Accountant gaf Vestia goed rapport

In 2009 vertrouwden Nederlandse banken corporatie Vestia niet meer. Toch deed Vestia een jaar later goede zaken met buitenlandse banken. Kasbeheerder Marcel de V. ging bij ze langs, met een goed rapport van accountant Deloitte.

Illustratie Sebe Emmelot

Niemand gaat vrijuit in het drama rond woningcorporatie Vestia. Na de directeur die met 3,5 miljoen euro vertrok, de van fraude verdachte kasbeheerder, de falende commissarissen en toezichthouders komen ook de accountants aan de beurt. Hebben accountants zitten slapen, terwijl Vestia voor miljarden euro’s aan risicovolle renteverzekeringen (derivaten) afsloot?

Met een rapport van accountant Deloitte, dat in het bezit is van deze krant, heeft Vestia in 2010 zelf geprobeerd meer derivaten af te sluiten. Zowel Deloitte als Vestia doen interne onderzoeken en willen er nog geen uitspraken over doen.

Een aantal banken was in 2009 niet gerust op de derivaten die Vestia bij collega-banken had afgesloten. Door het uitbreken van de kredietcrisis was de rente flink gedaald. Banken eisten van meerdere corporaties extra onderpand, zoals in de derivatencontracten was vastgelegd. Vestia stond eind 2007 nog 25 miljoen euro in de plus op al haar derivaten; eind 2008 stond de corporatie 762 miljoen euro in de min.

Vestia wilde banken geen inzicht geven in haar derivaten, ondanks „indringende gesprekken” volgens bankiers. Het was – zoals de naam al aangeeft – een gesloten organisatie. Oud-bestuurder Erik Staal liet toezichthouders nauwelijks controleren. Kasbeheerder Marcel de V. had mogelijk geen behoefte aan pottekijkers. Volgens justitie kreeg hij miljoenen doorgesluisd van de provisies die tussenpersoon Arjan G. verdiende bij het afsluiten van derivaten.

Nederlandse banken haakten uiteindelijk af, omdat ze geen informatie van Vestia kregen, de zaak niet vertrouwden en mogelijke andere oorzaken. ABN Amro heeft volgens bronnen sinds 2008 geen derivaten meer afgesloten met Vestia. Fortis, nu onderdeel van ABN, zou begin 2010 zijn gestopt, en ING en de Rabobank in 2009.

Rond de controle van de jaarrekening van Vestia over 2009 stelde Deloitte voor een apart rapport over de derivaten te maken. Financieel directeur Kees Wevers van Vestia ging akkoord en gaf op 23 februari 2010 formeel de opdracht. Een half jaar later, op 20 augustus, stuurde Deloitte een Engelstalig rapport terug. Conclusie: Vestia voldoet aan alle wettelijke richtlijnen. Sterker nog, in 2009 was slechts 91 procent van de leningen met derivaten verzekerd, berekende Deloitte. Vestia had dus ruimte om meer derivaten af te sluiten.

En dat deed Vestia. Met het rapport van Deloitte in de hand ging kasbeheerder Marcel de V. bij banken op bezoek, vertellen betrokkenen. Hij heeft het „breed verspreid” in de financiële sector, zeggen bronnen.

Hoe banken het rapport beoordeelden, is onduidelijk. Zeker is dat met name buitenlandse banken uit het Londense zakendistrict later goede zaken deden met Vestia. De derivaten verdubbelden in 2010 in omvang. Op het hoogtepunt in 2011 had Vestia voor bijna 23 miljard euro aan derivaten. Ter vergelijking: tegenover die 23 miljard euro stond maar 6 miljard euro aan leningen.

De meeste contracten die Marcel de V. afsloot, waren niet om Vestia te verzekeren tegen een stijgende rente op leningen, maar om te speculeren op renteschommelingen. De afloop is bekend: Vestia ging bijna ten onder en betaalt de banken een afkoopsom van 2 miljard euro om van haar financiële producten af te komen.

De conclusie van Deloitte was dat Vestia in 2009 nog niet speculeerde. Alle derivaten sloten als renteverzekeringen goed aan bij de leningen van Vestia, aldus de accountant. Als derivaten en leningen bijvoorbeeld qua looptijd en omvang overeenkomen, hoeft een corporatie volgens Nederlandse regels verliezen op derivaten niet in de boeken te verwerken. Het zijn immers tijdelijke onderpandverplichtingen die weer verdwijnen als de rente op een gunstiger niveau komt. In de jaarrekening van Vestia bleef het eigen vermogen zo onaangetast, met dank aan Deloitte.

De commissarissen van Vestia waren tevreden over de accountant, zo blijkt het het jaarverslag over 2009. Ze schrijven dat Deloitte „extra aandacht” had voor de verliezen op de derivaten in 2008 en voor de „gebruikte mogelijkheid in de regelgeving om deze buiten de winst- en verliesrekening te houden”.

Volgens het rapport hanteerde Deloitte „strenge criteria” bij het doorlichten van de derivaten. Er vallen wel enkele zaken op. Nergens in de dertien pagina’s staat de totale waarde van de derivaten of de som van de leningen genoemd. Exotische derivaten vond Deloitte passend voor gewone leningen. Derivaten voor toekomstige leningen werden op voorhand gematcht. Tot voor kort keken meerdere accountants zo naar derivaten, maar door ‘Vestia’ worden eerdere controles opnieuw getoetst.

De risico’s die Vestia nam, bleven ook verhuld omdat zij alleen in algemene zin rapporteerde over alle derivaten, niet over de specifieke risico’s van losse contracten. Anders dan de internationale richtlijnen voor financiële verslaglegging (IFRS) voorschrijven, mag dit wel volgens de Nederlandse richtlijn (RJ290).

Financieel toezichthouder Jan van der Moolen, directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting: „De internationale richtlijn is een strakker keurslijf dan de Nederlandse. Vestia koos voor de laatste en heeft die vrijheid maximaal benut.”