Zwitserland als voorbeeld voor de eurozone

Een euro-confederatie, die btw heft om die via werkloosheidsuitkeringen te herverdelen is volgens UBS-econoom Paul Donovan een oplossing voor de eurocrisis.

Hij heeft nooit geloofd in de euro, en vindt nog steeds dat de munt er in zijn huidige vorm nooit van had mogen komen. Maar Paul Donovan, econoom van de Zwitserse bank UBS, is er zeker niet voor om de munt te laten varen. Nu vandaag de zoveelste top om de Euro te redden plaatsvindt in Brussel, vindt Donovan dat het tijd om een confederaal model voor de eurozone te ontwikkelen. Naar Zwitsers voorbeeld, en met een anoniem systeem van inkomensoverdrachten.

Wat is uw inschatting van de eurocrisis nu? In welk stadium zijn we?

„We hebben eigenlijk meerdere crises tegelijk. Het probleem is dat de oplossingen voor deze crises elkaar in de weg kunnen zitten. De eerste crisis is conjunctureel: gebrekkige economische groei, die wordt tegengewerkt door de restrictieve, en in sommige gevallen zelfs excessief restrictieve, begrotingspolitiek.

„De tweede crisis is monetair. De bancaire markt binnen de eurozone functioneert niet. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank is alleen effectief als er effectieve transmissie van dat beleid plaats vindt: banken die het geld incasseren en er ook daadwerkelijk iets mee doen. Dat doen ze nu niet.

En wat is de structurele component?

„De conjunctuurcrisis veroorzaakt werkloosheid, politieke spanningen en een problematisch klimaat voor economische groei. Daarbovenop komt dan nog een structurele crisis: de euro werkt niet, en heeft ook nooit gewerkt. Er zijn zat economen, zoals ik zelf, die het grootste deel van de jaren negentig hebben gezegd dat de euro niet zou functioneren. Het ontwerp van de muntunie was fout. Romano Prodi, die destijds voorzitter was van de Europese Commissie, gaf dat ook toe. Hij zei in 2001, in een artikel in de Financial Times: „Ik ben er zeker van dat de euro ons zal verplichten om een nieuwe set van beleidsinstrumenten te introduceren. Het is politiek onmogelijk om dat nu te doen. Maar eens komt er een crisis en dan zullen deze nieuwe instrumenten worden gecreëerd.”

De huidige crisis is dus destijds al aangekondigd door de voorzitter van de Europese Commissie zelf. Afgezien van het cynisme daarvan: moet die kans dan niet worden gegrepen?

„Ik vind dat deze crisis vijf jaar te vroeg komt. De euro was een politieke constructie. Geen enkele econoom zou hem zo hebben ontworpen. De oplossing van de crisis is natuurlijk deels economisch, maar vooral ook politiek. Maar de Europese politiek was bij de start van de kredietcrisis in 2007-2008 nog niet voldoende geïntegreerd om de sprong te maken. De eurozone moet uiteindelijk naar een bankenunie en een confederatie van begrotingen naar Zwitsers model.”

Welke rol speelt de kredietcrisis daarbij?

„Als de kredietcrisis zich niet had voorgedaan en de welvaartsgroei langer had kunnen duren, dan was de economische en culturele integratie wellicht voldoende voortgeschreden om de stap te kunnen maken. Het is heel goed mogelijk dat we, zonder kredietcrisis, in 2012 of 2013 ver genoeg waren geweest op het pad van natuurlijke integratie. Dan zou het ook nog lastig zijn geworden, maar bij lange na niet zo moeilijk als nu.

„De afgelopen vijf jaar is er intussen al heel wat geïntegreerd. Het idee dat de ECB staatsobligaties zou kopen van eurolanden was vijf jaar geleden volstrekt ondenkbaar. Er heeft al heel wat plaatsgevonden, en dat mag niet worden onderschat. Maar er moet ook nog heel veel gebeuren. Dat is de uitdaging waar we voor staan.”

Dus uiteindelijk kom je uit op de drie-eenheid van bankenunie, begrotingsunie en politieke unie?

