Karadzic vrijgesproken van aanklacht wegens genocide

Radovan Karadzic, voormalig leider van de Bosnisch-Servische republiek, is gisteren vrijgesproken van genocide in een serie Bosnische dorpen en stadjes tijdens de beginjaren van de oorlog in voormalig Joegoslavië (1992-1995).

Volgens voorzittend rechter Oh-Gon Kwon van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, waar Karadzic sinds 2009 terechtstaat, hebben de aanklagers van het hof „onvoldoende bewijs” geleverd om tot een veroordeling te kunnen komen. Het zou niet vast staan dat genocide het vooropgestelde doel was.

De vrijspraak is een tegenslag voor de aanklagers en heeft tot woede geleid onder nabestaanden van de slachtoffers van de moordpartijen in Bosnië. Maar voor Karadzic is de vrijspraak geen echte overwinning. Volgens rechter Kwon is er namelijk wel voldoende bewijs om Karadzic te vervolgen op basis van tien andere aanklachten, waaronder een wegens genocide in Srebrenica, de moslimenclave waar in 1995 meer dan 8.000 moslimmannen en -jongens werden vermoord door Bosnisch-Servische troepen. Bovendien zal Karadzic vervolgd worden voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden inzake de moordpartijen in de Bosnische stadjes. Het gaat daarbij met name om de excessen in het district Prijedor. Daar lagen destijds kampen als Omarska, Keratern en Trnopolje, waar Bosnisch-Servische troepen moslims hebben samengedreven, vervolgd en vermoord.

Karadzic (67) had in mei, na de presentatie van het bewijsmateriaal door de aanklagers, de Zuid-Koreaanse rechter Kwon verzocht om alle elf aanklachten te verwerpen omdat de aanklagers „geen zaak” zouden hebben. Hij ontkent schuldig te zijn. Zijn proces wordt later dit jaar vervolgd. Op 16 oktober zal Karadzic volgens planning zijn verdediging voeren. (AP)