‘De wetenschapsjournalist is een luxe’ Wetenschap als helpende hand van de journalistiek

Hoofdredacteur Marcel Gelauff van NOS Nieuws pareerde gisteren in een debat de kritiek dat zijn redactie wetenschappelijke blunders maakt: „Feiten bestaan niet.”

Foto Fotodienst NRC

Zoveel wetenschapsjournalisten hadden ze bij de NOS nog nooit bij elkaar gezien. Een afvaardiging van dertig leden van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten Nederland overspoelde gisteren de redactievloer op het Mediapark in Hilversum. Ze waren er op uitnodiging van Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws, die de discussie wilde aangaan over het nut van wetenschapsjournalisten in zijn redactie.

De laatste maanden ging het NOS Journaal geregeld de mist in als het aankwam op wetenschappelijke berichtgeving. Bij een item over de zoektocht naar het elementaire Higgsdeeltje meldde het journaal dat de vondst ervan belangrijk was voor ons begrip van het ontstaan van het leven en de big bang. Maar dat heeft niets met elkaar te maken.

Begin mei meldde het Journaal dat uit wetenschappelijk onderzoek was gebleken dat Nederlandse jongeren lijden aan stress door sociale media. Maar het onderzoek was slechts een peiling, en niet representatief voor alle jongeren in Nederland.

Zulke missers leidden tot smalende blogs van wetenschapsjournalisten op internet. Gelauff haalde zich de woede op de hals van deze kleine groep gespecialiseerde journalisten door in het universiteitsblad Delta van de TU Delft te zeggen dat ‘de waarheid’ niet bestaat. Een schop tegen het zere been van wetenschapjournalisten die weten dat wetenschappelijk onderzoek waardenvrije resultaten oplevert.

Gisteren, tegenover zijn criticasters, herhaalde Gelauff zijn boude uitspraken: „Het is mijn opinie dat feiten niet bestaan. Als ik de wetenschapskaternen van de kranten volg, dan lees ik vooral wat er nog meer onderzocht moet worden en wat er eigenlijk anders zit dan we altijd gedacht hadden.”

Het journaal moet een heel breed publiek bedienen, „van 6 tot 86 jaar oud, en van ongeschoold tot extreem hoog opgeleid” en dat dwingt zijn redactie soms tot compromissen, aldus Gelauff. „Soms moet je besluiten dat je een onderwerp toch brengt, ook al is het geen wetenschap. Dat er soms ook een fout met getallen wordt gemaakt, is onvermijdelijk. Dat is een journalistieke basisfout, om die eruit te halen hebben we geen wetenschapsjournalist nodig.”

Gelauff ziet wetenschapsjournalistiek als een luxe die hij zich niet kan permitteren. „Als ik geld over had, zou ik jullie allemaal morgen aannemen, graag zelfs. Maar dan zou dertig andere redacteuren moeten ontslaan. We hebben nu een redactie van 365 fte, en de reorganisatie moet nog beginnen.”

Overigens, zei Gelauff, zijn er bij NOS Nieuws wel redacteuren die gespecialiseerd zijn in één onderwerp, bijvoorbeeld gezondheidszorg of klimaat en milieu. „Als je die allemaal wetenschapsjournalist zou noemen, dan kom je misschien wel op dertig of veertig uit. Maar als je het definieert als mensen met een wetenschappelijke opleiding, dan kom je misschien wel uit op nul.”

Hoewel hij geen middelen heeft om ook maar één wetenschapsjournalist aan te nemen, heeft Gelauff zich de kritiek wel aangetrokken. „Wij zijn er scherper op geworden wanneer wij het woord ‘onderzoek’ gebruiken. Als het niet representatief is of niet echt wetenschappelijk onderzocht, noemen we het een rondgang, om aan te geven dat het gaat om het beeld van dat moment. Uiteindelijk is onze journalistiek beter geworden van deze discussie.”