Politici, bloemen, confetti uit het plafond: het is Super Saturday

Kamerleden die laag op de kandidatenlijst staan, kunnen dit weekend een betere plek versieren. De beeldvorming werkt tegen. „Iedereen denkt nu dat er iets met me aan de hand is.”

Oscar Vermeer

Tot haar grote schrik werd Tweede Kamerlid Sjoera Dikkers door het PvdA-partijbestuur op plaats 34 van de kandidatenlijst voor de komende verkiezingen gezet. Kansloos, als je de peilingen mag geloven.

Haar eerste reactie: frustratie. Op Twitter (21 juni) schrijft ze: „Ik citeer op een dag als deze graag Hans Dorrestijn: Pompompom, ook deze kutdag gaat weer om.”

Haar tweede reactie: strijdlust. Op Twitter (22 juni): „Hé followers, even onder ons. Ik zit met de prangende vraag wel of geen actie op te zetten om op het PvdA-congres hoger op de lijst te komen.”

Het antwoord luidde: ja, doen.

En dus gaan enkele lokale PvdA-afdelingen morgen tijdens hun congres proberen om de Haarlemse, die pas sinds 2010 in de Kamer zit, hoger op de lijst te krijgen. Een afdeling kan voorstellen Dikkers bijvoorbeeld op plaats 25 te zetten. Als een meerderheid van het congres daar vóór stemt, dan komt zij op die plek en schuiven alle andere kandidaten een plekje naar beneden.

Dikkers’ grootste probleem is de beeldvorming. Ze zegt: „Iedereen denkt nu dat ik een kras heb opgelopen. Dat er iets met me aan de hand is, anders zou ik niet zo laag op de lijst staan.” En dat klopt niet, zegt ze. „Ik heb de prestigieuze portefeuille duurzaamheid en ik heb het goed gedaan. Het is evident dat ik iets in de Kamer te zoeken heb.”

Naast Dikkers gaan andere kandidaat-Kamerleden dit weekend proberen zichzelf hoger op de lijst van hun partij te krijgen. Of, in bijzondere gevallen, überhaupt op die lijst te komen. Zoals Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA). Hij staat niet op de kandidatenlijst, maar probeert toch een plek te krijgen. Alle 350 lokale CDA-afdelingen mogen een eigen kandidatenlijst inleveren. Zo’n vijftig hebben Omtzigt aan hun lijst toegevoegd, vaak ook op een hoge plek: nummer twee. Het partijbestuur laat op al die lijsten een rekenformule los – daar komt morgen een definitieve lijst uit. Omtzigt verwacht een plek ergens tussen de 40 en 45. Dat heeft hij uitgerekend „op de achterkant van een sigarendoosje”.

De regels voor de uiteindelijke lijstvolgordes verschillen per partij. GroenLinks heeft alles anders geregeld. Daar kondigen de kandidaten morgen zelf aan dat ze op een hogere plek willen, en op welke dan. Voorheen konden ze zich voor een ‘blokje’ kandideren, dus bijvoorbeeld voor plek twee tot en met vijf; morgen kunnen ze zich voor één precies nummer kandideren. Zittend Kamerlid Arjan El Fassed (nu plaats 9) gaat dat doen. Met een blik op de peilingen, waarin GroenLinks op verlies staat, gaat hij in elk geval voor plaats zes. „Ik vind dat ik dat met mijn harde werk van de afgelopen twee jaar ook verdiend heb.”

Anderen hebben soortgelijke redenen waarom ze vinden dat zíj een (hogere) plek verdienen. „Ik ben nog lang niet klaar met duurzaamheid”, zegt Sjoera Dikkers. „En ik heb een andere manier van politiek bedrijven: collegiaal, niet achter de ellebogen. Daar moet in de Kamer ook ruimte voor zijn.” Omtzigt: „Ik heb nog genoeg drive om dingen af te maken, bijvoorbeeld het opzetten van een pensioenfonds voor zzp’ers.”

