Natuurlijk verbod

Mijn dochter (8) vroeg, toen we naar het Journaal keken, wat pedofielen zijn.

„Dat zijn volwassenen die graag seks willen met kinderen”, zei ik maar weer eens.

Iéúw.

Waarop het mijn beurt was voor de zoveelste keer te zeggen: „Maar niemand mag jou aanraken zonder dat jij dat wil.”

Altijd gaat het zo. Ik moest, door alle onontkoombare berichtgeving over Robert M., pedofilie al keer op keer uitleggen. En verder dan dit komen we eigenlijk nooit.

Wat zijn pedofielen.

Iéúw.

Niemand mag aan jou komen.

Daarna wil iedereen snel over tot de orde van de dag.

Kinderen vragen graag eindeloos naar wat ze niet begrijpen, liefst op exact dezelfde manier, hengelend naar precies hetzelfde antwoord als de vorige keer. Dit stelt gerust. Doorgevraagd wordt er zelden.

Eerder die avond was het Jeugdjournaal nog rimpelloos aan ons voorbijgetrokken. Justin Bieber. Bosbranden, een ‘megaschat’ Romeinse munten. Geen woord over het verbod op pedofielenvereniging Martijn.

Was dat nou goed of jammer? Het zou niet de eerste keer zijn dat het Jeugdjournaal zoiets volmaakt aan mijn kinderen uitlegt. Over Robert M. deden ze ook uitstekend verslag. Je zit dan als ouder peentjes te zweten, maar bij het Jeugdjournaal komen zelfs de vreselijkste berichten op hun pootjes terecht.

Ik belde de redactie om te vragen waarom Martijn werd overgeslagen. Jochem Nühn, eindredacteur van dienst, vertelde dat ze er lang over vergaderden. Dat ze zich in vergaderingen altijd afvragen wat het nieuws betekent voor kinderen. En dat wordt dan meestal de invalshoek.

Dit was de redenering: Dat de rechtbank een vereniging verbiedt, en dat dit belangrijk is omdat zoiets zelden lukt, is nieuws voor volwassenen. „Maar voor kinderen is dit verbod volkomen normaal: Natúúrlijk wordt een club die seks wil met kinderen door de rechter verboden.”

Pas als Martijn niet verboden was, zegt Nühn, „dan hadden we in het Jeugdjournaal beslist iets moeten uitleggen.”

Als ouder was ik het volmondig met hem eens. Klaar! Ander onderwerp!

Maar als journalist moest ik ‘natuurlijk’ ook nog ernstig aan de rechtsstaat denken. Ging díe kinderen soms niet aan?

„Jawel”, zei Nühn. „Maar om dat uit te kunnen leggen hebben we veel minuten zendtijd nodig. En daarvoor moet de discussie eerst maar eens heel groot worden.”

Als ik de kant van Martijn aan mijn kinderen zou moeten uitleggen, dan zou ik zeggen dat je geen verbod kunt uitvaardigen op gedachten en gevoelens. Want dat klopt. Vervolgens zou ik zeggen dat dit hier alleen niet aan de orde is.

Toon mij één coverfoto of alleen al de titel van Martijns clubblad OK magazine, en ik sta bij dit verbod stilletjes te juichen. Noem het ouderlijk instinct: misschien niet fraai uit het oogpunt van de rechtsorde, maar hysterisch is het zeker ook niet.