De beste televisie van de maanden mei en juni

Mei en juni zijn de raarste televisiemaanden van het jaar. Een voor een verdwijnen alle vertrouwde rubrieken uit het zicht voor een lange zomerstop. Ze worden vervangen door sport, detectives en heel veel herhalingen.

Wie blijft kijken voelt zich langzaam verweesd worden. En toch is er ook wel degelijk nog het een en ander te beleven, vooral omdat kunstprogramma’s waar geen hoge kijkcijfers verwacht worden, bij uitstek nu in de uitverkoop kunnen worden gezet.

De top-5 van appels en peren is daar sterk door getekend. Bij de winnaar kreeg ik een onverwacht Oranjegevoel, omdat het om een soort van kunst gaat die je in geen enkel ander land ter wereld zo zou kunnen maken.

5. Vrw zkt knst (NTR). Op onregelmatige momenten van de digitale zender Cultura24 naar Nederland 2 gepromoveerde kunstrubriek met reportages op locatie van Isolde Hallensleben. Heeft zich in de luwte ontwikkeld tot een speels alternatief voor de vaste kunstpraatprogramma’s Buitenhof (NTR) en Opium Live (AVRO). Doet minder dwangmatig populair.

4. Het snelle geld (VPRO). Debuut van Jort Kelder bij de vroeger voor links versleten VPRO wijst eveneens een nieuwe weg: persoonlijk gekleurde herinneringen aan de ongekende economische en financiële bloei van de afgelopen twee decennia, onder het vergrootglas van enige zelfkritiek, Gesprekken met hoofdrolspelers leiden wel tot behoud van geloof in het kapitalisme, mits in de duurzame variant.

3. Jeroen Pauw in Japan (NOS). Bezoek aan Fukushima en omstreken, een jaar later. Weer een goed voorbeeld van persoonlijk getinte journalistieke reportage, tussen Louis Theroux en Bram Vermeulen in. Pauw is actiever en beter als hij de studio verlaat, zo lijkt het.

2. Jeroen Jeroen (HUMAN). Naar vorm en inhoud voorbeeldige documentaire van Petra Lataster-Czisch en Peter Lataster, over het vereiste engelengeduld in de omgang met een zwaar autistische puber. Lange ongemonteerde scènes voelen ongemakkelijk, en terecht, want dat is de bedoeling.

1. De Canta danst! (NTR). Documentair vierluik van Maartje Nevejan is onvervreemdbaar onderdeel van door haar bedacht project, waarin bestuurders van invalidenautootjes in de Amsterdamse Gashouder een ballet uitvoeren met dansers van Het Narionale Ballet.

Op de structuur van de documentaire is nog wel wat af te dingen, omdat de Cantadansers meer aandacht krijgen dan de professionals en het ballet. Maar dat geeft niet, want het belang zit in het unieke project, dat in de woorden van een van de dansers „het onmogelijke mogelijk maakt.”

De verhalen over vormen van mobiliteit en over de Canta als beste kameraad ontroeren en geven de noodzaak van schoonheid aan.

    • Hans Beerekamp