Brieven

Mijn tandarts smeert me zomaar behandelingen aan

Ik geef het eerlijk toe: ik ben hoogopgeleid, weet veel van de zorg, ben een kritisch burger, maar ik als ik naar de tandarts ga, vergelijk ik geen tarieven. Ik kies voor de makkelijke weg: een tandarts vlak bij huis, waar mijn gebit al jaren in de computer staat.

Deze week bleek dat de tarieven sinds de invoering van de vrije marktwerking alleen maar zijn gestegen. Toch maar gaan ‘shoppen’ dus? Nee, gewoon beter opletten bij mijn eigen tandarts, ervoer ik maandag toen ik voor de halfjaarlijkse controle in de stoel zat. Na tien minuten was zij klaar en moest ik de rekening betalen: 127,50 euro. Dat zit hem vast in die twee fotootjes, de bitewings, dacht ik nog. Thuisgekomen ging ik goed kijken: 20 euro voor de controle, 15 euro per bitewing, 52,50 euro voor de ‘gebitsreiniging uitgebreid’ en 25 euro voor de ‘fluoridelakbehandeling’.

Noch de bitewings, noch de uitgebreide schoonmaak, noch de lak zijn met mij besproken. De volgende keer zal ik mij mondig opstellen. Als ik kies voor een eenvoudige in plaats van een uitgebreide gebitsreiniging, hoeveel kan ik dan besparen? En kan die lakbehandeling niet een half jaar wachten?

Ook bij je eigen tandarts valt dus veel winst te behalen. Dit vergt wel een tandarts die vóóraf bespreekt wat hij wil doen, inclusief de prijs. Nu straal ik vanwege mijn fluoridelak, maar die 25 euro had ik me ook kunnen besparen.

Amsterdam

Lizzy van Leeuwen (Opinie&Debat, 23 juni) doet voorkomen alsof de Indische gemeenschap zich heeft neergelegd bij het in de doofpot stoppen van de dekolonisatiepolitiek en haar gevolgen door naoorlogse regeringen. Niets is minder waar.

Nog geen jaar geleden, op 30 juni 2011, kwam in de Tweede Kamer de motie-Dijkstra (D66) in stemming. De motie vroeg om een oplossing van het door Van Leeuwen terecht gesignaleerde onrecht van niet-betaalde backpay en oorlogsschade. De motie werd met 73 stemmen voor en 75 stemmen tegen – van de regeringspartijen! – verworpen, uit koudwatervrees voor eventuele financiële claims. Thans circuleert binnen de Indische gemeenschap een petitie die in september zal worden aangeboden aan het nieuwe parlement, met als strekking nu eindelijk te komen tot een bevredigende afsluiting van dit dossier.

De door drie historische instituten beoogde studie is alleen zinvol indien niet alleen naar de operationele historie te velde wordt gekeken, maar ook naar de wijze waarop de politiek omging met de Nederlandse slachtoffers van de dekolonisatie. Indonesische historici zijn hierbij niet nodig. Regering en parlement bleven immers na de oorlog blind voor het onrecht dat de Nederlanders uit de voormalige kolonie is aangedaan.

Het door Van Leeuwen genoemde Breed Historisch Onderzoek naar de dekolonisatie heeft miljoenen euro’s gekost en een aantal publicaties opgeleverd, maar door de weigering van regering en parlement om consequenties uit de conclusies te trekken, is ook dit geld weggegooid.

Zonder de toezegging van het parlement dat de conclusies ook parlementair zullen worden behandeld, zal het werk van de drie historische instituten hetzelfde lot ondergaan: de doofpot.

Historicus

    • Gonny ten Haaft
    • Dr. H.Th. Bussemaker