Stil, slim en alleen gelaten

Laure Van den Broeck: Birdie. Lannoo, 334 blz. € 16,99. 16+

Birdie verstopt zich. In de pauzes doorzoekt haar vriend Cassius de gangen van de school net zo lang tot hij ontdekt in welke vensterbank ze nu weer is neergestreken, als een stilzwijgend spel van hen tweeën. Ze is een atypische puber, aldus haar moeder: ‘Birdie was rustig en stil en ze deed nooit iets losbandigs.’ Alice, haar tante, vindt haar een ‘mooi, intelligent en wie weet, getalenteerd meisje’.

Zo cirkelt iedereen om Beatrice Munday heen, die als 15-jarige nog altijd de bijnaam Birdie koestert die ze kreeg van haar inmiddels overleden vader. Er blijft een zweem van ongrijpbaarheid en eenzaamheid hangen rond het titelpersonage van Laure Van den Broecks jongvolwassenenroman Birdie. Deze Vlaamse debuteerde met de jeugdroman De zeventiende zomer van Maurice Hamster (2009), die nog wat ongepolijst was.

In Birdie is de constructie hecht en vloeiend én blinkt Van den Broeck uit op de vierkante centimeter. Ze neemt de ruimte voor uitweidingen over de voorgeschiedenis, voor tekeningen van het troosteloze Engelse decor in vele grijstinten, voor doordachte symboliek en metaforiek. Dát ze zo schrijft getuigt van literair zelfvertrouwen en ambitie, hóe ze het doet van gerijpt schrijverschap.

Birdies grootvader overlijdt en na jaren van wrokkige radiostilte komt de familie weer samen. Het centrale twistpunt is – natuurlijk – de erfenis. Birdie erft de helft van het vermogen, haar tante Alice beheert het geld tot haar 18de verjaardag, en haar moeder Felicity is overgeslagen. Dat maakt Birdie tot een speelbal voor de volwassenen. Zich rijk rekenend maakt Felicity plannen om zonder haar maar mét haar nieuwe geliefde te emigreren naar Spanje, terwijl kunstenares Alice een nieuw levensdoel voor zich ziet als Birdies chaperonne in artistieke kringen. Allemaal denken ze aan het meisje vanuit eigen preoccupaties, zien we dankzij Van den Broecks perspectiefwisselingen, zonder naar haar wensen te luisteren.

Dat bevestigt ‘de ijskoude, sinistere waarheid’, die Birdie sinds haar vaders overlijden geregeld overspoelt: dat iedereen alleen is. Die rouw is de preoccupatie die haar verlamt, die haar kooit – en dat is geen toevallige zinspeling op Beatrice’s betekeniszwangere bijnaam. Evenmin is het toevallig dat haar vader ooit een verhaal vertelde over een vogel die nooit geleerd had te vliegen maar het wél graag wilde. Evenmin dat het slot zich afspeelt in het oude huis van haar grootvader op een klif die uitkijkt over een weidse, lege zee. Laure van den Broeck is een naam die we moeten onthouden.

    • Thomas de Veen