Zwartepieten na het Waterloo van Charkov: maar waarom anoniem?

Alle Nederlanders hebben verstand van voetbal – zelfs ik. Althans, bij terugkeer uit een buitenland zonder noemenswaardige bandbreedte (waar geen EK-nieuws doordrong), merkte ik op Schiphol in een oogwenk hoe de voetbalvlag erbij hing: halfstok. „Van topland naar het lachertje van het EK”, las ik daarna van verslaggevers Koen Greven en Rob Schoof vanuit het

Alle Nederlanders hebben verstand van voetbal – zelfs ik. Althans, bij terugkeer uit een buitenland zonder noemenswaardige bandbreedte (waar geen EK-nieuws doordrong), merkte ik op Schiphol in een oogwenk hoe de voetbalvlag erbij hing: halfstok. „Van topland naar het lachertje van het EK”, las ik daarna van verslaggevers Koen Greven en Rob Schoof vanuit het Waterloo dat ook wel Charkov wordt genoemd.

In de sportwereld is het gebruik ingesleten om off the record te praten

Toch was ik nog niet voorbereid op de orgie van zelfmutilatie in de kranten en op tv. Zelden zal een Nederlands elftal zo over de hekel zijn gegaan als het stelletje kennelijke egoïsten dat het voor ons in Charkov heeft verknald.

Ook NRC Handelsblad was niet zuinig met kritiek. Al voor het eerste duel van Oranje werden zes valkuilen gesignaleerd waarin Oranje „zomaar zou kunnen vallen” (Waarom Oranje geen kampioen wordt, 8 juni). De toon was gezet.

Daarna volgde een reeks stukken, met opiniërende koppen, over het zwakke optreden van Van Marwijk (Met conservatisme komt Oranje niet verder, 11 juni, en Wie niet vernieuwt, roest vast, 17 juni) en het gebrek aan teamgeest in het elftal (Overmaat aan ego’s en simpelweg te weinig kwaliteit, 18 juni en Geen team, geen kans, 23 juni). Het laatste werd aangekeild met het nieuwsbericht ‘Oranje genekt door Klaas-Jan Huntelaar’) – tussen aanhalingstekens, want het betrof hier de mening van niet nader genoemde „betrokkenen”.

Maar was dat allemaal ook fair?

Niet volgens een sportverslaggever van de Volkskrant, die dinsdag in een persoonlijk getint stuk klaagde dat de media de haat en nijd in het elftal zwaar hadden overdreven, veelal met anonieme bronnen (Modderstroom vol ‘onthullingen’ kan Oranje kapotmaken, 26 juni).

Dat artikel leek mij dan weer vooral een poging om de schade een beetje binnen de perken te houden. IJdele hoop: een massasport als voetbal is een graadmeter van de gevoelstemperatuur van een samenleving – en zo bezien valt er voor sociologen veel te halen. Waren de nederlagen van 1974 en 1978 nog aanleiding tot woede op de rest van de wereld (we hadden namelijk recht op de overwinning), nu keerde die zich volledig tegen het eigen team. Was daar die eerdere keren dan niks op aan te merken?

Het commentaar van de krant kraakte harde noten over dat voetbalpatriottisme (Hardnekkige mythe onderuit, 18 juni). „Onze eigendunk staat een realistische beoordeling van krachtsverhoudingen in de weg.” Maar omdat het idee dat Nederland, hoe dan ook, een geniaal voetballand is (het is „een soort wereldwonder”, aldus het commentaar), hardnekkig is, moeten er bij zulk dramatisch verlies kennelijk schuldigen worden gezocht.

Dat deed deze krant dus ook. Met grote inzet en voor het grootste deel, naar mijn smaak, alert en gedurfd (al vóór het EK de nederlaag van Oranje voorspeld) – al was het, voor een permanente buitenspelspeler als ik, een tikje veel. En de opiniërende koppen? Sportjournalistiek zit tegen recenseren aan, dus ook die zijn wel te begrijpen.

Maar de Volkskrant-schrijver raakte wel een teer punt: waarom al die anonieme bronnen, vooral in Geen team, geen kans, waarin Huntelaar de zwartepiet kreeg?

Anonieme bronnen kunnen, volgens het Stijlboek, worden gebruikt als het gaat om vitale informatie die anders niet kan worden verkregen. Maar in zinnen als „Ik vraag me af of er nog toekomst voor hem [Huntelaar] is in Oranje” gaat het niet om informatie, maar om een persoonlijke inschatting – van wie? Een clubgenoot? Een familielid? Een rivaal of tegenspeler?

Verslaggever Koen Greven, een ervaren sportredacteur, zegt daarover: „We hebben het echt niet over één of twee mensen die ons verhaal staafden. Het gaat bijvoorbeeld bij het gedrag van Huntelaar om vier of vijf mensen die dit beweerden.” Het probleem is, zegt hij, dat de sportwereld nu eenmaal niet graag on the record praat. „Het is al moeilijk genoeg om mensen anoniem aan het praten te krijgen.”

Daar heeft Greven gelijk in: het is in de sportwereld, zo veel als er ook op tv wordt gekletst, een ingesleten gebruik om alleen onder hele strakke regie of anoniem met journalisten te willen praten. Er staan tenslotte grote belangen op het spel.

Maar toch. Hoe moet de lezer die kritiek over en weer nu wegen?

Je zou hopen dat ook in de sportwereld doordringt dat, als je dan toch de zwijgcode doorbreekt, je dat ook voor eigen rekening moet durven nemen. De lezer heeft daar in elk geval belang bij. Journalisten kunnen eraan bijdragen door, zoals het Stijlboek ook voorschrijft, anonieme bronnen ten minste zo goed mogelijk te omschrijven: er zit volop ruimte tussen een hele naam en de dooddoener „betrokkenen”.

Dan een correctie op mijn vorige rubriek, over het ‘Lente-akkoord’. Daarin schreef ik dat ik in de krant niet had kunnen vinden dat minister De Jager (CDA) het begrip had omarmd. Dat meldde de krant wel, in een kadertje dat ik had gemist (Even voorstellen: het Lente-akkoord, 19 mei). Beter zoeken dus, ook op de drempel van een vakantie.

Overigens zou het ook niet gek zijn als de redactie het in één regeltje op de plek van deze rubriek laat weten als de ombudsman met vakantie is. Al is het maar om premature onrust of euforie onder de lezers te voorkomen. Dat is inmiddels afgesproken.