Vier jaar cel geëist tegen medeverdachte Robert M.

Het Openbaar Ministerie in Amsterdam heeft vandaag vier jaar cel geëist tegen Flovin O., die ervan wordt verdacht samen met Robert M. een baby te hebben misbruikt. Tegen O.’s voormalige huisgenoot Mathijs van der M. eiste het OM negen maanden.

Van der M. wordt verdacht van het bezit van kinderporno. Flovin O. heeft het misbruik van de baby samen met Robert M. bekend. Hij betaalde hem daar vijftig euro voor. Ook wisselde hij kinderporno met M. uit. Matthijs van der M. werkte in een aantal kinderdagverblijven. Hij zou uit bestaand kinderpornomateriaal nieuwe collages hebben gemaakt. Er zijn geen aanwijzingen dat hij kinderen fysiek heeft misbruikt.

De twee verdachten, die vorig jaar in maart werden aangehouden, woonden in Amstelveen.

Ook in deze zaak spreekrecht voor ouders

De rechtbank besloot ruim een week geleden dat ook in deze Amstelveense zedenzaak ouders namens hun zeer jonge kinderen een verklaring mogen afleggen. Eerder al kregen de ouders van slachtoffers van Robert M. in de Amsterdamse zedenzaak spreekrecht toegekend.

De advocaten van Flovin O. en Matthijs van der M. hadden betoogd dat de kinderen op pornografisch materiaal dat is gevonden in het huis van Van der M. en O. geen direct slachtoffer van hen zijn. Maar volgens de rechtbank kunnen gevoelens van “schuld en schaamte” een “rechtstreeks gevolg” zijn van de wetenschap dat iemand in het bezit is van pornografie waarop de betrokkene is afgebeeld. De rechtbank woog mee dat een wetsvoorstel is ingediend waarbij de positie van het slachtoffer in het strafrecht “verder zal worden versterkt”.

    • Annemarie Coevert