Na Kuipers heffen we de ruimtevaart op

Nederland verkeert in een hosannastemming door het ruimteverblijf van André Kuipers, maar vervolgens schrapt het kabinet doodleuk de ruimtevaartindustrie, betoogt Henk Boes.

André Kuipers keert dit weekend terug naar de aarde. Hij is dan bijna tweehonderd dagen in de ruimte geweest, aan boord van het internationaal ruimtestation ISS. Dit is een Europees record. Op aarde wacht hem een onaangename verrassing. Het kabinet heeft besloten een einde te maken aan de Nederlandse ruimtevaartindustrie.

In tijden van crisis hebben we behoefte aan helden. André Kuipers is zo’n held. In de ruimte doet hij onderzoek naar de gevolgen van gewichtloosheid bij mensen en voert hij andermans experimenten uit om ons leven op aarde beter te maken.

Het is niet voor het eerst dat hij in de ruimte is. In 2004 was hij voor het eerst in het ISS. De Nederlandse regering betaalde zijn vlucht. Onder andere minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) was afgereisd naar Baikonoer in Kazachstan om hem uit te zwaaien. Hij ging naar het ISS als onderdeel van een onderwijsprogramma, maar ook als voorbeeld van hoe een klein land groot kan zijn.

In de jaren zeventig richtte Nederland de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) op, samen met andere Europese landen, als tegenhanger van de Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration. Nederland kreeg de grootste vestiging van de ESA toegewezen, het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk. Hier worden alle ESA-satellieten bedacht, ontworpen en getest. De bouw vindt plaats bij commerciële bedrijven. Bij ESTEC werken 2.700 mensen. Het is de op vier na grootste onderzoeksinstelling van het land. Een van de medewerkers van ESTEC is André Kuipers.

Ook in de jaren tachtig liep Nederland nog voorop. Wubbo Ockels vloog als eerste Nederlander de ruimte in. Aan boord van de spaceshuttle Challenger was hij elf dagen in de ruimte, als tweede Europeaan. Nederland juichte.

Enkele maanden na Ockels’ vlucht bleek dat ruimtereizen niet zonder gevaar is. De Challenger explodeerde tijdens de lancering. Iedereen aan boord kwam om. André Kuipers zou in 2004 meevliegen met het ruimteveer Columbia. Hij trainde met de crew, maar kreeg te horen dat de Israëliër Ilan Ramon zijn plaats zou overnemen. Bij de terugkeer naar de aarde ging het mis. De Columbia verongelukte. Tijdens de lancering was er een gat geslagen in de onderkant van de Columbia.

Kuipers vliegt nu met de Russische Sojoez. Hij heeft veel vertrouwen in de Russische techniek. Op zijn weblog schreef hij recentelijk: „Met een Sojoez kom je altijd thuis.”

Morgen is het dan zover. Na bijna tweehonderd dagen in de ruimte komt hij weer terug. De huldiging staat gepland in augustus, in Noordwijk. De ruimtevaartindustrie in Nederland zal voorgoed zijn veranderd.

De ruimtevaartindustrie in Nederland ontkomt niet aan de bezuinigingsdrift. Op zich is dit niet heel bijzonder, maar de gevolgen zijn dat wel. Eerder deze week schreef minister Verhagen (Innovatie, CDA) een brief aan de Tweede Kamer. Het budget voor de ESA daalt van 100 naar 63 miljoen euro, maar pas in 2015. Dat duurt nog wel even. Wat is dan de reden om nu al aan de bel te trekken?

De ruimtevaartindustrie kent een lange doorlooptijd. In mei kondigde de ESA een nieuwe missie naar Jupiter aan. De lancering is in 2022, de aankomst van de satelliet Jupiter Icy Moon Explorer in 2030. Wil je als land meedoen aan deze missie, dan moet je lid zijn van de ESA, maar ook langjarige financiële verplichtingen kunnen aangaan. Anders kan de ESA geen missies financieren die pas worden gelanceerd in 2022.

Hier breken de aangekondigde bezuinigingen Nederland op. Als er een vraag vanuit de ESA naar de leden gaat, wordt het budget van de komende tien jaar bekeken. Kun je meedoen? In Nederland stopt het budget vanaf 2015. Het is dus over en sluiten voor de ruimtevaartindustrie in Nederland.

In november komen de ministers uit de ESA-landen bij elkaar om te praten over toekomstige financiering van de organisatie en toekomstige missies. Nederland wordt dan misschien vertegenwoordigd door onze minister van Innovatie, maar Nederland heeft de ESA weinig meer te bieden. Wel zullen de andere landen met argusoren naar ons kijken. We betalen dan nog slechts 1 procent van het budget, maar de grootste vestiging staat wel in ons land. Ons levert dit honderden miljoenen euro’s op aan directe investeringen, congres opbrengsten en vliegtickets.

ESTEC mag nu al niet meer uitbreiden. Dit is verboden door de overige landen. In het verleden zijn onderdelen van ESTEC al verplaatst. Toen ik enkele maanden geleden bij ESTEC op bezoek was, was men bezorgd, maar ESTEC blijft wel in Nederland, werd me verzekerd. Het is „te groot om te verplaatsen” – gelukkig maar.

Niet het hele bedrag vervalt, en toch valt een hele sector om. Dit komt door de opbouw van het lidmaatschap van de ESA. Eerst betaal je voor het onderhoud van de organisatie, zoals het bijhouden van de lanceerinstallatie in Kourou in Frans-Guyana. Alles wat je hierbovenop aan ESA overmaakt, komt terug in opdrachten aan de ruimtevaartindustrie in je land. Nederland levert delen van de raket Ariane 5, de ophanging van de motor, wetenschappelijke instrumenten aan boord van satellieten en de zonnepanelen van bijvoorbeeld het bevoorradingsschip Automated Transfer Vehicle voor het ISS.

De bezuinigingen treffen alle opdrachten aan de Nederlandse ruimtevaartindustrie. Nederland blijft alleen geld geven voor het onderhoud van de organisatie. We bezuinigen slechts 37 miljoen euro, maar verliezen een hele industrietak vol van innovaties en toevoegende waarde aan de Nederlandse economie. Uit antwoorden op Kamervragen bleek dat elke Nederlandse euro die wordt overgemaakt aan de ESA vijf euro toevoegt aan de economische groei

Twee weken geleden schreef Kuipers op zijn weblog dat hij weet dat hij nooit meer in de ruimte zal komen. Verliezen we, na het faillissement van vliegtuigbouwer Fokker, dit jaar dan ook nog de ruimtevaartindustrie ?

Henk Boes is adviseur. Zie op Twitter: @henkboes of @aSpaceboy.

    • Henk Boes