Gek en dan weer geniaal

Mario Balotelli is vaak in het nieuws – vooral vanwege zijn gedrag. Maar dankzij twee doelpunten van het enfant terrible staat niet Duitsland maar Italië zondag in de finale van het EK.

Italian forward Mario Balotelli celebrates after scoring during the Euro 2012 football championships semi-final match Germany vs Italy on June 28, 2012 at the National Stadium in Warsaw. AFP PHOTO / CHRISTOF STACHE AFP

Redacteur Voetbal

Rotterdam. ‘Why always me?’ Die woorden had Mario Balotelli in oktober vorig jaar laten drukken op een T-shirt dat hij voor de wedstrijd tegen Manchester United onder zijn voetbalkleren had aangetrokken. Het Italiaanse enfant terrible, spits van Manchester City, had er schoon genoeg van dat zijn leven dag in, dag uit in de Britse media onder een vergrootglas werd gelegd. Alles werd neergekalkt, waar of onwaar: over exorbitante nachtelijke uitspattingen, torenhoge boetes die City hem oplegde, of dat hij weer eens 1.000 pond aan fooi had betaald in een restaurant, en hoe hij in zijn eigen huis vuurwerk afstak: als ergens problemen zijn, is Balotelli in de buurt.

Maar in Italië is er voorlopig even geen kritiek op Mario Barwuah Balotelli. De 21-jarige aanvaller uit Palermo, kind van Ghanese immigranten, stuurde gisteravond in Warschau met twee treffers Duitsland naar huis. Dankzij Balotelli’s sportieve uitspattingen op de Poolse velden staan de Italianen, aan het toernooi begonnen als outsider, plotseling in de finale van het EK. Zondag kunnen zij in Kiev voor een sensatie zorgen als ze titelhouder Spanje weten te onttronen.

Duitsland, tot gisteren ongenaakbaar op het EK, kwam er eigenlijk geen moment aan te pas. Alles wat de ploeg van Joachim Löw de afgelopen weken tot in perfectie wist uit te voeren, ging gisteren mis. Alsof ze, ergens tussen Oekraïne en Polen, plotseling het voetballen waren verleerd. Vooral de veel bejubelde verdediger Mats Hummels kwam er slecht af, maar eigenlijk lieten alle spelers die nog niet zo lang geleden Oranje over de knie hadden gelegd, het afweten.

Met de zege van Italië (2-1) bleef een opmerkelijke statistiek intact: drievoudig Europees kampioen Duitsland wist de Italianen nog nooit te verslaan in een eindronde. Van de acht ontmoetingen won Italië er vier, terwijl het viermaal gelijk eindigde.

Het is voor het eerst in twaalf jaar dat Italië weer eens de EK-finale bereikt. In 2000 verloren de Italianen in de Rotterdamse Kuip met 2-1 van Frankrijk, na verlenging. In 2006 werd Italië voor de vierde keer wereldkampioen. Maar Europese titels zijn beduidend schaarser: alleen in 1968 werd Italië Europees kampioen.

De Italianen hebben een ongekend sterke staat van dienst als het gaat om de eindfase van grote toernooien. Van de elf halve finales die Italië speelde, zowel op WK’s als EK’s, verloren zij er slechts twee: in 1988 (Sovjetunie) en 1990 (Argentinië, na strafschoppen).

Onder bondscoach Cesare Prandelli slaagden de Italianen er, na een aantal magere jaren, eindelijk weer in mee te dingen naar de prijzen. Prandelli, oud-trainer van onder meer Fiorentina, bouwde als opvolger van bondscoach Marcello Lippi een verjongde ploeg rond de oudgedienden Gianluigi Buffon, Antonio Di Natale en Andrea Pirlo, de grote uitblinker van dit EK. Bovendien viel Italië in positieve zin op door een nieuwe, soms bijna on-Italiaanse spelstijl, gebaseerd op verzorgd, en dit keer ook, waar mogelijk, fris en aanvallend voetbal.

In de twintigste minuut sloeg Balotelli voor het eerst toe, met het hoofd, na een vlijmscherpe voorzet van Antonio Cassano (1-0). Duitsland keek voor het eerst tijdens het EK tegen een achterstand aan en leek voor het eerst in maanden van zijn stuk. Tien minuten voor rust poeierde Balotelli de bal van zestien meter in de kruising – met 120 kilometer per uur – trok zijn shirt uit en incasseerde triomfantelijk zijn gele kaart (2-0). Pas in de slotfase kwamen de onmachtige Duitsers terug tot 2-1, door een penalty van Mesut Özil.

    • Rob Schoof