De dance gaat door, dus ik ook

Maurice Spijker (40) is dance-programmeur voor muziekfestival Lowlands. „Werk is belangrijk. Het gevaar is alleen dat je de rest te veel negeert.”

Maurice Spijker, Utrecht, juni 2012. Fotografie: Mieke Meesen

Redacteur Cultuur

Maurice Spijker (40), niet getrouwd, wel een vriendin, geen kinderen, wel een kat, is programmeur voor muziekfestival Lowlands. Hij woont in Utrecht, doet niet aan drugs, drinkt wel, rookt ook. Een tikkie te veel. Want „hé, het is wel rock-’n-roll, weet je?”

Met zijn spijkerbroek, gympies, en drie dagen oude baard oogt hij veel jonger dan de veertig jaren die hij telt. Hij is onlangs zestien kilo afgevallen, vertelt hij. Hij gaat voor in het statige grachtenpand dat Mojo huisvest in Delft. De blauw gestoffeerde muren en taftzijden gordijnen staan in schril contrast met het werk dat hier wordt verzet. Hier regelt Spijker met vier anderen het nachtprogramma op Lowlands: de dance-acts.

Hoe kies je een artiest voor Lowlands?

„Een artiest is geschikt als het Lowlandspubliek erin geïnteresseerd is. Wat dat is? Je verzandt zo snel in clichés.”

Probeer toch maar.

„Oké, hogeropgeleid, studerend, werkend. Tussen de 18 en 40, dan hoor ik er zelf ook nog bij. Niet alleen geïnteresseerd in wat ze voorgeschoteld krijgen via massamedia, maar zelf ook actief op zoek. Het publiek is wel wat veranderd in de afgelopen twintig jaar. Het is net even wat meer alternatieve pop en net iets minder kisten, en leren broeken. Dat heeft ook te maken met wat nu populair is. De rol van dance is enorm gegroeid. Het publiek is ermee opgegroeid.”

Wanneer was jouw eerste Lowlands?

„In ’96. Ik ging erheen omdat ik er een artiest had geboekt. Thunderdome kende ik, Lowlands daar had ik eigenlijk nog nooit van gehoord. Ik kwam uit de techno- en househoek.”

Hoe kwam je daarin terecht?

„Ik was helemaal into Slayer, Obituary en Death, echt de keiharde metal. Met haren tot op mijn kont, speelde gitaar in een bandje. Op een gegeven moment hoorde ik via een krakkemikkige radio dat de VPRO de eerste acid begon uit te zenden. Ik dacht: wat is dit? Zoiets had ik nog nooit gehoord. Binnen vijf maanden was de gitaar aan de kant, waren de haren afgeknipt en dook ik helemaal in die muziek.”

Wat trok je daarin aan?

„Ik weet het niet. Het totaal vernieuwende geluid. De energie die erin zat. Het rauwe. Eenentwintig was ik, ik studeerde in Utrecht. Wat? Dat weet ik niet meer. Het doet er ook niet meer toe, ik ben een drop out. Een van de eerste dingen die ik heb gedaan toen ik daar kwam wonen is letterlijk de Gouden Gids erbij gepakt. Tivoli, daar had ik weleens van gehoord, maar verder had ik geen idee welke uitgaansgelegenheden er waren. Ik heb ze allemaal gebeld om te vragen of ze nog dj’s nodig hadden. Toen ben ik naar de Ekko gegaan, want daar hadden ze ‘een dansavond’. De dj-poule zat vol, maar ze hadden nog wel een plekje achter de bar. Na een jaar ging een van de dj’s weg en ben ik Dance-O-Mania gaan doen, een van de allereerste dance- avonden in Utrecht. Dat was eigenlijk waar ik voor ging, dat was mijn leven.”

En dat programmeren?

„Af en toe haalde ik jongens over uit Engeland of de Verenigde Staten. Ik belde gewoon de telefoonnummers op de platenhoes. Het nummer op de hoes van Jeff Mills, echt een van de allergrootste dj’s van de eeuw, heb ik zes maanden lang, iedere week gebeld. Op een gegeven moment, hoorde ik aan de andere kant ‘Yes, hello?’. Ik: ‘Ja, hello I am looking for Jeff Mills’. Stem: ‘This is Jeff Mills.’ Ben je een jochie van 23, heb je ineens Jeff Millls aan de telefoon! Jeff Mills, dat was echt mijn held! ”

Een jongensdroom die uitkwam?

