Victoria's Secret

Eigenlijk is ze de Kleine Zeemeermin. Kijk maar, een ogenblik terug waren haar benen een staart en haar vinnen zijn nog maar net voeten. Ze is Erin Kinney, toen 14 jaar, nu 33.

„Ik was met vakantie met mijn familie en liep met mijn vriendin Kerry langs het strand – je wist maar nooit of je een leuke jongen tegenkwam. Ik zag een vrouw, ze maakte foto’s. Het zag er indrukwekkend uit, iets voor een glossy tijdschrift of zo. Ik geloof dat ik meteen al wilde uitvinden of ik bij haar op de foto kon. Hier was een kans om op te vallen, om belangrijk te zijn. Op die leeftijd denk je zo bewust niet, het was meer een vaag gevoel.

„Ik weet niet hoe ik Rinekes aandacht trok. Ik hing lang genoeg rond om op te vallen en toen nam ze inderdaad een foto van mij en Kerry, samen. Die Polaroid heb ik nog: wij in onze jurken. De schemer viel en ze vroeg of ik de volgende morgen terug kon komen, voor een foto in badkleding.

„Die ochtend haalde ik mijn mooiste bikini tevoorschijn, van Victoria’s Secret. Dat is nu nog hét merk voor de mooiste badkleding voor de mooiste vrouwen. ‘Nu heb ik een echte Victoria’s Secret-bikini!’ dacht ik toen ik ’m kocht. Ik liep de volgende ochtend het strand op en daar stond Rineke. Ze was zo aardig en ze keek zo zachtmoedig naar me. Het woei hard en ik dacht de hele tijd: ‘Oh mijn haar. Dat bederft die foto.’ En toch herinner ik me niet dat het poseren vervelend was. Ze gaf nauwelijks aanwijzingen, ze liet me doen wat ik wilde.

„Toen ik 18 was, kreeg ik een kerstkaart van een vriendin. Ze had erop geschreven: ‘Zeg, ik ben in New York en ik ging naar het MoMA. Ik geloof dat daar een levensgrote foto van jou hangt.’ Ik belde haar meteen op, ik zei: ‘Is het de oranje bikini?’ En zij zei: ‘Yeah!’ En ik zei: ‘O my God!’ En zij zei: ‘Erin, weet je wel dat dit een beroemde fotograaf is?’ Ik weet nog hoe graag ik toen was gaan kijken. Maar het lukte me niet, New York was te ver weg.

„Ik zag de foto zelf bij toeval, tien jaar nadat hij was gemaakt, in een tijdschrift. Hij stond bij een artikel over Rineke. Daar was hij dan. Ik dacht: ‘Wow, ben ik dat? Hang ik echt in een museum? Kijken er echt mensen naar?’

„Toen heb ik contact met Rineke gezocht en ontmoetten we elkaar weer. Dat was in Chicago, Rineke had er een tentoonstelling. Ze was enthousiast, blij me weer te zien. Ik had het allemaal niet zo door. Weet je, in die tijd was ik nog zo jong. Ik wist nergens van. Niet wat zo’n foto voor haar betekende en ook niet hoe belangrijk die tentoonstelling voor haar was. Na die ontmoeting merkte ik niet veel meer van de foto. Pas nu, twintig jaar later, met deze tentoonstelling, besef ik hoe groot het allemaal is.

„Nu is de foto erg belangrijk voor mij en eigenlijk zou ik ’m voor mezelf willen houden. Het is niet zo’n doorsnee mooie foto, het is de werkelijkheid. Mijn werkelijkheid. Als ik er nu naar kijk, zie ik een jong meisje dat zo onzeker is en zich zo onveilig voelt. Ik zie iemand die nog geen eigen identiteit heeft, iemand die wanhopig probeert iemand te zijn. Zo onhandig is ze, zo verlegen.

„Dat ik dat meisje nu op mijn 33ste terug kan zien, is een geschenk. Mij vertelt deze foto een dierbaar verhaal dat hij verder aan niemand vertelt. Want ik ken dat meisje, ze zit nog altijd in me. Kijk ik naar haar, dan word ik diep geraakt, door haar onschuld en omdat ze zo kwetsbaar is. Volwassen worden betekende dat ik leerde om dat te verbergen. Het was een kwestie van overleven. Ik zie het op mijn foto.”

    • Joyce Roodnat