Een gezicht van staal

Het is zover: de sporter heeft zich weten te plaatsen. Het thuisfront volgt de prestaties vaak op afstand. Hoe is dat? Deze week de zus van tennisser Arantxa Rus.

Kim Rus. Foto Floren van Olden

Topsport is kiezen. Trainen of het strand. Trainen of een opleiding. Trainen of vriendinnen. Kim Rus (24) koos voor het laatste. Ze geeft nu 32 uur per week tennisles in ’s-Gravenzande en speelt af en toe een wedstrijd. Haar zus Arantxa (21) klimt ondertussen gestaag op de internationale ranglijst: ze is nummer 72 van de wereld. Afgelopen week stond ze op Wimbledon, gisteren werd ze uitgeschakeld. „Aranxta kan niet tegen haar verlies. Zij wil al-tijd winnen”, zegt Kim. „Dat heb ik niet.”

In een café vlak bij haar appartement in Den Haag vertelt Kim over haar zus, over tennis, en over vroeger. Ze lijkt op haar zus. Ze is rustig en nuchter – héél nuchter. Topsport is een baan, vindt ze. En over tennis praat ze niet zo veel. „Ik heb het liever over mode.”

Kim en Arantxa groeiden op in Monster, in het Westland. Haar vader werkt er voor een bedrijf dat chemische bestrijdingsmiddelen produceert. Haar moeder bij een milieudienst. Hij deed aan hardlopen en voetbal. Zij aan atletiek en waterskiën. De kinderen gingen op turnen en ballet. Maar toen Kim op haar vijfde een tennisracket kreeg, was ze verkocht. „Eentje van plastic, met zo’n zacht balletje.”

Eindeloos stond ze te oefenen tegen de schuur. Een jaar later mocht ze op tennisles. Kim was eigenlijk nog te jong, maar groot voor haar leeftijd. Ze mocht het proberen en nam meteen haar zusje mee. Niet lang daarna werden Kim en Arantxa geselecteerd voor de jeugdopleiding van de tennisbond.

Tot zover geldt: twee zussen, één verhaal.

Maar Arantxa mocht op haar twaalfde naar Jong Oranje. Zij richtte zich na de mavo op een topsportcarrière. Kim werd niet geselecteerd en koos voor een opleiding sport en bewegen. Kim heeft er geen spijt van. „Ik heb een leuke baan. Een leuk leven. En ik kan er nu toch niks meer aan veranderen.”

Nu volgt Kim haar zus meestal op afstand. Hangt er een camera op de baan waar Arantxa speelt, dan zit ze voor de tv. Of ze volgt de wedstrijden op internet. Vorige maand, tijdens Roland Garros, reed ze met vriendinnen naar Parijs. Ze was trots en zenuwachtig. En stiekem opgelucht dat zij daar zelf niet hoefde te staan. „Laat mij maar lekker vanaf de zijlijn toekijken.”

Dat is het grootste verschil tussen ons tweeën, zegt Kim Rus. „Ik vond trainen altijd superleuk. Maar tijdens wedstrijden presteerde ik veel minder. Dat gevoel dat je moet winnen. Dat iedereen komt kijken. Dat trok ik niet.” Terwijl Arantxa juist beter presteert onder druk, zegt ze. „Arantxa is jarig in december. Ze was vaak de jongste in haar leeftijdscategorie. Ze moest er hard aan trekken om mee te kunnen doen.”

En dat deed Arantxa graag. Bij haar moest iedere bal goed zijn, terwijl Kim vaak dacht: volgende keer beter. Dat verschil maakt ook dat Kim veel bewondering heeft voor haar zus. „Je moet zo veel laten voor de sport. Je kunt bijna nooit iets leuks doen. En als Arantxa tijd heeft, trekt ze vooral met mij en mijn vriendinnen op.” Zelf heb je als tennisser weinig tijd om vriendschappen op te bouwen, legt ze uit. Je reist de hele wereld over, zonder er iets van te zien, zegt ze. „De tennisbaan, het vliegveld, verder niks.”

En gedurende die reizen is ze mentaal gegroeid. „Vroeger was Arantxa nog wel eens boos als ze speelde. Nu zie ik dat bijna nooit meer. Terwijl ik me wel kan voorstellen dat je soms je beheersing verliest.” Ze doelt op de wedstrijd op Roland Garros tegen de Duitse Julia Görges. „Dat meisje was heel vervelend. Ze stond zo met haar vuist te zwaaien. En toen wilde ze ook nog blessuretijd aanvragen. Arantxa pakte dat heel cool op”, zegt Kim. „Ze houdt een gezicht van staal. Heel beheerst. Dat is goed.”

Toen Arantxa een ronde later alsnog verloor, zag Kim de boosheid wel. „Ik zou dan nooit zeggen: je had het zo of zo moeten doen. Mijn ouders ook niet. Zo gaan wij niet met elkaar om. We houden ons op afstand. Omdat het haar sport is. Haar werk. En omdat ik vind: als je er alles aan hebt gedaan, maar verliest, dan is dat niet zo erg. Volgende wedstrijd beter.”

    • Lineke Nieber