Bisdom onthutst over 37 dode jongens

Het bisdom Roermond is „onthutst” dat begin jaren vijftig vermoedelijk 37 gehandicapte jongens om het leven zijn gebracht in een rooms-katholiek gesticht in het bisdom. Het bisdom reageert op het gisteren gepubliceerde feitenrapport van het Openbaar Ministerie in Roermond. Bij de dood van de jongens zouden de broeder die de kinderen verzorgde, de arts en de leiding van het gesticht Sint Joseph in Heel betrokken zijn geweest.

Justitie kwalificeert de rol van het bisdom als „onaanvaardbaar”, ook naar de maatstaven van destijds. Het bisdom wist vanaf 1958 van de verdachte sterfgevallen, maar meldde die niet bij politie of OM.

Het bisdom vindt het „onverklaarbaar” dat geen aangifte is gedaan en wil „stilstaan bij het leed van de slachtoffers en het verdriet van de nabestaanden”.

De broeders van de Heilige Joseph die het gesticht leidden, vormen een congregatie onder bisschoppelijk recht. Uit het OM-rapport blijkt dat congregatie, bisdom en instanties als de arbeidsinspectie tussen 1954 en 1958 ook andere misstanden in het gesticht hebben toegedekt. Het gaat om seksueel misbruik en zware mishandeling. De feiten zijn verjaard.

In een verklaring zegt de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), mede namens de broeders, „geschokt” te zijn en te betreuren dat geen aangifte gedaan is. „Primair gaat het medeleven van de broeders en van de KNR uit naar de familieleden, vrienden en kennissen van de betreffende jongeren.”

Broeder Polycarpus, een van de zes nog levende broeders van de congregatie, zegt niet te kunnen geloven dat de kinderen zijn vermoord. „Misschien dat broeder Andreas ze minder goed verzorgd heeft, en dat ze daardoor gestorven zijn. Maar moord? Nee, dat niet.”

Over een spijtbetuiging heeft de congregatie nog niet nagedacht, zegt Polycarpus. „Daar moeten we dan eerst voor bij elkaar komen.”