Lekker gillen naar de dirigent

Het Holland Festival sloot gisteren af en met een bejubeld concert door het Simón Bolívar Orchestra onder zijn charismatische dirigent Gustavo Dudamel.

Pubiek in het Amsterdamse Oosterpark kijkt naar het slotconcert van het Holland Festival onder leiding van Gustavo Dudamel Foto Andreas Terlaak

Dertienhonderd kinderen in de Grote Zaal van het Concertgebouw. „Hé”, roept een lerares. „Dit is een cultuurtempel. Gillen – dat doen we dus niet.” Als dirigent Gustavo Dudamel zijn plek inneemt, blijft dat niet onopgemerkt. „Du-da-mel, Du-da-mel!” scanderen de kinderen. Klassieke muziek is doorgaans niet hip of streetwise, maar de honderdvijftig musici van het Simón Bolívar Symphony Orchestra of Venezuela, gisteren goed voor een spectaculaire afsluiting van het Holland Festival, zijn dat duidelijk wel.

De gemiddelde leeftijd van de musici ligt voor in de twintig, maar het woordje ‘Youth’ heeft het orkest recent laten vallen; de jongste is achttien, maar er zijn er ook die de dertig naderen. De nieuwe naam schept ook duidelijkheid. De musici van het Bolívar Symphony Orchestra zijn professionals, geen scholieren meer.

In Venezuela zijn er 125 jeugdorkesten op een bevolking van 27 miljoen inwoners. Omgerekend zouden dat er in Nederland dan zo’n 78 moeten zijn: een onvoorstelbare fantasie. Maar Nederland heeft geen ‘El Sistema’, het in 1975 gelanceerde sociale meesterplan van José Antonio Abreu dat muziekeducatie gratis beschikbaar stelt aan al wie wil. Hier wordt, in eenzelfde queeste naar popularisering van muziekonderwijs, op muziekscholen gekort. Muziek moet terug naar het reguliere onderwijs. Maar voorlopig behelst muziekles hier (bijzondere projecten uitgezonderd) zelden meer dan één uur per week. Met als gevolg dat er weinig Nederlandse kinderen doorstromen naar onze talrijke conservatoria terwijl in Venezuela talenten als vruchten van de bomen vallen en ‘Sistema’-musici doorstromen naar orkesten als de Berliner Philharmoniker.

De biografie van Gustavo Dudamel (31) is het sterkste ‘Sistema’-succesverhaal. Zijn ster rees zo snel dat je soms niet meer wist waar je moest luisteren. Het is zelfs de vraag hoe de glorietocht van het Simón Bolívar-orkest zou zijn verlopen zonder zijn talent als motor. Inmiddels is Dudamel chef van het L.A. Philharmonic en klinken de eerste dissonanten in het jubelkoor. Bezat Simon Rattle niet al meer diepgang op zijn dertigste. Of Andris Nelsons? Bij hem is doorgaans ook meer reliëf te horen dan bij Dudamel.

Maar dat zijn nuances die zich tijdens gisteravond niet lieten vaststellen. Niet in de Rituales Amerindos van Esteban Benzecry, een zeer luid en weinig origineel spektakelstuk. En ook niet in de al veel genuanceerder gespeelde Alpensinfonie van Strauss. Dudamel realiseerde hier wel meer kleuren en sferen, maar honderdvijftig musici zijn er te veel voor een helder zicht op interpretatie – hoe indrukwekkend sommige passages en soli ook. Zelfs momenten van verstilling bleven robuuste rotsen in de branding. En ‘Alpenglühe’ bleek meer een vlammenzee wanneer je er 98 strijkers aan ten grondslag legt.

Maar maakte dat uit? Niet echt. Een concert door het Simón Bolívar is primair een feestje, een ode aan wat muziek kan betekenen – een welkome moker ook op ons westers cultuurdefaitisme. Zie je wel, kunst als verheffingsinstrument kan wél. En net zo opgetogen werd het orkest door het publiek in aanwezigheid van prins Willem-Alexander en prinses Máxima ook bejubeld; met een donderovatie en kermisgejuich als geen wereldtoporkest ooit oogst. Er volgden nog twee extatische toegiften met tollende celli en (in Bernstein) „Mambo!” roepende musici.

Gustavo Dudamel keert hier komend seizoen terug voor een gastdirectie bij het Concertgebouworkest.

    • Mischa Spel