De Bovenbazen (41)

De heer Steenbreek had zich intussen naar het hoofdkantoor van de Rommeldamse Bank gerept.

‘Er is een crisis in de ddt,’ sprak hij ernstig. ‘Het kapitaal moet door een fusie gesaneerd worden, meneer Pletduiter! Orders van aws!’

De ander verknoeide geen tijd met vragen of ander misbaar. Hij begaf zich onmiddellijk naar het beurscontrole-apparaat en haalde een handle over.

‘Het is gebeurd,’ zei hij eenvoudig. ‘De isolatie is opgeheven, zodat de ddt kan imploderen. Houd de rode streep in de gaten, meneer Steenbreek – en zeg maar ho als het genoeg is.’

De secretaris knikte. Hij hield zijn koele blik gevestigd op de onrustig schommelende wijzers van het toestel en liet zich niet afleiden toen er een aangroeiend rumoer tot het stille vertrekje doordrong.

De geharde geldbediende wist, wat er gebeurde; het grote geld trok het kleine geld aan. Rinkelende munten en fladderende bankbiljetten bewogen zich in de richting van de ddt-kluis en er was niemand die het gebeuren kon tegenhouden.

Voor de oplettende lezertjes van deze geschiedenis is zo’n geldbeweging niets nieuws, maar de bediende Joost, die juist eens kwam vragen hoe het met zijn aandeeltjes stond, keek ontdaan naar de paniek die zich voor zijn ogen ontvouwde.

‘Er is een crisis in de ddt,’ verklaarde de portier, desgevraagd. ‘Wij hier op de bank, zagen het al een poosje aankomen en ik heb mijn portemonnaie thuis gelaten. Maar er zijn héél wat lui die nu hun geld verliezen.’

    • Marten Toonder