Waarom werd zij afgebrand?

In de publieke opinie is COA-directeur Nurten Albayrak afgebrand. Ze verdiende te veel en opereerde autoritair. Veel beschuldigingen zijn onjuist, stelt Roel in ’t Veld.

„Wat je eigenlijk van me wilt, is niet een antwoord maar een biecht.”

J.M. Coetzee, In ongenade

Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is in de afgelopen jaren gekrompen met meer dan de helft. Binnen de Nederlandse publieke sector is dit een uitzonderlijke prestatie. De grote, politiek geïnitieerde zwenkingen in het overheidsbeleid noopten hiertoe.

De leiding van het COA heeft deze zwenkingen meegemaakt, ongetwijfeld soms met pijn in het hart. Aan het hoofd van het COA stond gedurende deze jaren een vrouw van Turkse afkomst, Nurten Albayrak. Ze regeerde met harde hand, maakte vijanden. Haar stijl van leidinggeven was krachtig en volgens sommigen gericht op ‘verdeel en heers’.

De politieke principaal – het kabinet en daarbinnen de verantwoordelijke minister – bleef aanvankelijk op grote afstand staan van haar persoonlijke functioneren. Achtereenvolgende ministers toonden zich vaak meer dan tevreden met de resultaten van haar optreden. Ook wisselde het COA meer dan gebruikelijk van aansturend departement.

Aanvankelijk bestond binnen het COA een bestuur waaronder de directie ressorteerde, maar een wetswijziging leidde met ingang van 2011 tot een structuur met een raad van toezicht en een raad van bestuur. De facto functioneerde het bestuur al vanaf 2006 als raad van toezicht en de algemeen directeur als bestuurder. Het inkomen van de directeur werd bepaald door het bestuur. Dit ontwikkelde zich tamelijk uitbundig gedurende de periode waarin Albayrak fungeerde als algemeen directeur. De voornaamste aanleidingen:

Net als talloze andere departementale topambtenaren werd haar werktijd verhoogd van 36 tot 40 uur, met corresponderende salarisstijging.

Albayrak ontving een vergoeding voor bijstelling van haar pensioen.

Ze kreeg een compensatie voor de fiscale bijtelling voor haar auto.

Deze stijgingen bleven vanaf 2007 niet onopgemerkt op de departementen, maar er volgde geen actie. Met ingang van 2011 moest algemeen directeur Albayrak worden benoemd als bestuurder, als gevolg van de structuurwijziging. De minister was in het nieuwe regime verantwoordelijk voor de hoogte van het inkomen, waartoe de raad van toezicht een voorstel moest indienen. Talloze ambtenaren overlegden hierover zeer uitvoerig.

Het bleek niet vanzelfsprekend dat Albayraks inkomen ongewijzigd zou blijven. Intussen was immers de Balkenendenorm verschenen, een niet wettelijk verankerd idee over toelaatbare inkomens. Soms werden inkomens van zittende functionarissen aangepast, maar vaker vond aanpassing pas plaats bij personele mutaties. Minister, raad van toezicht en departement lieten de kwestie op haar beloop. Er vond geen benoeming plaats, alles bleef zoals het was.

Totdat de NOS op zondag 18 september 2011 het Journaal opende met een frontale aanval op Albayrak. Daarna gingen nog meer ambtenaren zich ermee bemoeien. Dit had veel verwarring tot gevolg, zoals het latere onderzoeksrapport toont. Deskundigen waren het bijvoorbeeld al niet eens over de vraag welke salarisbestanddelen wel en niet onder de norm vielen. Wel stond nu voor het departement vast dat Albayraks salaris aanzienlijk moest dalen.

Op 27 september werd Albayrak op non-actief gesteld. Een onderzoek volgde, ten bedrage van 900.000 euro. Daarna volgde ontslag, zonder enige vorm van uitkering. In de media is Albayrak tentoongesteld als een crimineel.

Wie het onderzoekrapport – met aanhangsel bijna driehonderd pagina’s – zorgvuldig leest, blijft zitten met een flink aantal vragen. De voornaamste volgen hier:

1Waarom is in de onderzoekconclusies niet uitdrukkelijk vermeld dat een uitvoerige enquête toont dat betrokkenen binnen het COA op bijna alle punten ongunstiger oordelen over de laag functionarissen onder Albayrak dan over haarzelf? Dit is van groot belang, omdat Albayrak werd verweten dat zij de bestuurslaag onder haar te hard bejegende.

2Waarom is niet vastgesteld dat in elk geval één iemand geen verantwoordelijkheid droeg voor de vaststelling van Albayraks salaris, te weten Albayrak zelf? Een van de centrale verwijten is dat zij onjuiste informatie gaf over haar salaris. Vanaf 2007 is haar salaris onderwerp van departementale aandacht.

3Waarom is niet opgemerkt dat het heel eigenaardig is dat iemand van haar werkgever een compensatie ontvangt voor de fiscale bijtelling betreffende het privégebruik van een auto, als die auto niet privé mocht worden gebruikt? Gegeven het fiscale regime was de rittenregistratie bovendien toch irrelevant?

4Waarom blijft het eindeloze gekluns van principalen en toezichthouders zo onderbelicht?

5De meest algemene vraag is de volgende: waarom is de algemene toonzetting jegens deze publieke functionaris zo verbeten? Waarom is de veroordeling zo unaniem?

Het is duidelijk dat Albayrak heeft gedaan waarvoor zij was besteld. Evenmin moeilijk is vast te stellen dat haar stijl, vooral achteraf, weerstand wekt. Ook liet ze steken vallen tijdens de paniekperiode tussen 18 en 27 september – maar is het achterliggende verwijt niet dat ze geen sorry heeft gezegd? Dat ze te trots is?

Bood de mediapolitieke verstrengeling waarin alle betrokkenen vanaf 18 september terechtkwamen een optie voor een andere uitkomst dan een overdrachtelijke brandstapel?

Roel in ’t Veld is bestuurskundige. Hij was onder meer wetenschappelijk onderzoeker bij het ministerie van Onderwijs en staatssecretaris (Onderwijs, PvdA).