Opeens is daar de angsthaas Nadal

Rafael Nadal leed gisteren een onvoorstelbaar geachte nederlaag tegen de nummer 100 van de wereld. Niemand wist precies waarom het gebeurde. Maar het gebeurde.

Links ‘nobody’ Lukas Rosol die het publiek bedankt na zijn spectaculaire zege. Rechts de Spaanse favoriet Rafael Nadal die is uitgegleden na een dropshot van de Tsjech. Foto’s Reuters/AP

Met een vreemde grijns als tic na elke paar uitgesproken zinnen worstelde Rafael Nadal zich gisteravond even voor middernacht door de vragen waarop hij het antwoord ook niet wist. „Ik voel me zoals je me nu ziet”, en die aanblik zei voldoende.

Ineens was de grote kampioen, met al zijn spieren en titels, een hoopje mens dat ieder moment in huilen kon uitbarsten. Ineens leek hij veel op de zenuwpees die hij volgens intimi is. Die jongen die bang voor honden is, voor onweer, voor duisternis, voor diep water. Al die angsten die je niet bij zo’n groot kampioen voor mogelijk houdt, werden ineens bijna tastbaar, zo kort na zijn sensationele uitschakeling op Wimbledon. Friemelend aan een flesje water zei de uitgeputte Spanjaard dat hij het de komende tijd „misschien maar even rustig aan moet doen”.

Gisteren leed de nummer twee van de wereld op het kunstmatig verlichte centre court in Londen een nederlaag die kan worden bijgeschreven op de lijst van sensationele Wimbledonpartijen. Als één van de onaantastbaar geachte drie supersterren van het hedendaagse tennis kon Nadal niets gebeuren tot aan de halve finale, dacht iedereen die het weten kon. De Spanjaard, sinds deze maand recordhouder met zeven titels op Roland Garros, kan natuurlijk verliezen van de mannen met wie hij al zo lang de grote prijzen verdeelt: Roger Federer en Novak Djokovic. Misschien op een kwade dag ook nog wel van de eeuwige nummer vier Andy Murray (zie kader).

Maar zo liep het dus niet. Nadal verloor niet eens van een toptienspeler ergens halverwege het toernooi. Zelfs niet van een opkomend talent of een taaie voormalige nummer één in de herfst van zijn carrière. Hij verloor in vijf sets van Lukas Rosol (6-7, 6-4, 6-4, 2-6 en 6-4), de 26-jarige nummer honderd van de wereld die nog nooit een proftoernooi won. Laat staan op gras.

De Tsjech had zich voorgenomen dat hij tegenover „een mens” stond. Tegen de Spaanse supertennisser, elfvoudig grandslamwinnaar, hoopte Rosol gewoon „drie goede sets” te spelen. Dat alleen al leek overmatig ambitieus voor de debutant op Wimbledon die in de afgelopen vijf jaar steeds in de eerste ronde van het kwalificatietoernooi op het Londense gras was gesneuveld.

Rosol was kennelijk immuun voor het grommen, brullen en zweten dat Nadal pleegt te doen in de gedeelde kleedkamer op het centre court. In de eerste set bood de Tsjech al meer weerstand dan gedacht, hij capituleerde pas na een lange tiebreak. In de tweede set begon hij ostentatief met zijn hoofd te bewegen tijdens de opslag van zijn tegenstander, wat Nadal mateloos irriteerde. De Spanjaard kreeg geen steun van de umpire en gaf Rosol zelfs een zelden vertoonde schouderduw tijdens het wisselen van baanhelft. Een zeldzaam staaltje onsportiviteit van Nadal, die daar volgens Rosol vervolgens „wel drie keer zijn excuses” voor aanbood. De Tsjech bespeurde wat op dat moment nog niemand doorhad: Nadal was kwetsbaar.

De Spanjaard stelde pas in de vierde set orde op zaken met zijn eerste overtuigende setwinst. Zo leek het weer een verhaal te worden van een bijna-stunt. Wankelen doen de toppers wel vaker, omvallen zelden. Robin Haase had nog eens met 2-1 in sets voor gestaan tegen Nadal, twee jaar geleden in de tweede ronde van Wimbledon. Daarna was het speelkwartier voorbij en sloeg Nadal de Nederlander met 6-0 en 6-3 van de baan.

Natuurlijk verloor Nadal ook wel eens van mindere goden. Maar hij was nog jong toen hij in 2005, kort na zijn eerste titel op Roland Garros, in de tweede ronde van Wimbledon onderuit ging tegen de Luxemburger Gilles Müller. En die ene keer dat hij verloor op ‘zijn’ gravel in Parijs, in 2009 in de vierde ronde tegen Robin Söderling, had dat een duidelijke oorzaak: pijnlijke knieën en de scheiding van zijn ouders. Nu, in 2012, na zijn succesvolste gravelseizoen ooit, leek Nadal de te kloppen man in Londen. Hij had alles mee, maar hoogstens wat veel energie verbruikt.

Door de invallende duisternis moest gisteravond het dak – met daaraan de kunstmatige verlichting – voor het begin van de vijfde set over het centre court worden geschoven. Tot Nadals verbazing duurde die operatie een half uur. Bij hervatting van de partij leidde een enorme misser op het eerste punt een break in. Die voorsprong zou de zelfverzekerde Rosol, die later verklaarde „in een trance” te zijn geweest, niet meer afstaan. De Tsjech rook bloed en ging nauwelijks nog zitten tijdens de rustpauzes.

Op matchpoint sloeg hij zijn laatste van drie aces in de laatste game. Hij zeeg neer op zijn knieën en liet zich languit op het gras vallen. Toen hij opstond gooide hij met een raar spasme zijn racket tegen het net. Nadal raapte het werktuig op, gaf het terug aan Rosol en leek te willen zeggen: verman je. Als verliezer was de Spanjaard op dat moment even groter dan winnaar Rosol. Maar wat kocht Nadal daarvoor?

Het stadion stroomde leeg en het woord „amazing” klonk uit vele monden. Hoe dit kon? „Ten eerste: ik heb geen idee”, zei oud-topspeler John McEnroe voor de Amerikaanse televisie. „En ten tweede: dit is zo ongelooflijk inspirerend voor alle jonge jongens die hier thuis naar gekeken hebben, al die mannetjes in jeugdcompetities die zich realiseren dat het het allemaal waard is”, aldus de vroegere Wimbledonkampioen.

    • Bart Hinke