„De eurozone moet integreren of zij sterft. Dat is de keus. We moeten de gevolgen van de ontrafeling van de euro niet onderschatten. Dat zou verwoestend zijn. Maar ik ben er niet zeker van dat we een ‘Verenigde Staten van Europa’ nodig hebben. Ik denk dat een confederatie naar Zwitsers model zou kunnen volstaan. De Zwitserse monetaire unie was destijds ook uiterst controversieel. In 1842 waren er dertien verschillende munten (twaalf, en Genève gebruikte de Franse franc), en de kantons waren allemaal uitzonderlijk gespitst op hun eigen valuta en onafhankelijkheid. Die zijn toch allemaal opgegaan in de Zwitserse franc, in een confederaal model dat nog steeds bestaat.”

De kantons zijn autonoom binnen een centraal systeem. Hoe zou dat werken voor de eurozone?

„Voor de eurozone is er allereerst een echte centrale bank nodig, met centraal toezicht op de banksector, de macht om banken te sluiten en om op te kunnen treden als een échte lener van laatste instantie. Alle functionerende muntunies hebben dat.”

Schetst u eens een scenario.

„Een begrotingsconfederatie zou als volgt kunnen werken: alle landen staan de eerste tien procentpunten van hun btw-inkomsten af aan een centrale Europese autoriteit. Dat geld wordt vervolgens gebruikt om in de gehele eurozone een deel van de werkloosheidsuitkeringen te financieren, bijvoorbeeld de eerste 200 euro van een uitkering, die dan volgens een gemeenschappelijk standaard moet worden gedefinieerd.”

Wat is daar het voordeel van?

„Het voordeel daarvan is tweeledig. Veel mensen zouden zich er tegen verzetten om tien procent van hun inkomen af te staan voor het heil van de Europese integratie. Maar tien procent van je cappuccino in de ochtend? Dat merk je veel minder. Tijdens het ontstaan van de Verenigde Staten werd de afdracht aan Washington ook uit dergelijke indirecte belastingen gefinancierd. Het is bovendien goedkoop om btw te innen.

„Het tweede element, de werkloosheidsuitkering, heeft als voordeel dat het een regeling is die overal al bestaat. Bovendien versterkt het feit dat je via de belastingen bijdraagt aan het verlichten van de last van je buurman het gevoel van solidariteit en gemeenschap. We willen niet dat de Duitsers de Grieken uitkopen, of de Nederlanders de Spanjaarden. We willen dat mensen die het beter hebben, binnen de eurozone, mensen steunen die minder goed af zijn.

„Nu zeggen de Duitsers: waarom zouden we geld aan de Grieken geven. Die zouden harder en langer moeten werken. Maar de Grieken kunnen terugzeggen: waarom moeten wij lijden onder een wisselkoers die te hoog voor ons is, en een monetair beleid dat is toegespitst op Duitse behoeften?

„Beide kanten hebben gelijk. De Grieken moeten concurrerender worden, maar dat streven wordt moeilijker gemaakt dat de monetaire omstandigheden niet passend voor hen zijn. Wat je zou moeten doen is de Grieken compenseren voor het feit dat de gemeenschappelijke munt, waar Duitsland juist van heeft geprofiteerd, hen dwars zit. Anonimiteit van de inkomensoverdracht helpt daar bij.”

Theoretisch zal het mogelijk zijn, maar hoe ziet u zich dit in de praktijk voltrekken?

„Ik ben niet zo gek dat ik geloof dat dit volgende week kan gaan gebeuren. Dit is een plan voor de eerstvolgende tien jaar. Maar wat ik wel denk dat we moeten doen, is de markten er van overtuigen dat dit de richting is die de eurozone op gaat. Een nieuw Verdrag van Maastricht, met een routekaart waarop het pad duidelijk en gespecificeerd staat aangegeven. Net als het oorspronkelijke verdrag van Maastricht dat er in de loop van de jaren negentig voor zorgde dat de markten in het ontstaan van de euro gingen geloven en de munt er zonder veel moeite ook kwam.”

    • Maarten Schinkel