Wat ouders zeggen als hun kind drinkt

Ouders van een kind dat zichzelf in een coma heeft gedronken, worden vaak niet strenger met alcohol. Verbieden heeft geen zin, zeggen ze. Eén van zes misverstanden.

Kinderpsycholoog Mireille de Visser praat voor haar werk niet alleen met de jonge comazuipers die in haar ziekenhuis belanden. Ze praat ook met hun ouders. Ouders die hun kind hebben aangetroffen, onder het braaksel, bleek en buiten bewustzijn. De Visser: „Het zo zien van hun kinderen is voor ouders bijna traumatiserend. Ze denken: mijn kind gaat dood.”

Maar veel van die ouders, zegt De Visser, blijken een paar maanden ná het alcoholcoma niet strenger op te treden tegen hun drinkende kinderen. Dat weet De Visser omdat ze een ‘nagesprek’ voert met ouders en kind. Zo sprak ze onlangs met de ouders van een 15-jarige jongen, acht weken na zijn opname in het ziekenhuis waar zij werkt, het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. „De ouders vertelden me dat er nu een regel was dat hij geen alcohol meer mocht. Toen sprak ik hun zoon, en die zei alleen: ‘Ze verwachten van me, dat ik geen alcohol drink.’ Dat klinkt al een stuk vager. En wat bleek: hij had inmiddels alweer gedronken.”

Uit onlangs verschenen onderzoek van de Universiteit Utrecht, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Trimbos-instituut, het kennisinstituut voor verslaving, blijkt weliswaar dat ouders beter letten op het alcoholgebruik van hun kinderen, maar tegelijkertijd heeft slechts eenderde van de Nederlandse ouders een afspraak met het kind om tot in elk geval het zestiende jaar geen alcohol te drinken.

Uit gesprekken van deze krant met kinderartsen, kinderpsychologen en onderzoekers komt eenzelfde beeld naar voren. Nederlandse ouders zijn zich meer bewust van de gevaren van alcohol, maar treden over het algemeen niet streng op tegen hun drinkende kinderen. Ouders worden vooral milder zodra kinderen de leeftijd van zestien naderen.

Dat is opvallend: alcohol ontregelt de ontwikkeling van het puberbrein. Het leidt tot minder goede schoolprestaties. Bij jongens is bewezen dat alcoholconsumptie de botontwikkeling remt. En er is het jaar na jaar stijgende aantal comazuipers: minderjarigen die zoveel drinken dat ze buiten bewustzijn raken en naar het ziekenhuis moeten.

Waarom zijn ouders niet strenger? Daar is niet één reden voor aan te wijzen, zeggen de deskundigen. Er is sprake van een reeks hardnekkige overtuigingen. Een bloemlezing.

‘Verbieden heeft geen zin, dan doen ze het juist’

Een gevleugelde uitspraak onder opvoeders. Maar bij alcohol klopt het niet, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, onder meer door de Nijmeegse psychologen Haske van der Vorst en Rutger Engels. Eén keer per jaar, vijf jaar lang, ondervroegen zij 428 Nederlandse gezinnen over de opvoedregels omtrent het alcoholgebruik van hun tienerkinderen. Hoe strenger de ouders waren, hoe kleiner de kans dat de kinderen op jonge leeftijd begonnen met drinken.

Rutger Engels: „We hebben ook geanalyseerd of kinderen van héél strenge ouders zich juist te buiten zouden gaan aan alcohol. Dat bleek niet het geval. Ze dronken significant minder dan leeftijdsgenoten, ook als ze inmiddels al uit huis waren.”

‘Ik wil ze liever thuis leren drinken, dat is beter dan buitenshuis’

Het klinkt verantwoord. Maar zo werkt het niet, zegt Engels. „Kinderen die thuis leren drinken, consumeren later in de puberteit meer alcohol. Zowel binnenshuis als buitenshuis.” Kinderen interpreteren de opvoedregel blijkbaar anders dan hun ouders. Ouders denken: thuis heb ik er controle over. Kinderen onthouden vooral: ik mag dus drinken van mijn ouders.

‘Ik heb zelf ook gedronken toen ik tiener was. En ik ben ook niet verslaafd geraakt’

Dit zegt weinig. „Je weet niet hoe verslavingsgevoelig jouw kind is”, zegt Rutger Engels. „En nog los van verslavingsgevoeligheid: je weet niet of jouw kind wel of geen maat kan houden. En omdat je dat niet weet, is het niet verstandig om te zeggen: één biertje moet kunnen.”

Drinken nu is bovendien iets anders dan drinken twintig jaar geleden, zegt Flip van der Hulst, kinderarts in het Zaans Medisch Centrum: „Bingedrinken, comazuipen, thuis indrinken: het bestond niet of nauwelijks toen de ouders van nu tieners waren.” Ook het drankaanbod is voor jongeren verleidelijker geworden – zie de zoete mixdranken.

‘Ik drink zelf ook. En dan moet ik het mijn kinderen verbieden?’

Onderzoek, opnieuw uit Nijmegen, laat zien dat ouders het lastig vinden om regels te stellen over alcohol als ze zelf drinken. En hoe meer alcohol ouders drinken, hoe milder ze zijn voor hun kinderen. Flip van der Hulst: „Ouders hebben nog steeds te weinig besef van wat alcohol met een kind doet.”

‘Ze zijn nu 16. Dan mag het toch?’

Klopt, 16-jarigen mogen drinken, zolang het alcoholpercentage van hun drankjes lager dan 15 is. Wettelijk mag het, maar de Gezondheidsraad adviseert dat kinderen niet eerder dan op hun achttiende beginnen met drinken. Het Trimbos-instituut zegt dat ook, net als GGD Nederland, kinderartsen en verslavingsklinieken. Allemaal om dezelfde reden: het tienerbrein is nog in ontwikkeling, alcohol verstoort die ontwikkeling.

Hoe dan ook, de Nederlandse wet zegt 16 jaar – en dat is invloedrijk. Dus organiseren ouders verjaardagsfeestjes om te vieren dat hun kind het ‘geen-16-geen-druppel’-tijdperk voorgoed achter zich heeft gelaten. Een soort Nederlands equivalent van het Amerikaanse drinkfeestje ter ere van de 21ste verjaardag – maar dan een lustrum eerder.

„Op die verjaardagsfeestjes gaat het vaak mis”, zegt kinderarts Van der Hulst. „De feestgangers zijn jonger én ouder dan 16. En je haalt ze niet zo uit elkaar, want die van 14 zijn soms langer dan die van 17. Ouders kopen die drank in, schuiven de kratten en flessen sterke drank naar binnen, en gaan zelf boven in de slaapkamer zitten.”

‘Ik hanteer strenge alcoholregels voor mijn kinderen. Nu komt het goed’

Niet vanzelf. Wat als je kind naar een feestje gaat, zeg een verjaardagsfeestje van een vriendje dat 16 is geworden? „De meeste ouders maken geen afspraken met andere ouders”, zegt Mireille de Visser. „Uit naïviteit misschien. Of uit schaamte. Mensen durven de ouders van het feestvarken niet op te bellen.” Waarom die schaamte? „Misschien zijn ze bang dat ze te zeurderig overkomen.”

Ouders moeten leren met elkaar over het alcoholgebruik van hun kinderen te praten, vindt De Visser. Kinderarts Flip van der Hulst heeft ook een idee: een briefje afgeven aan de ouders van het feestvierende kind. „Een soort allergiebriefje: geen koemelk, geen soja, geen alcohol.”