Nederlanders in het buitenland mogen nationaliteit behouden

Nederlanders in het buitenland hoeven hun Nederlanderschap niet op te geven als zij een andere nationaliteit aannemen. Een voorstel van D66 hierover krijgt sinds gisteren steun van VVD en CDA.

Het VVD/CDA-kabinet wilde aanvankelijk dat zo min mogelijk Nederlanders een meervoudige nationaliteit hebben. Dat was mede onder druk van voormalig gedoogpartner PVV. Demissionair minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) stuurde in maart een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, waarin ze aanscherpingen voor de Rijkswet op het Nederlanderschap voorstelde.

Iedereen die Nederlander wil worden, zou volgens dit voorstel voortaan zonder uitzondering en automatisch afstand moeten doen van zijn of haar andere nationaliteit. Een neveneffect ervan is dat Nederlanders óók afstand zouden moeten doen van hun Nederlanderschap als zij een andere nationaliteit aannemen, omdat de wet wederkerig zou moeten zijn.

Vooral over dat laatste onderdeel van het wetsvoorstel kregen CDA en VVD veel kritiek, vooral van expats. CDA-Kamerlid Mirjam Sterk zei gisteren „dat haar fractie die problemen altijd al heeft gezien”. Cora van Nieuwenhuizen (VVD): „Om dit te regelen is onze insteek pragmatisch.” Vóór de val van het kabinet steunde zowel VVD als CDA het voorstel van D66 niet.

De positie van expats lijkt hiermee veiliggesteld. D66 wil eigenlijk nog verder gaan, en staat op het standpunt dat ook nieuwe Nederlanders hun ‘oude’ nationaliteit gewoon zouden mogen behouden.

CDA en VVD vinden dat niet. Van Nieuwenhuizen: „We vinden dat als iemand naar Nederland komt, hij zijn andere nationaliteit moet afstaan.”