Een man vol (maatschappelijke) obsessies

Fleur Jurgens: Schaduwstad. De Bezige Bij, 240 blz. 18,50.

Ergens, midden in het zoveelste woud van gekanker dat Schaduwstad rijk is, merkt Herman Bul, protagonist in het debuut van journaliste Fleur Jurgens, het volgende op, wanneer hij een paar ‘knappe studentes’ verdiept ziet in boeken over ‘de emancipatie van de sociale wetenschap in ’t algemeen’: ‘Ze moesten eens weten wat al die nastrevenswaardige emancipatie ons uiteindelijk heeft opgeleverd. Een krachteloze wereld, waarin het medelijden tot moraal is verheven.’

Daar was bijna, vooral bij die laatste zin, een voetnootje naar Nietzsche op z’n plaats geweest. Gek genoeg is Herman Bul zelf helemaal niet de jaloersmakende homo universalis aan wie je zo’n uitspraak zou koppelen. Sterker nog, het is een en al zwakte waar Fleur Jurgens hem mee heeft toebedeeld. Het lijstje kwalen waar Bul onder gebukt gaat is imposant: misogynie, xenofobie, impotentie, paranoia en melancholie. Heel even is er nog de hoop dat Bul het homoseksuele volksdeel buiten beschouwing zal laten, tot ook dat het moet bezuren. ‘Als er al een samenzwering tegen de vrouw bestaat, dan is het die van de homoseksuele modeontwerpers.’ Het lijkt wel of je als lezer zit te kwartetten.

Waarom Bul, is de vraag? Wat ziet Jurgens in zo’n man, die met alles en iedereen de kachel aanmaakt? Steeds meer raak je ervan doordrongen dat Bul eerder een verzamelplaats voor maatschappelijke obsessies is, dan een karakter uit een roman. Dat vermoeden bestaat al vanaf de proloog, wanneer deze Bul, een journalist van middelbare leeftijd, in een islamitisch slachthuis ligt dood te bloeden, terwijl hij ergens in de verte ‘lispelende Berberse klanten’ hoort en er iemand grappend vraagt ‘of de koteletten nu nog wel halal zijn’.

Een grimmige en storend ruwe whodunnit volgt, waarin de nieuwsgierige, ongefundeerd verbanden trekkende Bul een moord probeert op te lossen die plaatshad in Amsterdam-West. Tussen het tegels lichten door legt hij het aan met Laila, een Arabische danseres. Want, zo wordt de lezer al snel over Bul verteld, ‘Een man moet neuken. Dat is zijn hoofddoel. De rest is strategie.’

Schaduwstad vertoont overeenkomsten met Altijd november, de roman van Elsevier-journalist Gerry van der List, waarin ook al zo’n foute baas rondliep. Alleen bood Van der List de lezer ruimte, hij slaagde er in om zijn hoofdpersoon toch verteerbaar te maken. Herman Bul is dat niet. Hij blijft op afstand omdat Jurgens hem niet alleen zo propvol met haat stopte, maar het ook nog eens, en dat is het verschil met Van der Lists boek, volstrekt humorloos tekeer laat gaan.

De dosering ontbreekt. Alles waar Bul tegenaan loopt, komt ‘troosteloos’, ‘stinkend’, dan wel ‘weerzinwekkend’ op hem over, met name wanneer hij in een multicultureel stadsdeel vertoeft. Nergens is licht, behalve natuurlijk wanneer er ‘wat te neuken’ in de buurt is. Heel even is dat lachwekkend, maar om de verkeerde redenen. Hakken op onze glorieuze westerse maatschappij mag natuurlijk, maar wel eerst even wat beter de kunst bij Houellebecq afkijken.

    • Sebastiaan Kort