT zich terug uit Oostenrijk.

Energie- en openbaar vervoerbedrijven, telefoon en posterijen, iedereen moest in de jaren negentig van de vorige eeuw de markt op. Politieke sentimenten moedigden liberalisering aan. Het volkskapitalisme werd ontdekt. Technologische revoluties, zoals mobiele telefonie, internet en email veranderden de concurrentieverhoudingen. Trends in het bedrijfsleven zoals fusies, overnames en meedogenloze kostenreducties verhoogden de dynamiek nog verder. Koplopers wonnen beleggers, achterblijvers riskeerden aandeelhoudersoproer.

En nergens komt dat zo treffend samen als in de opkomst en de val van het Nederlandse staatsbedrijf dat in 1994 naar de beurs ging onder de naam KPN en toen nog post én telefoon bundelde. Goed voor ruim 90.000 werknemers, opeens de grootste particuliere werkgever van Nederland. Eind juni 1998 splitste KPN zich in aparte telefoon- en postbedrijven. De ambities waren onstuimig. Liberalisering was een kans, geen bedreiging.

En nu?

KPN zit tegen de wil van topman Eelco Blok vast aan de Mexicaanse grootaandeelhouder América Móvil die uit het niets kwam en opeens 28 procent van de aandelen bezit. De Belgische dochter Base staat te koop. De Duitse dochter in mobiele telefonie E-Plus (gekocht in 1999) was de afgelopen weken het ‘wisselgeld’ van de top van KPN om de Mexicanen af te troeven. Vergeefs.

Het postbedrijf, nu PostNL genaamd, is terug geworpen op Nederland. De vertrouwde postkantoren zijn verdwenen. Reorganisaties zijn de continuïteit. De postbode is een part-time bezorger.

Het pakjesvervoerbedrijf TNT Express is vorig jaar onder druk van beleggers van PostNL afgesplitst en opgekocht door de Amerikaanse concurrent UPS à ruim 5 miljard euro.

Ze zijn terug bij af. Hoe kan de oogst zo mager zijn?

Op 13 juni 1994 toen de fine fleur van de financiële wereld KPN begeleidde op zijn eerste stapjes op de vloer van de Amsterdamse effectenbeurs keken sommige al verder dan de geslaagde privatisering. Wie zou overleven? Post of telefoon?

De telecomdochter zou opgeslokt worden door een grootmacht uit een buurland, Frankrijk, Duitsland of misschien wel British Telecom, dat jaren eerder al was geprivatiseerd. Zij profiteerden van hun klantenmassa op hun thuismarkt. Het zou jagen of gejaagd worden. KPN was het haasje. Daarom was KPN bij de beursgang op meerdere manieren beschermd tegen opkopers. Toenmalig directeur staatsdeelnemingen op het ministerie van Financiën John Lintjer zei: „KPN is een openbaar nutsbedrijf, een bijzondere onderneming die niet behandeld kan worden als willekeurige andere bedrijven.”

En de posterijen? Niet sexy. Geen groeipotentie. Grensoverschrijdende fusies? Nee, dat konden financiële experts zich niet voorstellen. Post was voor landen als Frankrijk toch een verkapt werkgelegenheidsproject. De post zou een beursgenoteerd nutsbedrijf worden, met vette dividenden. Telecom zou het groei-aandeel zijn: hoge investeringen, grote beloftes.

Dat post en telecom niet samen zouden blijven, dat stond wel vast. Maar zoals met alles in het bedrijfsleven (en op de beurs): wat is de timing?

Ruim twee jaar later zette KPN de beslissende stap met een miljardenovername: 2,7 miljarden gulden (nu: 1,22 miljard euro) voor het Australische transportbedrijf TNT. Koeriersdiensten en pakjesvervoer zijn wél internationaal, wél een groeimarkt. Tegenwoordig klinkt ruim een miljard euro niet als een wereldovername, maar in 1996 hadden nog geen tien Nederlandse multinationals dat op hun naam.

