Representatieve lijsten, graag

Maar liefst zes politieke partijen congresseren dit weekeinde in verband met de komende verkiezingen. Tijd voor de leden dus, die zich kunnen uitspreken over de ontwerpverkiezingsprogramma’s.

Daarnaast zal bij een aantal partijen een flink deel van de vergadertijd op gaan aan het bespreken en stemmen over de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. De lijsttrekkers zijn weliswaar bijna allemaal bekend, maar dit geldt niet voor de plaats van de overige kandidaten voor de volksvertegenwoordiging.

Zoals gebruikelijk hebben de voordrachten binnen de verschillende partijen weer voor de nodige interne beroering gezorgd. Zittende Kamerleden kregen van de selectiecommissie te horen dat voor hen geen plek meer was op de lijst, of zagen zichzelf terug op een onverkiesbare plek. Enkelen van hebben besloten terug te vechten door de strijd aan te gaan voor een hogere plek, anderen trokken zich gedesillusioneerd terug van de lijst.

De gang van zaken illustreert nog eens dat de voorselectie voor het parlement in eerste instantie een volledig interne partijaangelegenheid is. De kiezer komt er niet aan te pas. Iets wat extra wringt nu de meeste partijen te maken hebben met dalende ledenaantallen.

In Nederland komen de meeste Kamerleden de zaal binnen achter, zoals dat heet, de ‘brede schouders van de lijsttrekker’. Binding met een eigen (regionale) achterban is er nauwelijks. Afgelopen decennia is diverse keren geprobeerd iets te doen aan deze lacune. Maar zelfs D66, de partij die staatkundige vernieuwing bij wijze van spreken in zijn geboorteakte had staan, heeft het pleidooi voor een ander kiesstelsel om „de band tussen kiezer en gekozene te versterken” uit zijn ontwerpprogramma geschrapt.

De kiezer staat niet helemaal buitenspel. Met het aangeven van een voorkeurstem kan de volgorde van de lijst beïnvloed worden. De kandidaat die 25 procent van de kiesdeler haalt, komt rechtstreeks in de Kamer. Maar de praktijk wijst uit dat afgezien van de lijsttrekkers en de nummers twee op de lijst maar heel weinig Kamerleden op deze manier worden verkozen. ‘Voor de eigen zetel gaan’ en daarmee de vastgestelde lijstvolgorde verstoren wordt binnen de meeste partijen nu eenmaal niet erg op prijs gesteld.

Liever heeft men bekende lijstduwers. Zo prijkt bij de PvdA de naam van Maarten van Rossem op de laatste plaats. Kees van Kooten stond eerder op de lijst van de Partij voor de Dieren. Veelal betreft het mensen met de uitdrukkelijke intentie juist niet in de Kamer te gaan zitten. Zo’n houding is niets niet anders dan een minachting van de kiezer.