„Ja, een beetje wel. Ik heb ook een tijdje van het dj’en geleefd, maar dat vond ik toch wat te heftig, elk weekend op pad. ”

Is dit leven minder intensief?

„Niet echt. Ik ga nog vrij regelmatig naar Paradiso en de Melkweg. Liefst wat minder in de nacht. Maar dat komt ook doordat er steeds meer dance-artiesten als concert worden geboekt. En wat festivals betreft is het deze zomer elke week wel weer raak, ben ik bang.”

Je bent bang?

„Liefst slenter je natuurlijk rond op je gemakkie, drankje erbij. Soms heb je niet zoveel zin om te kletsen. Of het regent pijpestelen en je weet je dat je tot je knieën in de modder gaat staan. Dan is het even meer ‘werk’. Sinds drie maanden heb ik een nieuwe vriendin. Zij is 34 en gaat mee als ik het haar vraag. Vaak ga ik ook alleen. Mijn vrienden zijn op een gegeven moment afgehaakt. Die hebben geen tijd, hebben ook een gezin.”

Geniet je er nog van?

„Ja, absoluut. De eerste festivalshow die de Bloody Beetroots (Italiaans dj-duo, red.) deden, was op Lowlands. Dat was bizar. Ik stond backstage en keek het publiek in: driekwart van de tent was een grote draaiende kolk. Er werd iemand op krukken meegedragen en een man in een rolstoel kwam voorbij. ’Madhouse’ was dat. Maar ik heb ook weleens met vrienden in de perstent gedronken tot drie uur ’s nachts. Daar geniet ik ook van.”

Hoe belangrijk is je werk?

„Het artiesten spotten, het op de hoogte blijven, dat gaat het hele jaar door. Het liefst besteed je daar elke dag wat tijd aan en soms zelfs de hele dag. Maar ik lees ook ongelofelijk veel, ga uit eten met vrienden. Ik kan ook uren in bad zitten. Werk vertegenwoordigt ongeveer 50 procent van mijn leven. Het is heel belangrijk en wat is nou er leuker dan je passies te volgen? Het gevaar is alleen dat je de rest te veel negeert.”

Hoe bedoel je?

„Werk is wel een van de redenen dat mijn vorige relatie na veertien jaar is uitgegaan. Toen was de balans ook niet 50/50 maar 75/25. Het was niet anders. Ik wilde die balans op dat moment ook niet anders. Het uiteindelijke resultaat, daar heb ik geen spijt van. Ik heb wel spijt dat ik me niet eerder heb gerealiseerd hoeveel meer je kunt genieten van de tijd die je door kunt brengen met anderen. Van vriendschap. Aan de andere kant kom je soms pas achter dingen, als het ook echt gebeurt. Het is een harde les geweest. Zij heeft het uitgemaakt omdat ik geen interesse meer toonde in haar. Maar zij ook niet in mij. Zo simpel was het. En zij wilde wel kinderen, maar ik zag dat toen niet zitten. Die verantwoordelijkheden zou ik niet kunnen dragen in combinatie met het werk dat ik heb. Dat wordt te veel, dacht ik toen. Nu sta ik er ambivalent in. Ik weet dat ik daar nu beter mee om kan gaan.”

Hoe bewaak je die balans?

„Gisteren heb ik bijvoorbeeld een snipperdag gepakt. Ik heb het aquarium schoongemaakt, mijn administratie gedaan, mijn kleren gewassen, maar ook weer muziek geluisterd (lacht). Van die dingetjes.”

Zit er een houdbaarheidsdatum op dit vak?

„Wel op deze functie zoals die nu is. Als je merkt dat je met tegenzin naar festivals gaat, als je niks meer met de mensen hebt, of als je het lichamelijk gewoon niet meer trekt, dan is het tijd om dingen te veranderen. Ik zit nu een beetje in die veranderingsfase en met een beetje realiteitszin en overleg gaat dat best goed. Aan de andere kant merk ik ook, en dat is het mooie aan de dance, dat die hele scene meegroeit. Jeff Mills, Dimitri, Carl Cox, gaan ook nog steeds door. Waarom zou ik dan stoppen?”

    • Rolinde Hoorntje