Weer twee jaar later werd het en post/koeriersbedrijf afgesplitst onder de naam TNT Post Group. Het is de eerste van vele naams- en identiteitsveranderingen. TPG, TNT, PostNL.

De splitsing kwam aan de vooravond van een fusie-, overname- en beursorgie waarin telecom een hoofdrol speelt. Op Europese schaal was KPN een middelgrote partij met her en der samenwerkingen en plannen, tot in China toe. Eind 1999 deed telecombedrijf KPN zijn ‘overname van de eeuw’ met E-Plus een snelle groeier op de Duitse mobiele telefoonmarkt. Dankzij de euforie onder geldschieters kon ook een partij uit een middelgroot land een rol kopen op de grote Duitse. KPN betaalde de overname met tijdelijk geld, in de verwachting dat de definitieve overnamesom betaald zou worden op het moment dat KPN het mobiele telefoniebedrijf als apart dochter naar de effectenbeurs zou brengen. Want de belegger zag vaste telefoonnetten op dat moment als de postbezorging: stabiel, maar saai. Een fusie met de Spaanse Telefónica ketste op het laatste moment af. Beleggers en topmanagers waren buiten zichzelf van het groeigeloof. Om dat te onderstrepen dreven bedrijven bij de veiling van de eerste frequenties voor mobiel internet de prijzen door het dak. Kassa voor de veilende overheid.

In de loop van 2001 was het voorbij. KPN had geld gespendeerd dat er niet was, kwam in problemen, en moest gered worden. De overheid moest lappen. Topman Paul Smits vertrok, moegestreden. Ad Scheepbouwer – de baas van de post en commissaris bij KPN – werd benoemd als puinruimer. In ruil voor zijn mission impossible vroeg en kreeg hij een riante beloning. Hij kromp het bedrijf en investeerde, bij voorkeur in de beleggers (dividend, aandeleninkoop).

Aan het roer bij TPG kwam een nieuw gezicht: Peter Bakker, de financieel directeur, die een ongewone combinatie blijkt van rekenmeester en duurzaamheidskampioen. Hij stond voortdurend onder druk. Van vakbonden die de beste afvloeiing voor hun (vergrijsde) leden eisten. Van beleggers die wilden dat hij dochters verkoopt. Eerst ging de logistieke divisie, later ook de pakjes en koeriersdiensten onder de naam TNT Express en uiteindelijk het hele idee dat je een Europees postbedrijf kon zijn.

Voor TPG bleek expansie taaier dan voor KPN. Weinig Europese postbedrijven, meestal nog in staatshanden, werden te koop gezet. Dat betekende: samenwerking zoeken met lokale partijen. Klein beginnen. De uitdagersrol spelen. De technologische revolutie die in telecom kansen schepte op een drastisch wijzigend speelveld, bleek in de post louter spelbreker. Een aanzet tot behoudzucht. Duitsland en Frankrijk hielden hun markt de facto gesloten. In Engeland werd de Royal Mail te koop gezet, maar beleggers die tien jaar eerder elke expansie gretig financierden kijken nu de andere kant op. Bah, risico’s. Op de thuismarkt kwam wel concurrentie – ook dat is liberalisering – om te beginnen bij de bulkpost van bedrijven. De concurrentie van internet en email vreet bovendien omzet en banen.

Bakker en Scheepbouwer namen vorig jaar beide afscheid. Hun opvolgers kregen de koude douche. TNT Express moest verkocht worden om de schulden- en pensioenlast van PostNL te verlagen. PostNL zelf ziet topman Harry Koorstra vertrekken na een conflict met de commissarissen. En KPN-chef Eelco Blok heeft een Mexicaanse kernaandeelhouder én een geïsoleerde positie. Het KPN van toen, van de beursgang in 1994, tilde jarenlang boven zijn macht. De beoogde internationale speler is een lokale speelbal geworden.

    • Menno Tamminga