Streven naar het einde van angst en dreiging

Tekening Paul van der Steen

Theo van Gogh, Job Cohen, Geert Wilders, Bram Moszkowicz en een Joodse hasjhandelaar zijn de personages in Leon de Winters nieuwe roman VSV. Het duizelt je van de dwarsverbanden en je blijft achter met het ultieme talkshowgevoel.

Je verwacht ze eerder aan tafel in de zoveelste zielloze aflevering van Pauw en Witteman dan in een roman: Theo van Gogh, Leon de Winter, Bram Moszkowicz, Job Cohen, Piet Hein Donner, een onderwereldfiguur en een mooie vrouw. En nog lang na het dichtslaan van VSV vraag je je af wat Leon de Winter nu precies in gedachten had toen hij deze merkwaardige parade van publieke figuren in zijn nieuwe roman (ook met bijrollen voor Mohammed B., Geert Wilders en Eva Jinek) liet opdraven.

Om met het goede nieuws te beginnen: het resultaat is best spannend, ook al dankzij de verhaaltechnische paardenmiddelen die De Winter gebruikt. Zo laat hij het Amsterdamse Muziektheater opblazen, wordt er een vliegtuig gekaapt en een school gegijzeld terwijl je je tussen de bedrijven door ook nog afvraagt hoe het precies zat met die zoon van de hasjhandelaar en de nakomelingen van de Franciscaner priester. Subtiliteit – de laatste jaren toch al niet De Winters ding – is ver te zoeken, maar het is onmiskenbaar het soort gedoe waarvan je wel even wil weten hoe het afloopt.

De voornaamste verhaallijn is die van Max Kohn een hasjhandelaar (type Holleeder, maar dan Joods) die meent een nieuw mens geworden te zijn nu hij een transplantatie heeft ondergaan en door het leven gaat met het hart van een Franciscaner. Die, zo blijkt later, de minnaar is geweest van de grote liefde uit Kohns leven. Deze vrouw, Sonja, heeft inmiddels een verhouding met de schrijver Leon de Winter – een figuur die veel, maar niet alles met zijn schepper gemeen heeft. Kohn gaat naar Amsterdam omdat hij Sonja terug wil, hij weet dan nog niet eens dat hij weet dat hij de vader is van haar kind.

U kunt de hele recensie hier lezen.