Balotelli's kanonskogel: 120 km per uur

Mario Balotelli is vaak in het nieuws – vooral vanwege zijn gedrag. Maar dankzij twee doelpunten van het enfant terrible staat Italië zondag in de finale van het EK.

‘Why always me?’ Die woorden had Mario Balotelli in oktober vorig jaar laten drukken op een T-shirt dat hij voor de wedstrijd tegen Manchester United onder zijn voetbalkleren had aangetrokken. Het Italiaanse enfant terrible, spits van Manchester City, had er schoon genoeg van dat zijn leven dag in, dag uit in de Britse media werd uitgesmeerd. Alles werd maar neergekalkt – waar of minder waar: exorbitante nachtelijke uitspattingen, zijn witte Bentley, de torenhoge boetes die hem worden opgelegd door de club, of dat hij weer eens duizend euro fooi had gegeven na een etentje, en hoe hij in zijn huis in Cheshire – 3,7 miljoen euro – per ongeluk in brand stak met vuurwerk. Als er ergens in Greater Manchester problemen zijn, kan Balotelli nooit ver weg zijn.

Maar in Italië is de kritiek op Mario Barwuah Balotelli voorlopig even verstomd. De 21-jarige aanvaller stuurde gisteravond in Warschau met twee treffers eigenhandig de Duitsers naar huis. Dankzij zijn sportieve uitspattingen op de Poolse velden staan de Italianen, aan het toernooi begonnen als volstrekte outsiders, plotseling in een nooit gedroomde finale tegen titelhouder Spanje, zondag in Kiev. En weer flikt la squadra azzurra dat terwijl de nationale competitie onder vuur ligt door een omkoopschandaal, net als in 1982 en in 2006. Toeval of niet: beide keren won Italië de wereldtitel.

Het zal hem een zorg zijn, Mario Balotelli. Hij en de wereld: ze begrijpen elkaar meestal verkeerd. Zoals het steeds terugkerende vuurwerkverhaal – dat kwam door een vriend die een rotje uit zijn badkamerraam had willen gooien. Maar het oorspronkelijke verhaal las zo lekker.

Balotelli, magneet voor anekdotes. Zoals die politieman die ontdekte dat hij vijfduizend pond (ruim zesduizend euro) op zak had toen hij een ongeluk had veroorzaakt. Waarom hij zoveel bij zich had? „Omdat ik rijk ben”, zei Balotelli. De zoon van arme Ghanese immigranten krijgt, naar verluidt, elke week 156.000 euro overgemaakt.

Trainers en medespelers drijft hij vaak tot wanhoop, als hij weer eens een vrije trap opeist en in een vol stadion ruzie maakt met zijn collega’s, of rood krijgt voor een krankzinnige overtreding. Zijn voormalige trainer José Mourinho noemde hem al eens „onhandelbaar”; zijn huidige coach bij City, Roberto Mancini liet zich in april ontvallen dat hij „klaar” was met zijn oogappel en dat hij hem wilde verkopen. „Hij is gek, maar ik hou van hem, want hij is een goeie jongen”, zei Mancini vorig jaar. Maar het werd wel tijd dat zijn gedrag veranderde.

Gezien het verleden lijkt het wat voorbarig, maar misschien heeft hij de omslag gemaakt, op dit EK. Want Balotelli liet gisteravond aan de wereld zien waarom hij een miljoenensalaris verdient. Hij is razendsnel, atletisch en vooral oersterk – het afstandsschot waarmee hij Duitsland op een 2-0 achterstand zette had volgens een lasergun een snelheid van 120 kilometer per uur.

Dat hij vervolgens zijn shirt uittrok en triomfantelijk een gele kaart incasseerde moesten zijn fans en zijn medespelers maar op de koop toe nemen. Iemand nog kritiek op die actie? „Die zijn jaloers op mijn lichaam”, zegt hij dan. Juichen doet hij sowieso niet. „Als ik scoor vier ik dat niet, omdat ik gewoon mijn werk doe. Als een postbode brieven bezorgt, viert hij dat dan?”, zei hij aan de vooravond van de halve finale tegen Duitsland. Die uitleg leverde hem zijn laatste koosnaam op: il postino. En een postbode doet alles het liefst twee keer.

Ondanks al zijn fratsen kan hij in Italië voorlopig niet meer stuk. Balotelli, die thuis regelmatig het slachtoffer was van racistische uitingen, kan een belangrijke functie vervullen in zijn vaderland. ‘Super Mario’, zo schrijft de krant Corriere della Sera, is „het symbool van het Italië van de 21ste eeuw, multi-etnisch, waarlijk Europees en eindelijk zoals Frankrijk of Engeland: de eerste echte gekleurde [speler] in de geschiedenis van ons land.”

Voor de Duitsers, tot gisteravond ongenaakbaar op het EK, was Balotelli in Warschau net zo ongrijpbaar als hij meestal is voor zijn ploeggenoten. Alles wat de ploeg van Joachim Löw de afgelopen weken tot in perfectie wist uit te voeren – vooral in Charkov tegen Nederland – ging gisteren mis. Alsof ze, ergens tussen Oekraïne en Polen, plotseling het voetballen waren verleerd in de wetenschap dat Italië wachtte. Weer Italië, Duitslands enige Angstgegner.

Want door de 2-1 overwinning bleef een opmerkelijke statistiek intact: de Duitsers, drievoudig Europees kampioen, wisten Italië nog nooit te verslaan op een EK of WK. De Italianen hebben vooral een ongekend sterke staat van dienst als het gaat om de eindfase van grote toernooien. Van de elf halve finales die Italië speelde – zowel op WK’s als EK’s – verloren ze er slechts twee: in 1988 (Sovjet-Unie) en 1990 (Argentinië, na strafschoppen).

Ook als underdog slaagden ze gisteravond met vlag en wimpel. Bondscoach Cesare Prandelli smeedde na een aantal magere jaren een nieuwe ploeg rond de oudgedienden Gianluigi Buffon, Antonio Di Natale en Andrea Pirlo – de grote uitblinker op dit EK. Bovendien valt Italië op door een nieuwe, on-Italiaanse speelstijl, gebaseerd op verzorgd, aanvallend voetbal. De beloning is de eerste EK-finale in twaalf jaar. Wel volgde in 2006 nog een wereldtitel. Daarna viel het stil. Maar zolang Mario Balotelli het blauwe shirt draagt, zal er iets gebeuren. Op het veld – maar vooral erbuiten.

    • Rob Schoof