Plan valt goed, op verhuizing na

De zes instituten voor geesteswetenschappen krijgen 15 miljoen euro om samen te werken. Dat doen ze graag, als ze maar hun naam en pand mogen houden.

Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), kan opgelucht ademhalen. Zijn instituut, dat vorig jaar leek te worden wegbezuinigd, is gered. Er komt zelfs extra geld voor onderzoek en collectiebeheer. „Het was een penibele situatie, maar we zijn er gezamenlijk goed uitgekomen.”

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de belangrijkste financier van het KITLV, investeert de komende jaren 15 miljoen euro in de geesteswetenschappen. „Dat is tegen de trend in”, zegt Oostindie. „Je ziet dat de humaniora het overal met minder geld moeten doen. Ik vind het uiteraard heel goed dat de KNAW ten halve gekeerd is en haar plannen voor het KITLV heeft bijgesteld.”

Bij de andere geesteswetenschappeninstituten van de KNAW zijn ook positieve reacties te horen op de gisteren gepresenteerde toekomstplannen. De Akademie wil dat de bestaande zes instituten gaan functioneren onder de noemer ‘KNAW Humanities Center’.

Alle instellingen mogen binnen dit centrum hun eigen identiteit behouden. Dat was voor directeur Marjan Schwegman van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, en Genocidestudies een belangrijke voorwaarde om in te stemmen met het plan. „Wij hebben een sterke merknaam, ook in het buitenland. Die willen we behouden.”

Erik-Jan Zürcher, directeur van het Instituut voor Internationale Sociale Geschiedenis (IISG), waardeert dat de KNAW nu geld vrijmaakt voor de alfawetenschap. „Bij de universiteiten verdwijnen steeds meer letterenstudies. De geesteswetenschappen komen er ook slecht vanaf bij het topsectorenbeleid van het kabinet. Voor ons is het moeilijk om van kennis tot kassa te komen, zoals de politiek wil. Het is goed dat de KNAW de geesteswetenschappen steunt.”

Het is de bedoeling dat de acht instituten binnen het onderzoekscentrum nauw gaan samenwerken op het gebied van collectiebeheer en digitalisering. „Daar waren we al mee begonnen”, zegt Schwegman . „Het is mooi dat daar nu extra geld voor beschikbaar komt.”

Vijftien miljoen euro is lang niet genoeg om al het papier dat de instituten beheren te scannen en te ontsluiten, weet Zürcher van het IISG. „Meer dan vijf procent van de collecties zal het uiteindelijk niet worden. Maar dat is zo gek nog niet, als je weet hoeveel er in onze depots ligt.”

De KNAW heeft de wens uitgesproken dat de instituten, waaronder ook het Meertens Instituut en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, op een „prestigieuze locatie” in Amsterdam bij elkaar komen. Voor deze verhuizing is het Leidse KITLV voorlopig niet te porren, zegt Oostindie. „De Leidse universiteit profileert zich als het landelijke centrum voor onderzoek gedaan naar niet-westerse talen en culturen. Het ligt voor de hand dat wij daar in de buurt blijven. Ik verwacht dat de Leidse universiteit daar ook wel wat voor over heeft.”

Het IISG zal sowieso blijven zitten in zijn huidige onderkomen in het Oostelijk havengebied in Amsterdam, zegt directeur Zürcher. „We bewonen een groot pakhuis. Dat hebben we echt nodig voor onze collectie. De KNAW beaamt dat.”

Het NIOD wil ook liever blijven waar het is, zegt Marjan Schwegman. „Ik ga er vanuit dat we ons pand aan de Herengracht houden. Dat staat dichtbij de campus van de Universiteit van Amsterdam. Dat lijkt me een prima plek.”

De KNAW heeft voor de realisering van de plannen vijf jaar uitgetrokken. Volgens Oostindie van het KITLV zullen de eerst resultaten al veel sneller te zien zijn. „We zijn al om de tafel gaan zitten met de mensen die de collecties beheren bij de diverse instituten om te kijken waar we snel samen aan het werk kunnen.”

En een totale fusie, zou dat het einde van het samenwerkingstraject kunnen zijn? Alle instituten onder één directeur? De huidige directeuren zijn daarover eensgezind: nee. „Daarvoor verschillen we te veel”, zegt Schwegman.

    • Bart Funnekotter