Twee miljoen jaar oude aapmens at boomschors

De vroege mensachtige Australopithecus sediba at fruit, bladeren en boomschors. Dit dieet wijst erop dat deze mensensoort, die 2 miljoen jaar geleden leefde in Zuid-Afrika, meer tijd doorbracht in de bomen dan op de savanne. Dit schrijven paleobioloog Amanda Henry (Max Planck Instituut) en collega’s in een vandaag gepubliceerd artikel in het tijdschrift Nature.

Van Au. sediba zijn in 2008 twee fossielen ontdekt, van een volwassen vrouw en van een jongen van een jaar of twaalf. De fossielen vertonen primitieve kenmerken, zoals een klein brein (even groot als dat van een chimpansee) en voeten die vooral geschikt zijn om in bomen te klimmen. Sediba had ook moderne trekjes, zoals een hand met een lange duim, waarmee hij makkelijk kleine dingen kon pakken.

Paleoantropoloog en mede-auteur Lee Berger ziet in de door hem ontdekte sediba dan ook een overgangsfiguur tussen de primitieve mensensoort Australopithecus en het moderne geslacht Homo. Sediba is volgens Berger zelfs een mogelijk directe voorvader van de moderne mens, die zich ontwikkelde op de savanne. Maar het dieetonderzoek lijkt dat idee niet te ondersteunen.

Voor het onderzoek werden versteende plantenresten in de tanden geanalyseerd. De bladeren die sediba at lijken op die giraffen hoog uit de bomen halen. Sediba is de enige mensachtige die boomschors at, zoals grote apen nog doen. De slijtagesporen op de tanden wijzen erop dat hij naast zachte dingen ook veel harde dingen at. Deze combinatie is bekend van bijvoorbeeld de relatief moderne Homo erectus. Ook in zijn dieet is sediba een overgangsfiguur.