Hoe gaan de kandidaten morgen genoeg stemmen bij elkaar krijgen?

GroenLinks had afgelopen week bijeenkomsten waar iedere kandidaat zich aan de plaatselijke leden voor kon stellen. El Fassed had het druk – het zijn de laatste weken voor het zomerreces in de Kamer – maar hij is gegaan. Ook gebruikt hij veelvuldig sociale media. Hij heeft de meeste volgers op Twitter van heel politiek Den Haag. Hij stuurt persoonlijke berichtjes aan leden. En morgen gaat El Fassed ook nog aan de slag om stemmen te werven: hij deelt ansichtkaarten uit met een foto van zichzelf erop. „Die steek je lekker makkelijk in je binnenzak.”

El Fassed weet ook twee werkgroepen van de partij achter zich: de ict-werkgroep en die over internationale samenwerking. Sander Raaijmakers van de ict-werkgroep: „Digitale vrijheid blijft hoog op de agenda staan, dus vinden wij het van groot belang dat we mensen in de Kamer hebben met de gedrevenheid en interesse op dat gebied.” Hazel Goedhart van de werkgroep ontwikkelingssamenwerking: „Arjan heeft zich als een van de weinige politici echt ingezet voor ontwikkelingssamenwerking.”

Naast de steun van die inhoudelijke werkgroepen zijn het vooral de lokale afdelingen die stemmen kunnen leveren voor een hogere plek. Logisch: de regio’s zijn bang dat als ‘hun’ kandidaat niet terugkeert in de Kamer, hun belangen slechter worden behartigd.

De Groningse gedeputeerde William Moorlag (PvdA), bijvoorbeeld, steunt juist om die reden partij- en regiogenoot Tjeerd van Dekken, die op plek 35 van de lijst staat. En omdat Van Dekken nog geen vier jaar zit: „Als partij zijn wij tegen wegwerpmedewerkers, dan moet je dat zelf ook niet doen.” Een mailtje naar partijvoorzitter Hans Spekman bood geen soelaas, dus nu komen lokale afdelingen in actie voor Van Dekken.

Bij CDA’er Pieter Omtzigt speelde dat regionale belang ook mee, hij komt uit Twente. Onder aan zijn site, die gaat over pensioenen, Europese crisistijd en belastingheffingen, staat ook: „natuurlijk blijf ik me van harte inzetten voor het mooie Twente”.

Maar de steun voor hem is breder dan alleen in het oosten van het land. Het viel „het hele CDA” op dat Omtzigt ontbrak op de lijst, zegt Matthijs Punter van de afdeling Enschede. Juist Omtzigt staat bekend als man met veel kennis van pensioenen. Punter: „Er zijn in de Tweede Kamer maar weinig leden die tot in de details weten hoe het zit.” De afdelingen belden wat rond, en nu krijgt Omtzigt steun uit onder andere Woerden, Zeewolde en Amsterdam.

Mocht hun plek op de lijst morgen alsnog tegenvallen, dan kunnen de kandidaten nog steeds doorgaan met hun privécampagne: zoveel mogelijk voorkeurstemmen binnenhalen op 12 september, en op die manier vanuit een lage positie een plek in de Kamer veroveren.

Maar dat zal veel energie kosten. Bij de vorige verkiezingen in 2010 waren 15.694 voorkeursstemmen nodig om in de Kamer te worden verkozen. Sjoera Dikkers haalde er toen 698, Omtzigt 4.718, El Fassed 1.262, Van Dekken kreeg er 2.958. Het is niet helemaal fair om die aantallen met de kansen dit jaar te vergelijken, omdat behalve Pieter Omtzigt de rest toen niet in de Tweede Kamer zat, en nu wel.

Maar feit blijft: met voorkeursstemmen de Tweede Kamer in komen, is meer uitzondering dan regel. Pieter Omtzigt houdt de moed erin: „Dat is eigenlijk het leukste van politiek: mensen overtuigen dat ze op jou moeten stemmen.”

    • Oscar Vermeer
    • Annemarie Kas